Foto bij H112: Naar zee ~ Nick

Na een volle dag rust waren we onze rugzakken en koffers aan het pakken. Gisteren waren Miyuki en Khana gaan winkelen om stranduitrusting te kopen, zoals handdoeken en een parasol. Terwijl ik mijn zonnebril in het zijvakje van mijn rugzak stak, kreeg ik bijna een déjà-vu gevoel. Ik had een vreemd voorgevoel, maar ik kon niet verklaren vanwaar het kwam. Misschien toch iets teveel gegeten vanochtend…

“Nick, heb jij toevallig het gele strandlaken ergens gezien?” vroeg Khana terwijl ze de kamer in kwam gewandeld. Ik keek even om me heen en zei: “Niet hier in ieder geval.” Ze zuchtte en keek nadenkend op zich heen. “Zijn jullie koffers al klaar?” vroeg ik terwijl ik mijn koffer sloot. Ze knikte even. “Ja, op het strandlaken na zijn we klaar”, zei ze en opeens leek ze een aha-moment te hebben. Ze deed een kast open en haalde er triomfantelijk het strandlaken uit. “Hebbes”, zei ze en ze deed de kast terug dicht. Ik zag dat het verband nog altijd rond haar hand zat en ik vroeg: “Hoe gaat het met je hand?” Ze keek er zelf even naar en zei toen: “Het gaat wel. Het doet nog wat pijn, maar de wonden zijn bijna volledig genezen. Ik heb het drankje niet kunnen maken omdat Miyuki de hele tijd bij me bleef praten…” Ik glimlachte even en deed mijn rugzak om.

“Nick?” vroeg Khana en ik draaide me om. “Is er iets? Je lijkt niet zo blij met deze reis te zijn…”, zei Khana en ik haalde mijn schouders op. Ik kon het zelf niet echt verklaren, ik wist enkel dat ik dat vreemde voorgevoel had dat me niet beviel. “Niets om je druk over te maken, enkel een vreemd gevoel”, antwoordde ik en ze glimlachte even. “Je had misschien die extra portie spek met eieren moeten laten liggen”, zei ze en lachte even om mijn verontwaardigd gezicht. Voor ik kon reageren, kwam Miyuki de kamer binnen gestormd terwijl ze zei: “Opschieten! Auto er al zijn!” Ze rukte het strandlaken uit Khana’s armen en liep terug gehaast de kamer uit. Khana schudde even grinnikend haar hoofd, waarna ze even op mijn schouder klopte en zei: “Probeer er gewoon wat van te genieten, het komt zeker goed”, en toen liep ze achter Miyuki aan. Ik hoopte dat ze gelijk had.

Tegen de avond kwamen we aan bij ons hotel, dat vlakbij het strand lag. We moesten enkel een straat oversteken en dan nog een straat door de duinen volgen, waarna je de zee kon zien liggen. Het was iets kouder dan in Tokio, maar nu kwam het goed uit; het was echt strandweer. Ik had een kamer apart gekregen, terwijl Miyuki en Khana een kamer deelden. Toen ik mijn spullen had opgeborgen, ging ik naar het raam en staarde even naar buiten. Het was nog vrij licht buiten en ik zag wat mensen heen en weer lopen. Ik glimlachte door een oude vervlogen herinnering die bij me op kwam. Toen hoorde ik geklop op mijn deur en ik draaide me om. “Ja?” zei ik in het Japans, aangezien ze hier niet al te goed Engels spraken. De deur ging open en ik zag Khana naar binnen kijken. “Kom je eten? Miyuki is al gaan rondkijken”, zei ze en ik knikte. “Ja, ik kom. Wat staat er op het menu?” vroeg ik en ze lachte. Had ik iets vreemd gezegd? “Wat is er?” vroeg ik verward en ze schudde haar hoofd. “Niets speciaal hoor”, zei ze en ik legde me er maar bij neer: ik had toch het gevoel dat ze niet ging antwoorden.

Ik keek met een zucht naar mijn kaarten en legde ze allemaal neer. Gewonnen… alweer. Logisch ook, ik speelde tegen mezelf. Het was al voorbij middernacht en iedereen sliep, behalve ik dus. Ik ging terug plat liggen met mijn armen gekruist onder mijn hoofd. “Wat kan ik nog doen…”, mompelde ik in mezelf en staarde naar het plafond. Opeens hoorde ik geklop op mijn deur en wantrouwig ging ik overeind zitten. Wie was daar? Toen ik niet meteen reageerde, klonk er nog eens geklop en ik stond op. Ik haalde mijn deur van het slot en deed open, om dan Khana te zien staan. “Mag ik?” vroeg ze voordat ik iets kon vragen. Wat was er op dit uur zo belangrijk dat ze ervoor wakker bleef? Ik liet haar binnen en deed de deur terug dicht. “Welk is er?” vroeg ik en ze gaf me een tijdschrift. “Ik heb iets interessant gelezen en voordat je met je ogen draait: het is geen beautysalon of zoiets”, zei ze en ik opende het. Er stond van alles in en ik keek haar verward aan. Moest ik me aan een dieet gaan houden of zo? “Pagina 7”, zei ze ik toen ik daar op uit kwam, fronste ik. “Wanneer werd dit uitgegeven?” vroeg ik en ze antwoordde: “Gisteren, dus de kans is groot dat hij er nog is.” Er verscheen een glimlach op mijn gezicht. Yes, toch nog wat actie… “Een ushi-oni, hier… Dat moeten we zien”, zei ik glimlachend.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen