Foto bij 52.

Terwyn bleef uiteindelijk drie dagen in Rivendel om tot rust te komen. Deze plaats leek wonderen te doen met haar, alsof Elrond haar opnieuw aan het helen was maar deze keer niet op fysiek vlak maar op mentaal vlak. Ze voelde de zware druk die op haar schouders viel wegvallen, alle pijn van het verleden, de afkeer voor zichzelf en het gemis naar een thuis ver vaagden alsof ze er nooit geweest waren. De vierde ochtend stond Terwyn dan ook weer klaar om afscheid te nemen en verder te reizen om de rest van Midden Aarde te ontdekken zoals ze altijd al wou. Wat ze niet besefte was dat er ondertussen 5 dwergen achter haar aankwamen door de Nevelbergen, 5 dwergen gestuurd door Thorin, geen van hen had een idee waar ze exact was. Ze liet ook geen sporen na, maar sinds ze laatst gezien werd bij de bergketen was erdoor gaan hun beste kans. Na een uitgebreid ontbijt en nog veel succes wensen van zowel Elrond als Arwen, Elrohir, Elladan, Uthred en de andere waar ze de afgelopen dagen veel tijd mee doorbracht, vertrok Terwyn met de zon mee verder richting de zee. Die avond kwamen de dwergen die door Thorin gestuurd werden aan in Imladris, ook zij werden verwelkomd door Elrond die in eerste instantie droevig was om te moeten meedelen dat Terwyn geloofde dat ze niet meer welkom was bij de dwergen en daarom Midden Aarde rondtrok. Uiteindelijk zag hij er ook het positieve van in, ze was eindelijk vrij om te doen waar ze als kind al van droomde, ze was vrij om de wereld te zien. Ze was nooit helemaal dwerg geweest en was niet bedoeld om op 1 plaats te blijven hangen. Nadat hij de dwergen wel meedeelde welke kant ze op ging bood hij hen nog wat te eten aan en zag hen ook hoopvol vertrekken in de richting ven Terwyn. Toch reisde het gezelschap dagen zonder spoor, Terwyn was licht geladen en trok snel over het landschap, niet via de simpele paden maar over heuvels en bergen maakte ze haar eigen weg. De dwergen geloofden al snel dat Elrond spelletjes met hun aan het spelen was en hun de verkeerde kant op stuurde, toch moesten ze doorgaan ‘Al moet je heel Midden Aarde doorkruisen, vindt Terwyn!’ had Thorin hen gewaarschuwd. Terwyn trok over heuvels en door verlaten bossen tot ze in een dorp genaamd Bree aankwam, hier leefden zowel mensen als halflingen, het leek een belangrijke stopplaats voor veel reizigers uit alle uithoeken van Midden Aarde. Ze verbleef kort in een herberg genaamd The Prancing Pony. Hier vonden alle reizigers een lekker pint, een goed avondmaal en een warm bed voor ze verder trokken en zo ook Terwyn. De uitbater was geen al te nieuwsgierig man en stelde Terwyn ook geen vragen over haar afkomst of het doel van haar reis. Ze vond het wel leuk om weer even zo ongezien rond te kunnen lopen in een dorp. Iedereen was hier al gewoon van dwergen of gelijk wel soort wezens te zien voorbijkomen en niemand keek dan ook vreemd naar de dwergenvrouw. Na in de ochtend nog wat eten gekocht te hebben op de markt verliet Terwyn het stadje van Bree weer en liep het heuvelachtig landschap genaamd Hobbiton op. Terwyn had nog nooit een Hobbit gezien en had ook geen idee hoe ze zich een hobbit moest voorstellen, tot er plots een dorp vol Hobbits opdook. Hoewel Terwyn al verliefd was op het mooie heuvelachtige landschap met de kleurrijke huisjes die in de heuvels gebouwd waren met ronde deurtjes en ramen, moest ze toegeven dat de hobbits ook niet mis waren. Ze hadden wel wat vreemde voeten, die waren immens groot en hadden een bos haar erbovenop en ook hun oren waren wel wat groot en puntig. Toch straalden ze warmte en vriendelijkheid uit. Op het eerste zicht leken ze niet goed te weten wat ze moesten aanvangen met Terwyn, ze kregen namelijk niet zo vaak bezoek van buitenstaanders. Maar uiteindelijk waren er wel een aantal nieuwsgierige zielen die haar vroegen of ze haar konden helpen onderweg, of ze een slaapplaats zocht en of ze wat te eten of te drinken wou. Terwyn werd dan ook door een wat oudere hobbit naar de Green Dragon Inn geleid, dit was een herberg die er op het eerste zich wat uitzag als The Prancing Pony. Alleen was het een stukje groter, waren de deur en ramen felgroen en zat het binnen vol met hobbits. Vrolijke hobbits, die bier dronken, broodjes met kip of vis of andere garnituren aten. Terwyn leek niet anders te kunnen dan te lachen in deze vrolijke plek. Nadat ze zelf een pint vroeg met een brood en kip nam ze plaats aan een tafeltje bij het raam en wachtte op haar lunch. Ze zat er even alleen na te denken over haar reis tot nu toe en hoe ze eigenlijk wel genoot van de vrijheid. Veel tijd tot nadenken kreeg ze echter niet want al snel stond er een jonge hobbit heer aan haar tafel ‘Sorry voor het storen juffrouw, maar ik zag u hier zo alleen zitten, is het ok als ik u kom vergezellen?’ vroeg deze zo beleefd dat Terwyn niet anders kon dan toestemmen, de hobbit zag er niet slecht uit ook uiteindelijk. Hij had vrolijk blond krullend haar en mooie blauwe ogen die goed pasten bij de grijze overjas die hij droeg. ‘Komt u vanuit de Blauwe Bergen?’ vroeg de hobbit waarna Terwyn haar hoofd schudde ‘Vanuit de IJzerheuvels heer, wel eigenlijk Erebor, maar die berg is niet meer bewoonbaar jammer genoeg, ik trek nu wat rond’ verklaarde ze openlijk aan de hobbit. Hij zag er zo vertrouwd uit dat ze zonder rem durfde spreken, iets wat niet vaak gebeurde. ‘Oh jeetje niet meer bewoonbaar? Hebben de dwergen te diep gegraven dan?’ vroeg de hobbit bezorgd waarna Terwyn toch even lachte om zijn uitdrukking en dan opnieuw haar hoofd schudde. ‘Erebor werd ingenomen door een draak, maar eigenlijk weet ik niet of ik jou dat allemaal wel mag vertellen!’ zei Terwyn toen die zich opeens bedacht dat hier mogelijks toch bepaalde wezens met slechte bedoelingen rondliepen. Ze mocht niet te veel info over de berg prijsgeven straks zouden andere hun ogen op de berg richting en raakten Thorin en zijn familie nooit meer thuis. ‘Oh geen zorgen juffrouw ik ga nooit uit Hobbiton, ik zou niet weten waar die berg ligt of zo. Maar wauw een draak wat een geluk dat u nog leeft juffrouw…’ sprak de hobbit voor hij even stil bleef ‘Hoe onbeleefd van mij ik vroeg u naam nog niet!’ zei hij toen waarna Terwyn opnieuw lachte ‘Oh Terwyn, mijn naam is Terwyn en u bent?’ sprak ze waarna de hobbit knikte met een glimlach ‘Aangenaam Terwyn, ik ben Gorbadoc Brandybuck!’ stelde de Hobbit zich voor. ‘Blijft u een tijdje bij ons in Hobbiton?’ vroeg hij toen waarna Terwyn nog even naar buiten keek en rondkeek in de Green Dragon voor ze knikte ‘Ik zou graag nog even blijven!’ Zei ze toen waarna Gorbadoc knikte ‘Wel moest u iets nodig hebben of een vraag hebben u mag mij altijd komen opzoeken. Ik woon hier op het einde van het pad de heuvel op in de eerste blauwe deur!’ Zei hij enthousiast, Terwyn knikte dankbaar en kreeg dan net haar bier en maaltijd geserveerd waarna Gorbadoc haar rustig liet eten en zich terugtrok naar zijn werkplaats. Terwyn zelf bleef nog een tijd in de Green Dragon zitten alvorens ze wat op ontdekking uit ging in Hobbiton, ze bezocht de markt, liep over de paden die naar de kleurrijke ronde deurtjes leiden, en ging tot over het water en in het bos. Na lang rondgewandeld te hebben keerde ze terug naar de Green Dragon en kroop voldaan in bed.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen