Foto bij Hoofdstuk 94

zijn er meningen?

‘Rox, ze maken zich zorgen om je. Je bent al weken aan het rondreizen en je hebt nog niks van jezelf laten horen. Ze maken zich vast zorgen om je.’ Piept Ice in mijn oor. Ik zucht zachtjes en verschijnsel naar de Wegisweg. Overal om me heen is het donker en kil. Bijna alle winkel zijn gesloten. ‘Word het niet tijd dat je naar huis gaat?’ vraagt ze me waarop ik zucht.
‘Ice, ik heb geen huis meer. Sirius is dood, Severus mag ik zo minmogelijk mee praten en Perkamentus is te druk.’ Zeg ik.
‘En de Wemels dan? Ga naar het nest daar zal je veilig zijn.’ Zegt ze waarop ik zwak knik en opnieuw een zucht mijn mond laat ontglippen. ‘Waar wacht je dan op?’ vraagt ze me waarop ik glimlach en voor me kijk. voor me staat een gigantisch gebouw. Het is paars geverfd en de vreugde spat er van af. Het is ze gelukt! Fred en George Tovertweelings Topfopshop. Langzaam betreed ik de winkel en een vlaag vaan warmte, drukte en vreugde overvalt me.
‘Kom maar, kom maar. We hebben lekkere Zwijmzuurtjes. Neusbloednoga en net op tijd voor school, Braakbabbelaars.’ Bulderen de stemmen van beide jongens door de winkel heen. ik kijk verbijsterd om me heen door de hoeveelheid spullen en zie dan uit het niets George. De jongen bekijkt me van top tot teen en begint breed te glimlachen. Zijn broer volgt zijn blik en kijkt dan precies het zelfde. Langzaam loop ik richting de trap en de jongens stormen de trap af en nemen me in hun armen
‘Ik heb jullie zo gemist!’ Roep ik uit.
‘Wij jou ook!’ Roepen ze tegelijk terug. Ze laten me los en trekken me de winkel door.
‘Hoe vind je het?’ Vraagt Fred na de rondleiding. Ik glimlach breed naar ze en knik.
‘Jullie droom is uitgekomen en het ziet er prachtig uit.’ Zeg ik waarop ze breed beginnen te glimlachen.
‘Kunnen we ergens mee helpen zus?’ Roepen ze waarop ik ze verbaast aan kijk.
‘We kennen je nu zo lang. Je voelt voor ons aan als ons kleine zusje.’ Zegt George waarop Fred heftig met zijn hoofd begint te knikken om het te verduidelijken.
‘Dus nu gaan we je ook zo noemen.’ Verduidelijkt Fred hem. Ik grinnik zachtjes en knik.
‘Bedankt Jongens, maar ik heb niks nodig. Ik wilde jullie gewoon opzoeken. Ik ga nu naar jullie moeder toe.’ Vertel ik ze waarop ze knikken en lachen.
‘Vertel mam even dat we goed voor ons zelf zorgen.’ Zegt George waarop ik knik. Ik word in een zwarte draaikolk getrokken en land op een groot groene grasveld. Ik loop langzaam naar het huis wat er staat en open de deur.
‘Hallo, is er iemand thuis?’ Roep ik door het huisje heen. Meteen hoor ik gehobbel op de trap en Molly komt verbaast de keuken in rennen.
‘Roxy meisje toch. Wat leuk je weer te zien!’ Roept ze blij uit. Ik glimlach en knik.
‘Dat is wederzijds.’ Zeg ik en ze begint te lachen. Ze knikt en wijst naar boven. ‘Kan ik mis…’
‘Je kunt op Charlie’s kamer slapen je weet waar hij is.’ onderbreekt ze me waarop ik vlug knik en naar boven ren. Ik gooi de deur van Charlie zijn kamer open en zie de jongen op zijn bed zitten. Verbaast kijkt de jongen me aan waarop ik zwak naar hem glimlach. Voorzichtig spreid hij zijn armen en vlieg ik er in. Waarom kent hij me zo goed?
‘Ik ben zo blij je weer te zien.’ snik ik zachtjes tegen zijn schouder. Hij houd me stevig vast en ik voel hoe hij knikt.
‘Ik jou ook lieverd.’ Fluistert hij zachtjes. ‘Gooi het er maar uit. het meeste heb ik al gehoord maar ik wil alles van jou horen.’ Zegt hij waarop ik knik en snikken mijn mond laat verlaten. De jongen houd me stevig vast, houd me bij elkaar.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen