Sorry guys, ik dacht dat ik deze al 3 dagen geleden op actief had gezet!


Toen Nathan eventjes later het huis verliet, met twee verkochte horloges en alle informatie die hij nodig had, voelde hij niet het geluk dat hij moest voelen. Voor het eerst in jaren kon hij zich enkel schuldig voelen. Mevrouw Favre en haar dochter waren oprecht goede mensen en de leugens die hij hen voedde, voelden simpelweg verkeerd.
Nathan liep naar de koets, begroette Miguel en ging in het rijtuig zitten. De nacht was ondertussen gevallen en zodra Miguel de paarden in beweging zette, keek Nathan naar de slapende stad rond zich. Terwijl de gebouwen aan hem voorbij flitste, dacht hij aan zijn avond, de muziek en het paar lichte ogen waaraan hij nooit zou kunnen wennen.
Opeens werd Nathans blik opgevangen door een fel licht in de duisternis. Het gonsde en verlichtte een groot deel van de stad.
Nathan klopte op het raampje, dat hem scheidde van Miguel. Daarna deed hij het open en vroeg: ‘Miguel, heb je het gezien?’
‘Moeilijk te missen,’ bromde Miguel.
‘Kan je daarheen rijden?’
Miguel fronste. ‘Ben je zeker?’
‘Misschien hebben er mensen onze hulp nodig.’ Miguel knikte en spoorde de paarden aan om de andere richting uit te lopen. Nathan keek ondertussen door zijn raampje, naar het licht dat steeds groter en feller werd.
‘Verder ga ik niet’ riep Miguel na een tijdje naar Nathan. ‘De paarden worden er onrustig van.’ Nathan knikte en kroop uit het rijtuig, waar hij Miguel vroeg om op hem te wachten. Daarna rende hij richting de straat die hij maar al te goed kende.
Een grote groep mensen had zich daar ondertussen verzameld, voor de de villa die in lichterlaaie stond. De knoop in Nathans maag verstrakte toen hij de gebouwen telde, het eerst, tweede, derde, vierde vanaf de straathoek. Het huis van Florence Blachard.
Verschillende mensen hadden reeds een ketting gevormd, waar ze emmers met water door gaven. Het leek zinloos; enkel een regenstorm kon de gigantische brand nu nog remmen. Nathan voelde echter precies hetzelfde als de bewoners; hij moest iets doen, kon niet zomaar blijven staan.
Nathan voegde zich bij de slinger van mensen en hielp mee om de emmers door te geven.
‘Weet er iemand wat er gebeurd is met de bewoners van het huis?’ vroeg hij ondertussen aan de mensen rond hem. Hij mocht niet laten weten hoeveel het antwoord hem deed, maar Nathan moest weten of Florence nog in leven was.
‘Niemand overleeft zo’n brand jongen,’ zei een oudere man voor Nathan, terwijl hij hem een volle emmer aan gaf. ‘Ze gooiden vuurbommen door de ramen. Het heeft maar enkele tellen geduurd voor het hele huis in brand stond.’
Nathan slikte en gaf de emmer weer door. Hij probeerde in alle macht niet te denken aan Florence en hun laatste afspraakje in het restaurant. De manier waarop het kaarslicht met haar knappe gezicht had gespeeld en haar ogen vol licht naar hem hadden gekeken. Het was echter een verloren moeite. De herinnering bleef zich constant herhalen, afgewisseld met de gedachte aan Florence die in haar kamer zat, zich van geen kwaad bewust, terwijl haar ramen aan diggelen werden geslagen en het vuur zich overal verspreidde. Wat moest ze bang zijn geweest…
Het kwam niet in Nathan op om te vragen wie de vuurbommen gegooid had. Hij bleef enkel het water doorgeven, emmer na emmer, tot zijn armen zeer deden en er pijnscheuten over zijn rug liepen. Ook toen de brandweer kwam en een groot deel van het huis voor hun rekening nam, ging hij verder. Het was het enige dat hij nog kon doen voor Florence.
Pas toen de nacht zijn hoogtepunt bereikt had, werd het vuur minder. Nathan dankte God of wie er daarboven ook aan het luisteren was dat er geen felle wind joeg die avond, die het vuur naar de aangrenzende gebouwen kon sturen. De villa van Florence was echter niet meer te redden. Van de eens zo statuesque, prachtige villa bleef niets meer over dan aangeblakerd hout.
Voor de villa had zich een kleine menigte verzameld, die niets te maken hadden met de brandweer of de slinger van emmers. Toen Nathan het gevoel had dat hij verder niets meer kon doen, ging hij uitgeput luisteren waar al de commotie om draaide.
‘... Als het van hen afhangt, is niemand nog veilig in deze stad,’ hoorde Nathan een luide stem verkondigen, terwijl hij dichterbij kwam. ‘We weten allemaal wie dit gedaan heeft en toch zijn we te bang om onze stem te laten horen. Wel ik zeg: niet meer!’ Een paar mensen juichten. Nathan keek doorheen de groep en zag een jonge man voor het zwarte skelet van de villa staan. Nathan herkende het gezicht van de man meteen, maar kon zijn vinger er niet opleggen wie het juist was.
‘Hier woonde Florence Blachard, een weduwe, een gerespecteerde vrouw van adel,’ zei de man, op vurige toon. ‘Ze werd een slachtoffer in een spel waarin ze een ongewild pion was. Ze had niets te maken met ons, niets! En toch werd ze bestraft.’
De jongeman keek rond in de groep, liet zijn ogen over de eerste rij glijden. ‘We weten allemaal wie dit gedaan heeft en ik zwijg niet langer. Er is één groep die altijd tegen de revolutionisten was, die bij iedere overwinning treurde als wij feest vierden. Le nouveaux aude! Florence Blachard weigerde om een deel van hen te worden en daarom moet ze nu boeten. Is dat een systeem dat eerlijk is?!’
Een paar mensen schudden hun hoofd en enkelen riepen ‘nee’.
‘Is dat een systeem waar jullie in willen leven?!’ riep de man, luider dit keer. Ditmaal riepen een paar mensen overtuigend een negatief antwoord.
‘Ik zeg dat ze boete moeten doen, net zoals Florence dat heeft gedaan. Ze zullen gestraft worden, niet alleen voor de stichting van de brand, maar ook voor de moord op Florence Blachard!’
Het was pas toen de groep juichte en een paar enkelingen hun vuist in de lucht wierpen, dat Nathan begreep wie er voor hem stond. Niemand minder dan de beroemde revolutionist Rafaël Pineau, wiens gezicht alle posters langs de wegen sierden. Nathan luisterde nog even naar de preek die Rafaël gaf en liet toen de groep achter zich. Hij had genoeg om over na te denken en dat moest hij doen zonder het geroep van de omstanders.
Had Le nouveaux aude werkelijk een aanslag gepleegd op het huis van Florence? Nathan wist niet of hij Rafaël moest geloven. Het konden ook vandalen zijn geweest, die er verder niets mee betekenden. Rafaël kon er natuurlijk alleen maar voordeel uit halen, als hij beweerde dat de daders van Le nouveaux aude kwamen.
Maar - en dat was een grote maar - wat als Rafaël wel degelijk gelijk had en Le nouveaux aude wraak nam op de adel die zich tegen hen schaarden? Nathan wist van zijn voorgaande onderzoek dat Florence inderdaad respect had voor de revolutionisten. De kans dat ze Le nouveux aude had afgewezen was dan ook zeer groot.
Nathan hapte naar adem toen het besef bij hem te binnen schoot. Wat als… Wat als Le nouveaux aude erachter was gekomen, dankzij hem? Wat als zij de opdrachtgevers waren die hem Florence lieten verleiden, waardoor hij te weten kwam dat ze sympatiseerde met de revolutionisten?
Een golf van misselijkheid sloeg door Nathans lichaam. Was Florence’s dood zijn schuld?

Reacties (3)

  • NicoleStyles

    Naww ze mag niet dood zijn, vond haar best aardig.
    En damn wat hou ik van dit verhaal(H)

    3 weken geleden
  • Sunnyrainbow

    Ooo spannend!

    3 weken geleden
  • AmeranthaGaia

    Oh nee! Is ze echt dood?! Ik mocht haar wel...

    3 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen