Nathan wist niet hoe lang hij al door de stad liep. De zon was ondertussen achter de daken verdwenen, maar hij had nog lang niet de intentie om naar het bordeel te gaan. Er leek geen enkele plek groot genoeg voor dit allesoverheersende gevoel.
Nathan wilde het van de daken schreeuwen, wilde het naar iedere voorbijganger roepen: hij was verliefd en zij deelde dat gevoel. Hij wist niet hoe lang het geleden was dat hij zo’n oprechte emoties had gevoeld. Hij had jarenlang gedaan alsof, gevoel geïmiteerd opdat zijn slachtoffers hem zouden geloven. Maar deze verliefdheid was zo echt dat hij hem bijna kon aanraken.
Ergens wist Nathan dat het dom was. Aurore was er nog steeds van overtuigd dat hij een horlogeverkoper was en ze wist niets van zijn geheimen. Daarbij zouden haar ouders hun samenzijn nooit goedkeuren. Maar al die problemen leken zo miniem in vergelijking bij zijn geluk, dat hij ze even aan de kant schoof. Die gedachten waren voor een ander keer.
Nathan zat zo in zijn eigen wereldje verzonken, dat hij niet de schaduwen niet eens opmerkte aan de andere kant van de straat. Toen hij dichterbij kwam, snelden ze weg. Pas door hun rennende voetstappen over de straatstenen, keek Nathan op. Hij fronste toen hij de muur tegenover hem zag. Hij was eerst bezaaid geweest met posters van de revolutionist, Rafaël Pineau, maar nu stond er duidelijk iets anders. Nathan stak de straat over en hapte naar lucht. Met rode verf had iemand erover geschreven: ‘Dood aan de revolutionisten!’ Ernaast hing een vers geplakte poster, met het teken van Le nouveaux aude: het hert en de leeuw, aan weerskanten van een zon. Nathan keek naar de poster en een golf van misselijkheid dreef door hem heen. Hoe hoog hij daarnet met zijn hoofd in de wolken zat, zo hard kwam hij nu neer op de grond. Wat was dat toch met het verdomde symbool van Le nouveaux aude? Waarom kreeg hij er telkens zo’n ongemakkelijk gevoel bij?
Nathan schudde zijn hoofd en liep verder. De strijd tussen de revolutionisten en de adel hield hem niet zo bezig, maar iedere dag werd hij ermee geconfronteerd. Hij vond het verschrikkelijk dat beiden groepen hun idealen zo aan iedereen opdrongen.
Nathan keek rond zich en besloot in de omgekeerde richting te lopen, naar het bordeel. Hij probeerde de magie van de herinnering aan Aurore terug op te roepen, maar die verstopte zich aan hem. Nathan vervloekte de twee politieke groepen normaals en liep wat verder door, tot het bordeel in zicht kwam. Hij twijfelde om nog even naar Léonies kamer te gaan en haar te vertellen over zijn dag, maar bedacht zich dat ze mogelijk een klant bij zich had. In plaats daarvan ging hij dus naar zijn kamer, waste zich snel en sloop toen onder de lakens. Met zijn hoofd bij Aurore, liet hij de duisternis zich omringen en viel in een diepe slaap.

Nathan bevond zich in dezelfde steeg als enkele uren geleden. Toch was het niet volledig hetzelfde. Deze steeg kende geen begin en geen einde. In plaats van de straathoek vond Nathan enkel een leegte, die nergens op leek te houden. De straat leek eeuwig door te gaan.Tegelijkertijd joeg er een donkere sfeer door de straten, die al het licht met zich meenam. Toen Nathan naar boven keek, zag hij geen sterren en geen maan, enkel een donkere lucht.
Nathan rilde en wilde verder lopen, toen zijn aandacht nogmaals werd gegrepen door de muur aan de andere kant van de straat. Ditmaal was het niet door de rode verf of de posters, maar door de man ervoor. Het bloed in Nathans aderen bevroor tot ijs toen hij de figuur herkende. De brede schouders, het kortgepakte haar, precies dezelfde kleur als dat van hem. Nathan slikte en liep van het borduur af, waar hij naast zijn vader ging staan. Die bleef stug voor zich uitkijken, naar de poster van de zon en de twee koninklijke dieren.
‘Waar kijk je naar pap?’ vroeg Nathan. Zijn stem klonk kinderlijk, net zoals het gevoel dat door hem heen joeg. Hij wilde zijn vader omhelzen, wilde zijn hoofd tegen zijn brede schouders leggen en aan hem toegeven hoe hij hem gemist had. Maar Nathan was geen kind meer. Hij was net zo mans als zijn vader naast hem. Hij kon onmogelijk toegeven aan zijn kinderlijke drangen.
‘Dit is het,’ zei Nathans vader en hij wees naar de poster van Le nouveaux aude. ‘Dit is het.’
Nathan fronste. ‘Wat is het?’
Nathans vader knikte en antwoordde verder niet de op de vraag. Hij keek niet naar zijn zoon, keek niet naar de lege steeg, maar enkel naar de poster. Nathan deed hetzelfde, maar werd er niet wijzer van.
‘Dit is het,’ zei een stem links van Nathan en vlug draaide hij zich om. Daar stond zijn moeder, met haar roodbruine lokken. Ook zij keek niet weg, keek niet op naar haar zoon, maar bleef gefixeerd op de poster.
‘Waar hebben jullie het over?’ vroeg Nathan. Geen van beiden reageerden. Hij snapte niet waarom ze zo koud bleven. Het was jaren geleden dat ze elkaar gezien hadden, waarom zeiden ze niets tegen hem? Waarom keken ze hem niet aan?
‘Dit is het,’ zeiden Nathans ouders tegelijk.
Nathan stampte uit frustratie op de grond. ‘Wat, godverdomme, wat is het?! Dit is gewoon het symbool van Le nouveaux aude!’
Opnieuw geen antwoord. Nathan liep naar zijn vader en schudde aan zijn schouder. De man reageerde niet maar bleef voor zich uit kijken, alsof Nathan er niet stond. Nathan herkende dat lege gezicht uit de duizenden, kende de ogen en de kleine rimpels er rond. Hij had jarenlang niet aan dit gezicht durven denken en nu stond hij voor hem, levensecht. Waarom gaf zijn vader enkel aandacht aan die stomme poster en niet aan hem?
Nathan schudde zijn hoofd en liep naar zijn moeder. Ook die keek star voor zich uit.
‘Mam,’ zei Nathan, bijna smekend. ‘Kijk me aan, alsjeblieft.’
Zijn moeder reageerde niet, alsof de woorden van haar zoon zo langs haar neervielen. Nathan keek naar haar en het kon hem niet schelen dat hij volwassen was nu, een man, bijna even groot als haar. Hij gooide zijn armen rond haar lichaam en trok haar in een omhelzing. Hij kneep zijn ogen toe en fluisterde in haar oor de woorden die hij aan niemand wilde toegeven, vooral niet aan zichzelf: ‘Ik mis jullie.’
Hij wachtte op haar antwoord, wachtte tot ze ontdooid was, maar er gebeurde niets. Toen Nathan zijn ogen weer open deed, waren zijn armen leeg en was er niemand te bekennen. Hij keek rond zich, maar de steeg was net zo verlaten als hij zich voelde. Nathan slikte en begon te rennen, richting de straat zonder einde. Zijn omgeving vervaagde en Nathan rende, rende, rende steeds verder. Er trok een enorme mist op en Nathan spitste zijn ogen, probeerde iets te zien in de rook van wit. In de verte dacht hij twee figuren te herkennen en hij spoorde zichzelf aan om nog wat sneller te gaan.
Nathan was volledig buiten adem toen de twee schaduwen vorm kreeg. Het waren niet zijn ouders - integendeel. Ze hadden beiden vier poten. De één had een stralend bruine vacht, de ander glinsterend goud.
Nathan kwam zo dicht als hij durfde en liet zich uitgeput voor de twee dieren neer zakken. Buiten adem bestudeerde hij ze - de twee figuren van het genootschap. Hij fronste toen hij het bloed zag, dat in druppels van het hertengewei liep. Ook in de manen van de leeuw schitterde een heldere, rode gloed. De twee dieren keken naar Nathan, met een stille afstandelijkheid.
Nathan wist wat hij zou zien, als hij naar de grond keek. Hij wilde niet kijken, maar wist dat het niet anders kon. De droom zou nooit eindigen, als hij het niet deed. Nathan liet zijn blik langzaam naar beneden zakken en ondanks dat hij het beeld verwachtte, snakte hij toch naar adem. Het hert en de leeuw stonden over twee lichamen die hij altijd zou herkennen, bedekt in bloed. Twee paar ogen keken hem aan, met een ijzige staar.
Nathan wist dat dit ging gebeuren. In de dromen rond zijn ouders stierven ze altijd. Dat maakte het echter niet minder vreselijk, om zijn ouders zo te zien.
Nathan kneep zijn ogen dicht en wenste dat hij wakker werd, dat er iemand hem uit deze vreselijke droom kwam trekken. Hij schreeuwde, schopte rond zich, in de hoop dat zijn slaperige lichaam hetzelfde deed, in de hoop dat iemand hem zou horen. Er kwam niemand.
Nathan zuchtte, deed zijn ogen open en keek naar de twee dieren. Hij liep een beetje verder en ging hij in kleermakerszit zitten, overspoeld door een onherkenbare kalmte. De twee dieren keken terug, alsof ze Nathan probeerde in te schatten.
De uren verstreken en Nathan gaf geen krimp, wachtend tot de ochtend hem eindelijk bevrijden zou, terwijl de stank van bloed zijn neus vulde en het verlies van zijn ouders zich opnieuw en opnieuw aan hem opdrong, tot hij het nooit nog vergeten kon, nooit nog vergeten zou.


Reacties (4)

  • NicoleStyles

    (H)(huil):O

    2 maanden geleden
  • Hephaistion

    Jeetje... Ik vraag me nu wel echt af wat deze droom betekent. Wat voor vergeten herinneringen komen nu boven drijven?

    2 maanden geleden
  • Sunnyrainbow

    Awh zo zielig!

    2 maanden geleden
  • AmeranthaGaia

    Die droom was serieus hartverscheurend. Ik heb echt kippenvel en een brok in mijn keel. Zulke dingen kun je me niet aandoen, hoor. Dat kan ik niet aan.

    2 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen