Foto bij 46.

‘Jij!’ siste Thorin die nu richting de groep kwam gelopen. Terwyn nam meteen een paar stappen terug. ‘Jij bedrieger! Jij vuil onderkruipsel!’ schoot de dwerg uit waardoor Terwyn zich steeds kleiner voelde, nooit had ze Thorin kwaad op haar weten zijn. Hij had daar ook nooit een reden voor gehad tot nu. Ze was een vuil onderkruipsel, ze zou bij haar geboorte moeten gestorven zijn, wie had haar zelf in leven gehouden, hoe durfde men haar naar Thror te brengen! ‘Ik wist het niet, ik wou dit niet!’ probeerde Terwyn zacht uit te brengen maar Thorin’s ogen schoten vuur. ‘Mijn hele familie is uitgeroeid door vuile orks en al die tijd leefde jij als ork onder ons!’ riep hij uit ‘Half ork, ik wou dit niet! Ik ben nog steeds Terwyn!’ probeerde het meisje maar nu leken ook de andere dwergen op afstand te gaan staan. ‘Verdwijn, je hebt ons jarenlang voor de gek gehouden!’ schreeuwde Thorin. ‘Maar jullie zijn al wat ik heb, jullie zijn mijn familie, ik zou jullie nooit kwaad doen!’ probeerde ze nog maar Thorin hief zijn zwaard ‘Ga weg! Jij bent niet te vertrouwen, je zal nooit familie zijn, je bent verbannen, zoek je soort!’ gromde hij terwijl hij op haar afstapte met zijn zwaard in de hand. Terwyn die doodsbang werd van zijn koude blik greep dan ook maar snel haar zwaard en zette het op een lopen richting de bergpas. Ze bleef lopen tot ze zwarte vlekken voor zich zag en met een klap tegen de grond viel. Haar hart bonsde in haar keel, haar hoofd voelde draaierig aan, maar hetgeen wat haar het meest stoorde was het intense verdriet binnenin. Telkens opnieuw zag ze Thorin’s verafschuwde blik, ze hoorde zijn harde woorden echoën in haar hoofd, het voelde alsof het haar aan stukken zou scheuren. Ze had niets meer, ze was verbannen, de dwergen waren bang van haar of keken op haar neer om wat ze was. Al snel zou ook koning Gror uitvinden wat ze was en dan kon ze ook daar niet meer terecht. Ze verafschuwde zichzelf, ze was een monster! Ze zou zich beter van de bergklif afgooien, of zichzelf laten doodvriezen, of terugkeren naar Erebor en hopen dat de draak haar een snelle dood gaf zodat ze bij Frerin en Teylin kon zijn als zij haar tenminste nog wouden zien. Allerlei verschrikkelijke mogelijke manieren om te sterven spookten doorheen Terwyn’s gedachten. Uiteindelijk bleef ze urenlang in de bergen liggen. Net zolang tot haar zoontje in haar hoofd begon rond te spoken. Wat zou hem overkomen? Wie zou voor hem blijven zorgen als Terwyn niet meer terugkwam, wie zou zelfs nog voor hem willen zorgen eens ze wisten dat hij een deel ork in zich had? Na zichzelf telkens dezelfde onoplosbare vragen gesteld te hebben stond Terwyn toch op en begon terug te keren richting de IJzerbergen. Ze mochten haar dan wel verbannen hebben, maar ze konden haar niet haar zoon afnemen! Hoewel ze eerst nog bang was geweest om het dwergengezelschap opnieuw tegen het lijf te lopen was er geen spoor van hen te bekennen. Terwyn zwierf dan ook alleen rond, toen ze al zo’n drie dagen non-stop richting het Groene Woud gestapt had kwam ze plots een huis tegen. Het huis stond bij de rand van een klein bos dat toch wat beschutting bood in de grote open vlaktes die eromheen lagen. Terwyn had geen idee van wie het huis was, geen elf daarvoor was de afwerking te ruw, geen dwerg want daarvoor was het huis veel te groot en stond te ver weg van de bergen. Een mens? Alleen in de wildernis? Terwyn besloot het huis nog wat te bekijken vanuit de bosjes. Ze kon toch niet bij een wildvreemde aankloppen en vragen voor eten en vers drinkwater. Terwyn zat uren in de bosjes het huis te begluren maar ze zag geen beweging, er was geen spoor van de inwoner. Mogelijks was hij niet thuis, op zoek naar eten, op avontuur of erger vermoord door de rondtrekkende orks? Het was wel een zonde om zo’n groot huis daar te laten vervallen. Zachtjes liep ze dichterbij en klopte aan, gewoon om zeker te zijn dat ze niet aan het inbreken was, ze was dan wel een eenzame dwerg, maar geen inbreker! Toen er niemand antwoorde of opendeed duwde Terwyn de deur voorzichtig open. Hoewel hij drie keer zo groot was als haar had ze toch niet veel moeite om er beweging in te krijgen, ze stak eerst voorzichtig haar hoofd eens binnen, als er toen nog niemand te bespeuren was deed ze de deur verder open en liep naar binnen. Het huisje zag er best gezellig uit, buiten het feit dat alles veel te groot was voor haar. Voorzichtig liep Terwyn het huis rond op zoek naar iets eetbaar of drinkbaar. Uiteindelijk vond ze liters melk van de koeien die in de stallen bij het huis stonden, honing van de bijen die rond het korven zoemden in de keuken. En nog wat groenten die hoogstwaarschijnlijk uit de moestuin voor het huis kwamen. Hoewel Terwyn veel liever vlees dan groenten at dacht ze niet bepaald dat het een goed idee was om een konijn, kip of zelfs koe te doden uit de stal. Ze nam dan maar een groot glas melk en begon wat op een wortel te knabbelen, net toen ze een stoofpotje van groeten wou opzetten hoorde ze voetstappen aan de deur. Onder licht gekraakt werd de deur plots geopend waardoor Terwyn geschrokken de pot met groeten liet vallen. Deze kwam met een knal op de grond terecht waarbij alles gelukkig wel nog mooi in de pot zat. Terwyn keek echter niet meer naar de pot, haar ogen waren op de gigantische grote man gericht die het huisje binnenstapte en nu ook geschrokken naar Terwyn keek.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen