Foto bij H115: Tsunami ~ Nick

Toen we terug in het hotel waren, ben ik meteen de douche in gegaan. David had gezegd dat hij morgen ook terug naar het strand zou komen met eventueel extra info. Dat zou handig zijn, want ik had heel de voormiddag rondgelopen om meer info te krijgen over die ushi-oni. Zoals David ook had gezegd: het was een wild wezen en zeker voor normale mensen kon het gevaarlijk worden. Ondanks al mijn moeite, was ik niet veel te weten gekomen. De ushi-oni was het laatst enkele kilometers verderop gesignaleerd en viel maar om de zoveel nachten aan. Ik had het vermoede dat hij één van de volgende nachten hier in de buurt ging aanvallen, maar ik was niet zeker. Ach ja, we zullen wel zien…

“Slaap wel”, zei Miyuki met een vermoeide glimlach en ging haar kamer binnen. Ik keek even naar Khana en trok mijn wenkbrauwen op; ik sliep niet, dus het klonk vrij raar wat ze net zei. Khana glimlachte even en haalde haar schouders op. “Succes met deze nacht te overleven”, zei ze toen en ik knikte glimlachend, waarna ik naar mijn kamer ging. Ik voelde nog even Khana’s blik op mijn rug branden, maar niet veel later hoorde ik de deur dicht gaan. Eenmaal in mijn kamer, begon ik te ijsberen. Er klopte iets niet, ik voelde het gewoon. Het voorgevoel bleef me maar teisteren en het was verergerd sinds we in de eetzaal waren aangekomen. Bijgevolg had ik niet veel gegeten en dat was Khana duidelijk opgevallen. Wat was er toch mis? Had ik iets over het hoofd gezien? Was er gevaar? Ik bleef piekerend rondwandelen, maar het voorgevoel verdween niet.

De volgende ochtend gingen we al vrij vroeg naar het strand, omdat Miyuki het beste plekje wou hebben. Ik liep wat achterop en Khana kwam naast me lopen. “Nick, wat is er? Je ziet er bezorgd uit”, vroeg ze en ik zuchtte. “Geen idee, ik heb gewoon continu het gevoel dat er iets ergs gaat gebeuren”, zei ik en we stopten. “Is dat nog steeds het gevoel van eergisteren?” vroeg ze en ik knikte. Ik zag haar even nadenkend naar de zee kijken en ik zag dat er al wat mensen op het strand zaten, tot groot ongenoegen van Miyuki. “Misschien beeld ik het me gewoon maar in”, loog ik en ze keek me twijfelend aan, maar zei toen: “Misschien, misschien ook niet. Vraag het anders straks aan David.” Ik knikte en we begonnen weer te wandelen. De zon steeg langzaam aan de hemel en onze schaduwen strekten zich voor ons uit. Opeens had ik de drang om iets te vragen, maar het leek een onzinnige vraag. Waarom zou ik dat vragen, als ik het antwoord al wist? Toch bleef die drang om het luidop uit te spreken daar en het maakte me heel ongemakkelijk. Uiteindelijk hield ik het niet meer en voor ik het wist, vroeg ik: “Waarom zijn we hier?”

Khana, die wat voor mij uit liep, draaide zich verward om en keek me aan. Toen leek het alsof ze iets had besloten en zei met een glimlach: “Vakantie, weet je nog? En trouwens, er ging hier ook het gerucht rond dat hier een ushi-oni zou rondzwerven…” Ze draaide zich terug om en opeens viel het me op dat ze een kleine tas bij had. Wauw, waarom merkte ik dat op? Ik was me ook plotseling heel bewust van de zonnebril die op mijn hoofd stond. Wat…? Er klopte iets niet, ik voelde diep vanbinnen dat er gewoon iets niet klopte. Het leek wel alsof dit eerder was gebeurd… Khana liep ondertussen verder en ik volgde, maar enkele meters voor het strand begon stond ik stil. Ik zag Khana gewoon verder wandelen terwijl twee kinderen achter haar voorbij renden. Er waren al veel mensen op het strand en ik wou verder gaan, maar het lukte niet. Ik kon niet meer vooruit of achteruit gaan, alsof ik versteend was. Ik wou Khana roepen, maar het lukte niet. Het leek ook alsof ze niet door had dat ik was blijven staan…

Opeens zag ik Khana even stil staan, waarna ze langzaam verder stapte. Haar wandelgang was veranderd en ik kon me nog steeds niet bewegen, laat staan roepen. Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen en ik voelde me machteloos. Iemand sprong plotseling op en gilde, waarna alle mensen in paniek recht gingen staan en probeerden weg te lopen. Het was één grote chaos en ik snapte waarom. Aan de horizon was er een donkere lijn verschenen die langzaam naar het strand kwam. Het leek alsof mijn hart een slag oversloeg en ik keek er met grote ogen naar. Een tsunami…

Het leek alsof ik terug wist hoe ik moest spreken en ik riep: “Khana! Kijk uit!” Mensen liepen in paniek langs mij heen, maar ik kon mijn benen er niet toe zetten om te bewegen. Ze reageerde totaal niet en knielde neer in het zand, om dan iets op te pakken. Ik zag hoe de donkere lijn van water op het strand afkwam en ik bleef Khana’s naam roepen, maar ze leek mij niet te horen. Waarom reageerde ze niet? Hoorde ze me niet? Zag ze de tsunami eigenlijk? Toen leken mijn benen weer naar mij te luisteren, maar zodra ik een stap zette, wist ik dat ik niet kon lopen. Het leek alsof mijn benen spaghetti slierten waren geworden en ik voelde een gevoel opborrelen dat ik hoopte vergeten te zijn. Net nu kwam het gevoel naar boven, op het moment dat ik het absoluut niet kon gebruiken. Mijn hartslag versnelde, net zoals mijn ademhaling. Ik haatte dit gevoel en toch kwam het net nu terug… Angst.

De golf werd groter en groter en toen zag ik Khana eindelijk opkijken. Met een ruk draaide ze zich om en keek mij angstig aan met grote ogen. Ik kon echter niet reageren en keek enkel naar de tsunami die bijna bij ons was. Ze zette nog enkele stappen naar me toe, maar leek ook te beseffen dat ze het niet ging halen. De golf sloeg op het strand en ik hoorde Khana mijn naam schreeuwen, waarna ik het water recht op me af zag komen…

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen