Foto bij 53.

Terwyn verbleef bijna een week in Hobbiton en was sinds dag twee dagelijks te gast geweest bij Gorbadoc en zijn gezin. De Brandybucks waren een gezellig gezin van 7 kinderen. Gorbadoc en zijn vrouw Mirabella Took woonden al hun hele leven samen in hun huisje en hun kinderen begonnen langzaam op leeftijd te komen om het huis te verlaten. De oudste was Rory, hij had een zus genaamd Amaranth, dan was er nog Primula, Saradas, Dodinas, Asphodel en Dinodas. Elk hadden ze zo’n verschillend karakter, iedereen was wel benieuwd naar de verhalen die Terwyn hun te vertellen had over haar avonturen in Middel Aarde. Maar Amaranth was daarin wel het meest geïntereseerd, Rory op zijn beurt was dan weer helemaal gek op verhalen over de gigantische vuurdraak die naar Midden Aarde kwam en de berg verooverde, Saradas hield meer van verhalen over de elfen, Primula wou graag de bergen en zee zien. En zo had ieder zijn favoriete stukje. Amaranth bleef urenlang dagdromen over de verhalen, ze wou overal achter Terwyn aanlopen om zo nog meer verhalen te horen te krijgen. Op hun uitjes tezamen door Hobbiton vertelde Amaranth af en toe zelf over haar avonturen, over hoe ze eens tot dagenlang weg was met haar zus Primula. Toen waren ze samen naar Bree getrokken en verbleven daar in dezelfde Herberg als Terwyn toen ze daar was. Toen ze terugkwamen was hun vader uiteraard wel razend en was de halve hobbitbevolking naar hun op zoek. Maar het was het waard volgens de zussen. Amaranth vond haar rust in de bossen, tussen bloemen en dieren, terwijl Primula gek was op water. Zij ging wel eens met een boot de rivier op, hoewel de meeste hobbits bang waren van water werd Primula er net door aangetrokken. De manier waarop de boot op het water dreef, de reflecties van zichzelf zien in het water en de kleine golfjes die ze kan maken door haar vinger of een ander object het wateroppervlak te laten raken. Amaranth begreep het niet zo goed maar vond het wel leuk dat haar zus ook wat avontuurlijk was. Uiteindelijk verzekerde Terwyn dat het net heel goed was om avontuurlijk te zijn en uitdaging op te zoeken, zolang het veilig bleef uiteraard. Tegelijk wou ze ook wel het moeder type zijn en waarschuwde Amaranth dat ze het echt goed had thuis en dat ze die veilige en gezellig omgeving nooit mocht opgeven. Dit had Amaranth onthouden en hoewel ze altijd graag op wandelingen door de bossen bleef gaan heeft ze nooit officieel het hobbithol verlaten. Ze spendeerde haar dagen tussen bomen en bloemen en kwam in de avonden thuis voor de warme haard om neer te schrijven wat ze die dag allemaal gezien en beleefd had. Na een week had Terwyn het gezin dus goed leren kennen en kende ook Hobbiton al een stuk beter, ze had dankzij Gorbadoc zelf een job kunnen krijgen bij een smid om zo geld bij te verdienen. Zo liep ze op een ochtend weer op de markt toen ze plots dwergen over de brug zag lopen. Ze herkende meteen, Dwalin en Morin waardoor ze zich achter een kraam verstopt en diep in en uit probeerde ademen om kalm te blijven en een plan te bedenken. De paniek raasde door haar lichaam waardoor ze niet in staat leek een plan te bedenken. Amaranth was dan ook degene die haar uit de nood kwam redden ‘Wat doe jij hier?’ vroeg ze lachend toen ze Terwyn zo weggedoken zag staan. ‘Oh meisje help me!’ zei Terwyn dan ook meteen waarna ze haar problematische situatie snel probeerde uitleggen. Amaranth leek net heel kalm te blijven en riep haar broer Rory en zus Primula al snel bij haar ‘Jullie moeten even mee met mij Terwyn dekking geven!’ beviel ze hen waardoor de twee haar even vreemd aankeken, maar haar wel volgden terwijl Terwyn zich bleef verstoppen. Ze zag de drie zelfzeker naar de dwergen stappen waarna Amaranth hen vrolijk begroette. De dwergen leken ook duidelijk onder de indruk van Hobbiton en waren zo druk aan het rond kijken dat Terwyn wel wat dichterbij durfde sluipen. Zo kon ze meteen horen wat er gezegd werd. ‘Kan ik jullie helpen met iets?’ vroeg Amaranth vriendelijk waardoor de Dwergen knikten ‘We zijn op zoek naar een dwergenvrouw die op haar eentje rondtrekt, haar naam is Terwyn, ze is een jonge vrouw, heeft een volle bos roodbruin krullend haar, mooie felblauwe ogen, hebben jullie iets gezien?’ vroeg Morin. Primula deed alsof ze heel diep moest nadenken. ‘Uh ja’ zei Amaranth dan ook waardoor Terwyn bijna weer in paniek schoot, zou het meisje haar nu verraden. ‘Waar vinden we haar?’ vroeg Dwalin toen op harde toon waardoor Terwyn een stap terugnam achter een kraam. Bijna dacht ze dat dit haar laatste dag zou zijn en de dwergen haar hier in zo’n vredig land zouden doden. Gelukkig was Amaranth haar helemaal niet aan het verraden en vertelde de dwergen dat ze gisterenochtend verder getrokken was. Ze verzekerde hen dat ze aan niemand wou vertellen wie ze exact was of wat haar plannen waren. Primula knikte ‘Toch zonde zo’n jonge vrouw alleen op pad, ik geloof dat ze naar de Blauwe Bergen trekt, of nog verder naar de zee!’ sprak ze waarna de dwergen zuchten. ‘Goed dan moeten wij ook verder’ spraken ze haastig waarna Amaranth knikte ‘U mag hier altijd terugkomen, we hebben een herberg, eten, drinken genoeg!’ sprak ze maar de dwergen schudden hun hoofd ‘Nadat onze taak voltooid is gaan wij huiswaarts, de bergen zijn onze thuis’ verzekerden ze haar voor ze zich omdraaiden en weer de brug overliepen. Terwyn kon bijna niet geloven dat ze er zo makkelijk vanaf was gekomen, hoe kon ze die jonge hobbits ooit bedanken. Na hun bijna plat gedrukt te hebben in een stevige omhelzing trok ze terug naar haar kamertje in de herberg en ging daar nog even nadenken over wat er zonet gebeurde. Was Thorin echt zo kwaad dat hij dwergen achter haar aan stuurde om haar te laten vermoorden. Dat moest hun taak geweest zijn, waarom anders kwamen ze naar Hobbiton vragen naar haar. Ze waren vast al naar Elrond gegaan hiervoor, dit zat niet goed. De droevige gedachten speelden meteen weer op en het besef dat Terwyn nooit meer naar haar thuis of familie zou kunnen terugkeren woog zwaar op haar schouders.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen