Foto bij H107: Qiuri ~ Nick

Zodra ik de katana van mijn tegenstander had afgeweerd, moest ik mijn buik al intrekken omdat die katana mij bijna doorboorde. Ik gromde even en viel zelf aan, maar ik had al snel door dat mijn tegenstander een ervaren strijder was. Jammer genoeg voor hem, ik ook. Onze aanvallen werden sneller en heviger en even had ik het gevoel dat onze katana’s het niet gingen halen. Toen klonk er een pijnlijke kreet en ik zag mijn tegenstander op en neer huppelen. Wat heeft die opeens? Het enige wat hij zei was ‘auw’, dus daar was ik niet veel meer. Verward keek ik toe hoe hij rondsprong, totdat ik mijn katana ophief en het gevest kort op zijn hoofd liet neerkomen. “Auw!” zei die gedaante en hij viel op zijn achterwerk op de grond, terwijl hij over zijn hoofd wreef. “Dat is gemeen Nick! Kan ik er aan doen dat er een steentje in mijn schoen zit?” hoorde ik hem klagen en ik trok een wenkbrauw op. “Ken ik jou?” vroeg ik en ik hoorde een verbaasd geluidje van zijn kant. “Wacht even”, zei hij toen en ik zag twee grote vleugels tevoorschijn komen, waarna hij er even mee bewoog zodat er een stevige wind ontstond. Meteen werd de mist minder en zag ik Khana verderop nog steeds zitten. “Herken je mij nu?” vroeg mijn tegenstander en ik keek hem aan, om dan diep te fronsen.

Voor mij stond een man van ongeveer mijn grootte, maar dan met een vuurrood gezicht. Het kon nog gekker: zijn neus was volgens mij even lang als een banaan. Het gekste was echter dat ik hem degelijk begon te herkennen. “Je komt me inderdaad bekend voor…”, zei ik twijfelend en zijn gezicht betrok. “Ah kom op Nick, het start met een Q! En? En? Weet je het al?” zei hij en hij keek mij verwachtingsvol aan. Ik wou net zeggen dat ik het niet wist, toen zijn naam me binnen schoot. “Qiuri?!” vroeg ik stomverbaasd en hij sprong de lucht in. “Joepie, ik wist dat je het nog wist!” riep hij vrolijk en maakte een looping in de lucht. Hij landde terug voor me en keek opzij. Ik volgde zijn blik en zag dat Khana haar hoofd weer had vastgegrepen met een pijnlijke uitdrukking op haar gezicht. Nee, dat meen je niet… “Qiuri, zeg me nu niet dat jij Khana al drie dagen lang lastig valt…”, zei ik en er verscheen een grijns op zijn gezicht. “Natuurlijk niet, ik val niemand lastig…”, zei hij en ik wou opgelucht zuchten, totdat hij zei: “… ik hou ze enkel gezelschap.” Voordat hij kon reageren, had ik hem een klap bezorgd met de vlakke kant van mijn katana. “Auw, waar was dat goed voor!” zei hij als een klein kind terwijl hij weer over zijn hoofd wreef.

Ondertussen was Khana al naar ons toe aan het wandelen en hield voor ons halt. “Wie is…”, begon ze, maar Qiuri pakte haar hand al vast. “Qiuri is de naam, aangenaam kennis maken! Ik heb in boeken gelezen dat jullie elkaar zo begroeten, nietwaar?” zei hij vrolijk en schudde haar hand heftig op en neer. Ik zuchtte diep en trok Khana los uit zijn grip voordat ze een hersenschudding kreeg. “Khana, dit is Qiuri, een tengu. We kennen elkaar al sinds onze kindertijd”, vertelde ik haar en ze knikte even. “Ik kan niet zeggen dat het kennismaken aangenaam was, maar het is fijn om te weten wie mij al een week hoofdpijn bezorgd”, hoorde ik haar geïrriteerd zeggen tegen Qiuri. “Een week?” vroeg ik verbaasd. Ze had toch pas sinds drie dagen last van vermoeidheid? “Hè hè, graag gedaan hoor. Ik moet toegeven dat het bijzonder lastig is om je gedachten binnen te dringen, maar als je eenmaal binnen bent, gaat het wel vlot hoor”, zei Qiuri grijnzend en hij blokkeerde mijn katana voordat ik hem opnieuw kon slaan. “Kom op, laten we naar mijn huis gaan! Het is maar koud hierbuiten, brrr”, zei hij opgelaten en hij ging ons voor. Khana keek mij twijfelend aan, maar ik haalde mijn schouders op en tikte kort tegen mijn hoofd. “Hij heeft niet altijd alles op een rijtje”, zei ik zacht tegen haar en ze deed haar best om niet luidop te lachen. “Ik hoorde je wel hoor!” riep Qiuri wat verderop geïrriteerd en zowel Khana als ik lachten even.

“En voilà, welkom!” zei Qiuri vrolijk terwijl hij door de deur stapte. Ik keek verward rond, dit was toch geen huis? Het was een heiligdom en tegen de overstaande muur stond een altaar. “Doe voort, straks komen de eerste mensen!” zei Qiuri en ik zag dat hij een luik in de grond open hield. Twijfelend ging eerst Khana de trappen af, waarna ik volgde en Qiuri als laatste het luik sloot. Zodra we beneden aankwamen, rook ik het eten al en mijn maag begon te knorren. Qiuri grinnikte even en zei: “Ik weet het, het ruikt heerlijk! Kom op, deze kant op!”, en hij wurmde zich langs mij en Khana. We volgden hem en kwamen aan bij een uitgehouwen kamer die vol met tapijten, lakens en kussens lag. “Dit is de woonkamer, ga al maar zitten hoor! Ik kom zo met het eten… Oh ja, Nick? De sake?” zei hij terwijl hij even op zijn hiel ronddraaide. Ik haalde de fles uit mijn rugzak en meteen griste Qiuri hem uit mijn handen, om keurend naar het etiket te kijken. “Hmmm, dat overleef ik nog wel, bedankt!” zei hij en hij verdween een gang in. “Nick?” vroeg Khana na een korte stilte en ik keek naar haar. “Hij is toch geen psychopaat of zo, mag ik hopen? Ik wil hier graag levend uit komen…”, zei ze en ik lachte even. “Nee, hij is gewoon… een nogal apart geval”, zei ik en ze glimlachte even.

Reacties (1)

  • Kaffaljidhmah

    ... Oeps. Heeft hij vleugels? Dat heb ik niet getekend op die levensweg.:S;)

    1 jaar geleden
    • Allmilla

      Ja hij heeft vleugels, maar dat is minder erg dan die kale yeti die je hebt getekend(A)

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen