Foto bij H104: Mount Fuji ~ Khana

“Ga naar Mount Fuji… naar Mount Fuji… Mount Fuji… Fuji…”, bleef er maar in mijn hoofd weergalmen en ik fronste. “Ga… weg…”, mompelde ik en het leek alsof het werkte: het was stil. Helaas hoorde ik nog geen 5 seconde later: “Nick moet zijn katana meenemen… En een fles sake…” Ik kreunde gepijnigd en mompelde weer: “Ga… weg…” Deze keer werkte het niet en begon de onbekende stem mijn naam te zeggen, elke keer opnieuw: “Khana… Khana…” De hoofdpijn kwam weer terug en ik merkte dat er iemand anders in mijn buurt was gekomen. Met veel moeite kon ik mij uit mijn gesluimer halen en mijn ogen openen.

Nick keek me bezorgd aan vanaf zijn matras en ik kreunde even vermoeid, om me dan overeind te werken. “Je hebt niet geslapen”, zei hij en ik zuchtte. “Niet echt en ik heb nog steeds hoofdpijn”, gaf ik toe en wreef over mijn voorhoofd. Ik hoorde Nick kort hummen en hij schoof een dienblad naar me toe. “Het is al nacht, je hebt heel de namiddag in bed gelegen…”, zei hij en ik fronste. “Sorry, dat was niet de bedoeling…”, zei ik vermoeid en zette het dienblad op mijn gekruiste benen, om dan toch iets te eten.

“Ik heb wat onderzoek gedaan naar Mount Fuji en welke verblijfplaatsen er zijn…”, begon Nick opeens en ik keek hem nieuwsgierig aan. “En?” vroeg ik nadat ik snel mijn eten had doorgeslikt. “Er staat degelijk een berghutje op de naam Sakuraba gereserveerd voor 3 dagen en 2 nachten. Het Kusushi heiligdom ligt er niet zo ver vandaan, maar…”, vertelde hij en zweeg even. Hij zuchtte even en zei toen: “… het ligt op zo’n 3 à 4 duizend meter hoogte. Voor mij is dit geen probleem, maar ik weet niet hoe het met…” “Het zal me wel lukken”, onderbrak ik hem en hij keek me twijfelend aan. “Ook zonder extra zuurstof?” vroeg hij en ik knikte.

Hij zuchtte toen weer en zei met een blik op zijn gsm: “Oké, dan vertrekken we morgen… nee wacht, vandaag… als je terug wakker bent.” Ik knikte en kon een geeuw niet onderdrukken. Ik ging terug liggen en trok het deken over mij heen. Voordat ik terug wegzakte, zei ik nog: “Oh ja, Nick?” Ik hoorde hem hummen en zei toen: “Je moet je katana meenemen… en een fles sake…” Ik hoorde Nick nog een verbaasd geluidje maken, maar toen was ik weer vertrokken naar mijn sluimertoestand.

“Nick, nee… haar laten slapen!” hoorde ik Miyuki driftig fluisteren en toen hoorde ik Nick fluisterend terug zeggen: “Het is al laat en ze heeft al de hele nacht en voormiddag geslapen. Daarbij, de taxi komt over een uurtje hier al aan en…” Ik zuchtte even en opende met moeite mijn ogen. “Ik ben wakker”, zei ik en ging overeind zitten. Zowel Miyuki als Nick keken mij bezorgd aan, waarna Nick vroeg: “Khana, gaat het? Je ziet nogal bleekjes.” Ik knikte en antwoordde: “Het gaat wel, ik heb gewoon het gevoel dat ik weer niet geslapen heb… Hoe laat is het trouwens?” “Eén uur ’s middags, de taxi komt over een uurtje. Ik heb je spullen al ingepakt met Miyuki”, antwoordde Nick en ik zag Miyuki knikken.

Ze glimlachte even en zei toen met spijt in haar stem: “Eten beneden klaar staan, ik weg moeten voor iemand helpen. Jullie oké zijn?” Zowel Nick als ik knikten en zodra ze de kamer uit was, zei ik: “Ik zal me maar klaar maken zeker…” Nick knikte en zei: “Ik heb alles al beneden gezet. Ik ga de ho-o’s nog even eten geven en dan kunnen we vertrekken, als je klaar bent.” Ik knikte en stond op, terwijl hij de kamer uit ging.

Na een uur stond de taxi inderdaad voor het huis en hadden we alles ingeladen, om dan meteen te vertrekken. Het was maar zo’n drie uurtjes rijden en al die tijd zakte ik om de zoveel minuten weer even weg, om dan weer wakker te schrikken van een put in de weg. Ik voelde me echt uitgeput en aan Nicks blik te zien, had hij dat ook gemerkt.

De taxi stopte uiteindelijk aan de kant van de weg en de chauffeur zei: “Jullie moeten dat pad nog even volgen en dan zijn jullie er.” Nick knikte kort en zei: “Arigato, we zullen het wel vinden.” We stapten uit en ik merkte meteen dat ik het moeilijker kreeg met ademen. “Als het niet meer gaat, zeg het dan en dan stoppen we even. Het maakt niet uit of we maar één keer moeten stoppen of honderd keer, zolang je jezelf maar niet oververmoeid”, zei Nick en met onze bagage in onze handen, gingen we op weg.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen