De zon stond reeds hoog aan de hemel toen Nathan zijn thuisdorp binnenreed. Herinneringen verweven zich met de realiteit toen hij rond zich keek. Daar was de kerk, waar hij zo vaak met zijn ouders en familie naar toe ging. En niet veel verder, op de hoek van de straat, de school waar hij zijn kinderjaren had doorgebracht. Nathan werd overspoeld met memorie en wist even geen blijf met zichzelf.
Het was niet nodig om de weg te vragen aan een voorbijganger, zodra Nathan de grote dingen herkende, leidde zijn intuïtie hem de weg richting het westen. Al snel reed hij door een straat, met aan weerskanten rijen bomen. Hij wist meteen dat hij thuis was en, zoals verwacht, herkende hij de bakstenen hoeve zonder twijfel.
Het huis was zo hetzelfde en toch zo anders. Het had nog steeds dezelfde warme kleur van muren, maar de houten ramen waren in een andere kleur geverfd. Er stonden nog steeds twee eiken in de voortuin, maar nu werden ze omringd door bloemperken waar Nathan voorheen geen weet van had.
Nathan keek naar het huis en voelde zich lichtjes misselijk worden. Dit was de plaats waar het allemaal gebeurd was, de plaats die hij nooit dacht terug te zien. Maar hij besefte tegelijkertijd ook dat het nodig was. Hij wilde voor eens en voor altijd de schaduwen uit zijn verleden uit hun diepe slaap halen, zodat ze altijd wakker zouden blijven.
Nathan stapte van het paard af, maakte haar vast aan een paal dichtbij het huis en liep naar de voordeur. Hij wilde zo graag even de binnenkant van het huis zien, al was het maar voor eventjes. Hij klopte op de deur en wachtte, maar er kwam geen beweging vanuit het huis. Nathan klopte nog eens, harder deze keer, en keek toen rond zich. Ook de andere huizen leken leeg te zijn en er was niemand op straat. Het was natuurlijk overdag en de mensen zouden aan het werk zijn of betere dingen te doen hebben.
Voor Nathan zich kon bedenken, nam hij de twee instrumentjes uit zijn zak en boog zich over het slot. Het nam drie verwoede pogingen, voor het slot een bevredigende ‘klik’ liet horen.
Nathan deed de deur open en liep binnen. Dezelfde, vreemde mix tussen nostalgie en een nieuwe omgeving drongen zich aan Nathan op. Hij kende deze muren, kende de indeling van het huis, maar alles wat erin stond was hem vreemd.
Zonder nadenken liep Nathan de trap omhoog, naar de grootste slaapkamer van de twee. Nathan slikte toen hij de ruimte herkende. Hij vernauwde zijn ogen en probeerde het zich voor te stellen, precies zoals het was. In zijn hoofd veranderde hij de bloemenlakens in simpele, witte. Hij verplaatste het nachtkastje en plaatste er een lampje op, zodat zijn vader nog wat kon lezen voor het slapen gaan. En dan had je nog de grote, houten kledingkast… Die was nog steeds hetzelfde, maar stond op een andere plek. Nathan beeldde hem in, voor het grote bed.
Er leek wel een bliksemschicht door Nathans hoofd te gaan toen hij de herinnering haarscherp voor zijn ogen kwam. Maar… de avond was niet hier begonnen. Nathan keek naar de gang. Hij had in bed gelegen, toen hij het rumoer had gehoord. De schreeuwende mannenstemmen, het gebons op de deur. Het had hem bang gemaakt en hij was uit zijn bed gegleden, richting deze slaapkamer.
Zijn vader en moeder waren ook wakker geworden door de geluiden en zijn vader seinde naar hem, met zijn vinger op zijn lip. Nathan moest stil zijn. Hij knikte en liep in de armen van zijn vader. ‘Nathan, luister goed naar me,’ zei zijn vader, bijna ademloos. ‘Er gaan zo meteen heel wat boze mannen naar boven komen. Jij moet je verstoppen in de kast en heel erg stil zijn, zo stil als een muis. Begrijp je dat?’
Nathan knikte, met grote ogen van onbegrip. ‘Je mag pas uit de kast komen als je niets meer hoort,’ ging zijn vader verder. ‘Je wacht nog een uur en dan mag je eruit. Verder niet. Wat je ook hoort, wat je ook ziet, je komt pas uit de kast als alle geluiden weg zijn en er een uur verder is. Je telt de seconden zelf af. Je bent een grote jongen nu, je weet hoe dat moet. Na het uur ren je, zo ver als je kan.’
Het gebons op de deur werd luider en er klonk gekraak. Nathans moeder stond naast het bed en hij zag iets in haar handen dat hij haar nog nooit had zien dragen: een lange dolk. Ze keek naar haar zoon en echtgenoot, met een stille zekerheid.
‘Je loopt niet naar je oma of je vriendjes,’ dramde Nathans vader, sneller nu, opgejaagd. ‘Je loopt tot voorbij het dorp. Begrepen?’
‘Ja, papa.’
‘Goed,’ knikte zijn vader en trok Nathan in een stevige omhelzing. Op dat moment hoorden ze hoe het gekraak van de deur luider werd en de stemmen dichterbij klonken. Nathans vader duwde hem haastig weg, richting de kast.

Nathan schudde zijn hoofd toen de herinnering eindelijk vorm kreeg. Nathan keek naar de kast en voelde dezelfde, verblindende paniek als toen. Er was maar één ding dat hij kon doen. Nathan kroop in de kast en verstopte zich achter de jassen, net zoals hij toen had gedaan. Zijn hart raasde tegen zijn borstkas, maar hij probeerde zijn ademhaling niet te laten horen, probeerde stil te zijn. Zo stil als een muis, had zijn vader gezegd.
En dan wachten tot hij niets meer hoorde, tellen tot een uur en rennen. Hij was een flinke jongen, hij kon dit. Nathan spitste zijn oren en luisterde naar de geluiden die van beneden kwamen. Er zaten onbekende mannen in hun huis. Nathan hoorde hoe ze lawaai maakte beneden en dingen omver wierpen. Hij keek naar zijn ouders en zag dat ze zich aan elkaar vast klampten, met zowel angst als moed op hun gezichten. De deur van de slaapkamer werd met een klap open gegooid en hun gezichten werden hard.
Er waren op dat moment heel wat harde woorden gewisseld, maar zo ver ging Nathans herinnering niet. Er was slechts één scheldwoord die hij zich scherp herinnerde, zo vaak herhaald door de indringers in hun huis: ‘Verraders’.
‘Jullie zijn verraders’, sneerde één van de mannen. Hij droeg een zwarte tuniek en stond met zijn rug naar Nathan toe. Er werden woorden heen en weer gegooid, maar Nathan kon alleen kijken naar zijn ouders. Die probeerden de indringers te sussen en met redelijkheid op hen in te praten. Deze mannen waren echter alle redelijkheid voorbij.
De discussie werd steeds meer verhit en de mannen zetten grote stappen richting Nathans ouders. De ogen van Nathans vader gleden kort over de kast, maar ook snel weer weg. Daarna keken ze terug naar zijn belager en het mes dat die vast had. Een scherpe paniek stroomde door Nathans aderen toen hij diezelfde emotie op het gezicht van zijn ouders las. Eén van de mannen zei nog iets, een kille, zachte uitspraak. Nathans vader brulde en stak zijn eigen wapen vooruit. Voor hij echter iets kon raken, werd het mes van zijn belager ook vooruit gestoken. Nathans adem stokte in zijn keel en hij legde zijn handen over zijn mond, zodat hij niet zou schreeuwen.
De donkerrode vlek op het vest van Nathans vader werd groter en groter. De man keek er verbaasd naar, alsof hij niet goed kon begrijpen wat er net gebeurd was. Daarna gleed zijn blik nog een laatste keer naar de kast, voor zijn ogen in zijn kassen draaiden en Nathan ze nooit meer zou zien. Nathan wilde wegkijken, wilde zijn ogen sluiten voor al het geweld, maar zijn lichaam luisterde niet. Verbijsterd bleef hij kijken.
Nathans moeder gilde hartverscheurend, maar ze zou niet lang treuren om de dood van haar man. Hoewel ze vocht en tegenstribbelde met alles wat ze had, was ze geen partij voor de mannen voor haar. Eenzelfde mes als haar echtgenoot gleed razendsnel langs haar keel en haar lichaam zakte neer op de grond. Nathans lichaam begon te schokken en hij probeerde in alle macht de snikken tegen te houden. Ze zouden hem verraden.
De mannen keken neer op hun werk, knikten naar elkaar en draaiden zich om. Nathan kreeg één blik op hun gezichten en tunieken, waarna ze van de trap verdwenen. Hij wachtte tot hij de deur in het slot hoorde en het geluid van de oorverdovende stilte. Daarna proestte hij het uit en terwijl de tranen onstopbaar over zijn wangen liepen, begon hij met tellen. ‘Eén, twee, drie…’

Nathan had jarenlang niet gehuild. Toen madame Rosella hem folterde met het water, huilde hij niet. Toen zijn vriendjes hem hadden uitgelachen omdat hij een weeskind was, had hij geen traan gelaten. Maar nu waren ze daar; de onmisbare tekens van verdriet en verlies.
Zijn ouders waren vermoord door een groepje lafaards en hij begreep nog steeds niet om welke reden ze het leven hadden gelaten. Nathan snikte en veegde zijn natte wangen droog. Hij sloot zijn ogen en beleefde het moment opnieuw en opnieuw, tot zijn keel schor was van het huilen en hij de beelden niet meer kon zien. Nathan deed zijn ogen open en zag dezelfde kier als waardoor hij als kind alles had waargenomen. De aftrede van de moordenaars, de harde blikken op hun gezicht en het embleem op hun tuniek.
Nathan snakte naar adem. Hij dacht na over de herinnering, spoelde terug, probeerde meer te zien dan eerst. Maar wat hij ontdekt had, was de onmiskenbare waarheid. Op de tuniek van de moordenaars, stond de tekening van een koninklijk hert en een dappere leeuw, aan weerskanten van een schitterende zon.



Dag lieve lezers,
Binnen enkele dagen verschijnt mijn boek, De laatste dans, in de rekken (joepie!). Aangezien er toch een beetje angst is dat mensen Avondrood gaan vinden en het boek gaan kopiëren, heb ik de eerste 8 hoofdstukken offline gehaald. Ik heb even getwijfeld om het hele verhaal op inactief te zetten, maar ik wil ontzettend graag jullie reactie op het einde weten (en natuurlijk niet zomaar het verhaal van jullie afnemen).
Ik hoop dat jullie dit begrijpen. Nog veel leesplezier!
Bes

Reacties (3)

  • NicoleStyles

    OMG je eigen boek! Super vet! ik ga snel eens een kijkje nemen dan hihi
    Gelukkig heb je niet de hele storie offline gehaald, dit is te goed

    1 maand geleden
  • Sunnyrainbow

    Dit is mijn favoriete hoofdstuk tot nu toe!

    2 maanden geleden
  • AmeranthaGaia

    Daarna proestte hij het uit en terwijl de tranen onstopbaar over zijn wangen liepen, begon hij met tellen. ‘Eén, twee, drie…’

    Oké, dit maakte me om de een of andere reden echt bijna aan het huilen.

    Nathan had jarenlang niet gehuild. Toen madame Rosella hem folterde met het water, huilde hij niet. Toen zijn vriendjes hem hadden uitgelachen omdat hij een weeskind was, had hij geen traan gelaten. Maar nu waren ze daar; de onmisbare tekens van verdriet en verlies.

    En dit ook. Ik kan niet heel veel zieligheid aan, oké? Gun mijn hart een pauze. Nathan verdient een beetje geluk.:S

    2 maanden geleden
    • AmeranthaGaia

      Ik heb me trouwens bedacht. Gun mij geen pauze. Ik heb snel een nieuw hoofdstuk nodig. Ik ben veel te verslaafd aan dit verhaal.

      2 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen