VERLEDEN


June keek over haar schouder toen ze een portier hoorde dichtslaan. Met grote stappen zag ze Juan Carlos bij de auto vandaan benen, terwijl zijn broer hem wat nariep door het open raam. Hij botste tegen verschillende mensen aan die naar hem omkeken, maar hij negeerde iedereen.
      Ze bleef staan. Als ze ergens een hekel aan had, was het aan gepest. Het waren dan wel zijn vriend en zijn broer die dat deden, maar dat maakte dat ze juist nog meer met hem te doen had.
      En zij was ook nog eens de reden dat ze hem uitlachten, dat was haar nu wel duidelijk. Ze durfde het amper te geloven, maar als ze gewoon een willekeurig meisje in zijn ogen was geweest die hij in de zeik wilde nemen, dan hadden zijn vriend en broer niet zo gereageerd – en dan was hij er zelf ook niet zo boos om geworden. Een tintelend gevoel schoot door haar buik, en haar gedachten flitsten weer terug naar de gang, waar ze net tegenover elkaar hadden gestaan en waar hij haar mee uit had gevraagd. Ze hoefde niet eens haar ogen te sluiten om de rug van zijn wijsvinger langs haar wang te voelen.
      Eigenlijk wilde ze achter hem aan gaan, gewoon om ervoor te zorgen dat hij zich er niet zo rot over voelde. Maar wat moest ze tegen hem zeggen? Dat ze gevoelens voor hem had? Dat ze toch met hem naar het bal wilde gaan? Ze wist nu al dat ze dicht zou klappen zodra ze in zijn buurt was. Toch had hij het vandaag twee keer voor haar opgenomen, eerst toen Emilio haar vervelende vragen stelde en net toen zijn broer hetzelfde wilde doen. Ze wilde iets terugdoen, ze voelde zich gedwóngen om iets terug te doen.
      ‘June? Kom, loop nou door. Juan is weg, als Mateo je zo ziet staan gaat hij alleen maar vervelendere dingen naar je roepen.’ Opnieuw sloten haar vingers zich om Junes pols, maar deze keer trok ze haar arm los.
      ‘Sorry,’ zei ze zacht tegen haar vriendin. ‘Ik vind hem leuk, Beth, ik kan er niets aan doen. Ik weet dat je zijn broer haat. Maar hij… hij is anders. Anders had hij zelf ook wel zoiets naars naar me geroepen.’ Nerveus stopte ze een pluk haar achter haar oor. ‘Ik voel me er rot over als ik net doe alsof ik niet gezien heb dat hij is weggelopen. Als ik hem niet had afgewezen, hadden ze hem niet zo zitten jennen.’
      Beth slaakte een diepe zucht. ‘Als zijn vrienden zo zijn, denk je dan niet dat hij zelf diep vanbinnen ook zo is? Hij gaat je hart breken, June. Waarom zou je dat jezelf aandoen? Katie… Katie dacht ook dat Mateo anders was dan zijn vrienden. Maar hij was het ergst van allemaal.’
      June wierp opnieuw een blik over haar schouder. Juan Carlos was al bijna uit zicht verdwenen. ‘Ik zal niet vergeten wat er met je zus is gebeurd, Beth, echt niet, en ik denk dat het beter is dat we niet met elkaar naar het bal gaan. Maar… maar nu gewoon naar huis gaan voelt ook niet goed. Ik wil gewoon… ik wil niet dat hij zich rot voelt. Niet om mij.’
      Ze glimlachte een beetje spijtig naar haar vriendin, trok toen haar arm los en haastte zich de parkeerplaats over – maar met een boog om de blauwe auto heen.

Haar benen deden pijn doordat ze zo hard mogelijk liep zonder te rennen. Ze ging het nauwe straatje in waar ze Juan Carlos in had zien verdwijnen en liep iets op haar tenen om te kijken of ze hem nog zag. Een meter of vijftien voor haar zag ze hem. Als ze hem nu riep, zou hij het horen.
      Maar ze durfde het niet.
      De twijfel speelde weer op. Misschien wilde hij haar wel helemaal niet zien. Misschien gaf hij zijn vrienden inmiddels wel gelijk en zag hij in dat ze verre van interessant was. Ze was niet zo knap als al die andere meisjes en het ontbrak haar aan het zelfvertrouwen dat zij hadden.
      Juan Carlos bereikte een stoplicht dat op rood stond. June zag dat als een teken dat ze moest doorzetten en dus stapte ze verder. Haar hart sloeg fanatieker in haar borstkas bij iedere stap die ze zette. Nog vijf stappen, nog drie… ze bad stilletjes dat het stoplicht op groen sprong. Dat gebeurde niet.
      June bleef een meter achter hem stilstaan. Moest ze hem aantikken, zijn naam noemen? Ze kon zich niet verroeren, zelfs haar tong lag als een dood gewicht in haar mond.
      Plotseling draaide hij zich om. Zijn ogen sperden zich open toen hij haar zag en June zette geschrokken een stapje achteruit. Ze stamelde een paar onsamenhangende lettergrepen terwijl de hitte haar gezicht overnam.
      ‘June…’ stamelde ook hij – al wist hij er in elk geval een naam uit te krijgen. ‘Ik… wat… sorry…’
      Zijn wangen waren net zo rood als die van haar moesten zijn. Het zag er zo lief uit dat er in haar buik iets explodeerde – iets zachts, iets prettigs. Verlegen sloeg ze haar handen om haar schouders. Zeg iets tegen hem, June. Kom op.
      Maar haar hoofd was leeg. Alle gedachten vloeiden weg. Ze keek hem verloren aan, opeens wensend dat ze nooit achter hem aan was gegaan. Het was alsof iedereen naar haar keek, alsof ze haar allemaal uitlachten.
      Net zoals Emilio en Mateo hadden gedaan.
      Zoals Juan Carlos zou doen, als hij bij zinnen kwam. Als hij zich realiseerde dat ze helemaal niet zo leuk was als hij dacht.
      Hij wreef in zijn nek en wendde zijn blik af. Het stoplicht was inmiddels op groen gesprongen, maar daar besteedde hij geen aandacht aan.
      ‘Sorry. Ik dacht heel even dat je – nou ja, dat je me achter na was gekomen. Wat natuurlijk nergens op slaat. Het is gewoon toevallig dat je hier ook stond. Ik dacht opeens je geur te herkennen en toen draaide ik me om en…’ Hij haalde diep adem. Zijn wangen werden nog een tint roder. ‘En nu zeg ik allemaal stomme dingen. Sorry. Ik zal je met rust laten en hoop dat mijn vrienden en broer dat ook doen.’
      Dacht hij mijn geur te herkennen?? June voelde hoe de verbijstering haar lippen een stukje uit elkaar dwong. Zijn geur was onmiskenbaar, iedere keer dat hij dichtbij was bedwelmde die haar. Maar ze had nooit verwacht dat het ook andersom zo zou zijn. Ze droeg geen parfum, niets bijzonders behalve haar deodorant.
      June realiseerde zich dat ze nog stééds niets had gezegd terwijl Juan Carlos op zijn minst probéérde er iets van te maken.
      ‘Ik – ik stond hier niet toevallig.’ Ze slikte moeizaam. Waarom was het zo verdraaid moeilijk om tegen hem te praten? Ze had het idee dat ze bij iedere ademtocht dreigde te stikken. ‘Je leek overstuur toen je wegliep. En ik – ik wilde niet dat je je rot voelde. Vanwege mij.’
      ‘Vanwege jou?’ Hij deed een stapje dichter naar haar toe en keek haar recht aan. June voelde hoe het zweet haar uitbrak. ‘June, jij laat me me nooit rot voelen. Behalve gisteren dan,’ mompelde hij erachteraan. ‘Maar dat was mijn eigen schuld. Ik had je nooit mee moeten vragen.’
      June beet op haar onderlip. Hij was zo lief. Plotseling verlangde ze weer naar zijn aanraking en wenste ze dat hij opnieuw haar wang zou strelen. Nerveus stopte ze een pluk haar achter haar oor en toen ze niet wist waar ze haar hand daarna moest laten, frunnikte ze aan haar ketting. Het was een grof, rond zilver plaatje waar het Japanse symbool voor hoop op stond. Ze had het van haar vader gekregen, vlak nadat haar moeder met haar ziekte was gediagnosticeerd. Ze vroeg zich af of hij toen al geweten had dat ze er uiteindelijk helemaal alleen voor zou komen te staan.
      Ze schudde de herinnering van zich af en richtte zich weer op Juan Carlos. Schichtig keek ze hem aan. Hoe zou het zijn, om met hem naar het bal te gaan? Als hij haar vasthield tijdens het dansen, als ze misschien wel zouden kussen? Kriebels schoten door haar lijf. Haar lippen voelden droog, maar ze durfde ze niet te bevochtigen. Niet nu hij zo dichtbij stond.
      ‘Ik…’ Haar stem stierf weg. Ze wist niet wat ze moest zeggen. Zijn ogen sperden zich iets open terwijl hij haar afwachtend aankeek. Ze boog haar hoofd weer, beschaamd omdat ze niet eens een fatsoenlijke zin tegen hem kon uitspreken.
      Ze hoorde zijn voeten over de grond schuifelen. Hij ging vast weg. Ze deed ook zo raar…
      ‘Heb je eh… heb je zin om een ijsje te halen?’
      June voelde haar hart haperen. Hoe was het mogelijk dat hij haar nog steeds niet zat was? Ze had het echter loeiheet, dus een beetje verkoeling kon geen kwaad. Al ging haar lichaamstemperatuur waarschijnlijk niet naar beneden zolang hij bij haar in de buurt was en het idee om aan een ijsje te likken waar hij bij was, vond ze ook gênant. Hardnekkig blijven zwijgen was echter ook stom, dus ze keek weer voorzichtig naar hem op. ‘O-oké.’
      Een gigantische glimlach verspreidde zich over zijn gezicht en een beetje overdonderd staarde ze ernaar. Een diepe warmte borrelde in haar op en opeens wilde ze hem aanraken, alsof ze moest voelen dat dit geen dagdroom was en hij echt zo naar haar lachte.
      Ze hield haar adem in terwijl ze als gehypnotiseerd haar duim naar zijn gezicht bracht en langs zijn onderlip streek. Ze hoorde zijn adem stokken en verschrikt trok ze haar hand terug en keek hem angstig aan. In zijn ogen zag ze haar eigen schrik weerspiegeld.
      ‘Sorry,’ stamelde ze. Haar lippen trilden doordat de zenuwen opeens door haar lijf schoten en de warme gevoelens die hij bij haar had losgemaakt, verjoegen.
      Zijn glimlach ging niet weg. ‘Tegen mij hoef je geen sorry te zeggen hoor. Ik – ik wil niets liever dan…’ Hij slikte en kneep zijn lippen op elkaar.
      In een flits dacht ze weer terug aan wat Emilio had gezegd: dat zijn vriend seks met haar wilde. Maar dat wilde ze helemaal niet, en ze wilde ook niet de indruk wekken dat ze daar wel aan toe was. Ze deed een stap bij hem vandaan, hem verward aanstarend.
      ‘Ik – ik moet naar huis.’ Ze wilde weglopen, maar net als gisteren gleden zijn vingers om haar pols. Het feit dat hij haar belemmerde om weg te gaan, deed haar aan zijn broer denken en ze verstijfde.
      ‘Mag ik je alsjeblieft op een ijsje trakteren? Gewoon, om het stomme gedrag van mijn vriend en broer een beetje goed te maken?’
      Ze boog haar hoofd en staarde naar zijn vingers rond zijn pols. Ze voelden ferm, maar niet dwingend en zijn duim streek zachtjes heen en weer. Weer verzamelden tintelingen zich rond zijn aanraking.
      Toen hij haar losliet en voor de zoveelste keer een verontschuldiging prevelde, voelde haar hele arm koud.
      ‘D’r is een Italiaanse ijssalon aan de overkant van de straat.’
      Zijn stem klonk kleintjes en June had het gevoel dat haar hart zou breken als ze het aanbod afwees. En dus ademde ze zachtjes uit en knikte ze. Hem opnieuw aankijken durfde ze niet, bang dat ze weer gevangen raakte in zijn glimlach. Een rilling kroop door haar heen. Wat had haar in vredesnaam bezield zijn lip te strelen? Was dat hem vanmiddag ook overkomen, toen hij haar wang streelde? Had hij net zo weinig zeggenschap over zijn eigen handelen gehad als zij?

Reacties (2)

  • NicoleStyles

    de titel van dit hoofdstuk is echt ontzettend mooi.
    en natuurlijk ship ik deze twee ^^

    4 maanden geleden
  • AmeranthaGaia

    Ik shop het echt heel erg!

    4 maanden geleden
    • Croweater

      Wat shop je graag? Ijsjes? :')

      4 maanden geleden
    • AmeranthaGaia

      Ship*
      Lang leve de autocorrect.

      4 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen