Foto bij Hoofdstuk 79

wat vinden jullie???????
Kudo waardig??!!

Samen met Harry loop ik richting het kantoor van Omber het roze huppel trutje. Voor de deur blijven we staan en kijken we elkaar aan.
‘Wist je dat je ogen vandaag grijs zijn?’ Vraagt de jongen me waarop ik grinnik en knik. Ik open de deur van het kantoortje en ruik de zoet parfum lucht. Ik kijk om me heen en zie dat echt alles roze is. Haar thee, de suiker die er langs staat, de lijstjes van de schilderijen waar alleen maar katten in te zien zijn en ze hangen aan een lelijker baby roze muur. Vanaf vandaag haat ik de kleur roze. Ik heb de kleur nooit echt mooi gevonden, maar dit makt het er totaal niet beter op.
‘Jullie gaan strafregels schrijven. Jullie blijven schrijven totdat de zinnen helemaal tot jullie zijn doorgedrongen.’ zegt de vrouw met een ondeugende kille lach. Dit zegt totaal niets goeds! Harry en ik gaan beide aan een tafeltje zitten en kijken naar de vrouw. De vrouw legt op mijn en Harry zijn tafel een bruine aparte veer. Zodra ik de veer vasthou voel ik dat hij behekst is.
‘Meneer Potter jij schrijft de zin: Ik mag niet liegen.’ Zegt de vrouw waarop Harry knikt en begint te schrijven. Zodra zijn eerste zin op het blad staat zie ik de pijn op zijn gezicht. De vrouw richt zich tot mij en lacht naar me met een zelfvoldane lach. Ze is een monster! ‘Voor jouw geld de zin: Ik ben een monster.’ Zegt de vrouw en gaat dan aan haar bureau zitten. Ik zet de veer op het blad en begin langzaam te schrijven. Een snijdend gevoel gaat er over de rug van mijn hand. Het prikt en brand. In een woord voelt het vreselijk. Ik kijk voorzichtig naar mijn hand en vaag zie ik de tekst op mijn hand staan.

Ik ben een monster.

Ik blijf de zin op het blad schrijven en de zelfde zin op mijn hand word ook steeds duidelijker. De zin begint ook steeds meer te branden en te prikken en zodra ik eindelijk bij mijn honderdste zin aan kom bloed hij zelfs. Ik laat de veer uit mijn hand vallen en druk mijn hand dan op de tekst. Pijnlijk kijk ik naar de vrouw die een zelfvoldane glimlach op haar gezicht heeft.
‘Is de boodschap tot jullie doorgedrongen?’ Vraagt ze waarop ik vlug knik en samen met Harry het lokaaltje uit loop. Zodra we aan het einde van de gang staan houd ik stil en draai me naar Harry toe. De jongen heeft een zelfde pijnlijke houding en pakt voorzicht mijn hand vast. Hij kijkt naar het zinnetje en lacht zwak naar me.
‘Het doet pijn hè?’ Vraagt hij me waarop ik zwak knik en een traan uit mijn oog hoek voel glijden. Het doet vreselijk veel pijn. ‘We zeggen niks tegen Perkamentus. De man heeft al genoeg aan zijn hoofd. We zullen dit op een ander manier moeten oplossen.’ Zegt de jongen waarop ik knikt. Ik was ook zeker niet van plan om dit tegen iemand te zeggen. Niemand hoeft deze tekst te lezen!

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen