Nathan was het huis uit gerend, had zijn paard genomen en was in blinde woede gevlucht. Hij had het paard door straten en bossen gejaagd, tot zijn ogen traanden door de wind en het paard hevig begon te hijgen. Het leverde hem niets op.
De wetenschap dat Nathans ouders ouders vermoord waren door Le noveaux aude, bleef door Nathans hoofd drammen. Hij wist het zeker, zag het embleem van het genootschap haarscherp voor zich. Maar wat betekende het? Waren zijn ouders revolutionisten? De revolutie stond toen nog in kinderschoenen, hadden zijn ouders misschien de pioniers van het revolutionisme geholpen? Waren ze zelf die pioniers geweest?
Nathan schudde zijn hoofd. Misschien hadden ze simpelweg iemand van Le nouveaux aude tegengewerkt. De opties waren eindeloos en dat maakte Nathan triest. Zou hij ooit de volledige waarheid achter de dood van zijn ouders leren kennen of zou hij voor eeuwig met deze vragen blijven zitten?
Nathan zuchtte en keek rond zich. Hij herkende niet meteen waar hij was maar wist wel welke richting hij uit moest om terug naar het bordeel te gaan. Hij spoorde zijn paard aan om zich om te draaien en probeerde zijn gedachten op een rijtje te zetten.
Wat de juiste situatie ook was, zijn ouders hadden iets gedaan om Le nouveaux aude tegen te werken of kwaad te maken. Dat betekende dat ze verweven zaten in de politiek van hun land. Nathans wangen werden rood toen dat besef bij hem binnen droop. Hij was altijd onverschillig geweest over de revolutie, had zich nooit echt gemengd in de situatie. En dat terwijl zijn ouders het leven hadden gelaten voor hun idealen.
Nathan besloot daar en op dat moment om niet langer zo ongevoelig te zijn voor de hele toestand. Als zijn ouders zo vermengd waren met de revolutionisten en hun tegenhangers, moest hij er meer over leren.
Nathan dacht na, voelde hoe de emoties van de dag hem vermoeid hadden en wist dat er eigenlijk maar één persoon was waar hij naartoe wilde. Iemand die hem zou troosten en hem zou helpen. Nathan spande zijn beenspieren aan en liet het paard in gallop vertrekken.

Hetzelfde dienstmeisje als weken geleden opende de deur. Ditmaal had Nathan geen koffer met plastic horloges vast, enkel de teugels van zijn paard. De bediende van het huis Fournier herkende hem duidelijk en liet hem weten dat de heer en vrouw des huizes niet aanwezig waren voor zijn koopwaren.
‘Ik ben net hier om iets te verkopen,’ zei Nathan meewarig. ‘Ik ben uitgenodigd door Aurore. Heeft ze niets gezegd?’
De bediende schudde haar hoofd. ‘Laat het me even nakijken. Momentje.’
De deur sloot zich voor Nathans gezicht. Hij sloot kort zijn ogen en leunde met zijn hoofd tegen de warme nek van het paard. Was hij een dwaas om naar hier te komen? Hij had Aurore’s voorstel eerder afgewezen. Hij had haar op dat moment vernederd en nu stond hij toch voor haar deur. Zou ze kwaad worden? En wat als meneer en mevrouw Fournier hen betrapten?
Voor Nathan zich nog meer doemscenario’s kon inbeelden, werd de deur van de villa open gesmeten. Aurore stond in de opening.
‘Wie is daar?’ vroeg ze, eisend.
‘Ik ben het.’
‘Ah, het is dus toch waar,’ grijnsde ze, Nathans stem herkennend. Op dat moment brieste Nathans paard, alsof het ook erkend wilde worden. Aurore keek verrast op. ‘Fabienne, zet het paard van meneer in de stallen. Zorg dat het genoeg hooi en water heeft.’ Hetzelfde meisje als net glipte langs de deur en nam de teugels uit Nathans handen. Hij bedankte haar en liep naar de deuropening, waar hij Aurore’s hand vast nam.
‘Ik dacht dat je niet ging komen,’ zei ze.
‘Ik ben van gedachte veranderd.’ Nathan probeerde te glimlachen, probeerde om zijn stem niet zo neerslachtig te doen klinken, maar de herinneringen van deze morgen drukten op hem neer. Aurore fronste toen ze de klank hoorde, maar zei niets. In plaats daarvan nam ze hem mee naar de grote kamer, waar hij eerder had gezeten. Ze kende de kamers en afstanden in haar huis duidelijk goed - Nathan moest haar niet eens begeleiden. Ze bewoog behendig langs de vele kastjes en deuren, tot ze in de kamer kwamen en ze met Nathan in één van de zitbanken ging zitten.
‘Heb je honger? Dorst?’
Nathan wilde een ontkennend antwoord geven, maar bedacht zich toen dat hij heel de dag niets gegeten had. ‘Ik zou wel iets kunnen eten, ja.’
Aurore knikte en ging op de tast naar het kleine kastje, naast de bank. Daar rinkelde ze met dezelfde bel als mevrouw Fournier had gedaan. Een bediende kwam binnen en Aurore vroeg of ze thee wilde brengen en ‘al het lekkers dat ze in huis kon vinden’. De bediende knikte en verdween, om niet veel later terug te komen met een dampende pot thee en een schaal vol hapjes. Ze boog haar hoofd en verdween weer zo snel als ze gekomen was.
Nathan schonk de thee uit en gaf een kopje aan Aurore. Daarna schonk hij zijn eigen kopje uit en nam één van de broodjes op de plateau. Het smaakte heerlijk en de thee verwarmde zijn maag, waardoor hij zich al stukken beter voelde.
‘Dus,’ zei Aurore, nadat ze een voorzichtige slok had genomen. ‘Vanwaar de beslissing om me toch een bezoekje te brengen?’
Nathan wist niet waar hij moest beginnen. Er leek een storm te woeden in zijn hoofd en hij had geen idee hij hoe hem moest stoppen.
‘Ik… Er is heel wat gebeurd en ik weet niet… Ik weet niet hoe…’
‘Hé,’ Aurore leunde wat naar voren en zocht met haar handen naar de zijne. Nathan krulde haar vingers rond de hare en ze wreef met haar duim over zijn wreef. ‘Het is oké. Probeer eerst rustig te worden.’
Nathan ademde diep in en uit. Hij sloot zijn ogen en vertelde haar dat zijn ouders dood waren - niet pas, maar al eventjes. Dat was al een grote stap, een zin die hij bijna nog nooit had uitgesproken. Hij had al die jaren simpelweg het onderwerp vermeden en had er geen woord over gesproken. Toen de woorden eindelijk over zijn lippen kwamen, leken ze ineens zoveel minder eng. Zijn ouders waren er niet meer en dat was oké.
‘Vandaag ben ik voor het eerst in jaren naar mijn ouderlijk huis gegaan,’ zei Nathan zachtjes. ‘Als kind heb ik de herinnering aan hun dood zo verdrongen, dat ik niet eens meer wist hoe het allemaal gebeurd was. Maar vandaag… vandaag kwam alles terug.’
Nathan slikte en probeerde om zijn stem terug onder controle te krijgen. Aurore bleef stil, wachtend tot hij er klaar voor was. Een constante zekerheid aan zijn zij.
Nathan keek naar de storm in zijn hoofd, zag de beelden voorbij flitsen en probeerde er orde in te krijgen. Hij vertelde aan Aurore wat er precies gebeurd was, van begin tot eind. Hij vertelde over de inbraak, de mannen en de kier in de kast. Hij vertelde over zijn vader, zijn moeder en de manier waarop hij alles had gezien. Als laatste vertelde hij over het embleem, de zon en de twee dieren, die hij nooit nog vergeten zou.
Nathan besefte pas dat hij opnieuw aan het huilen was, toen hij de tranen op zijn hand voelde neervallen. Aurore’s vingers zaten nog steeds verstrengelde met de zijne en ze voelde het ook. Stilletjes bracht ze haar handen naar zijn wangen en veegde ze droog.
‘Wat moet dat moeilijk voor je zijn geweest,’ zei ze, haar lichte ogen vol medeleven.
Nathan knikte, wist geen blijf met zichzelf. ‘Je bent zo sterk geweest,’ ging Aurore verder. ‘Je hebt precies gedaan wat je ouders vroegen en daardoor leef je nog. Ik weet zeker dat ze ongelooflijk trots op je zouden zijn, op de man die je geworden bent.’
Nathan probeerde de krop in zijn keel weg te slikken, maar de tranen welden opnieuw op in zijn ogen. Hij snikte en Aurore, lieve, mooie Aurore, krulde haar armen rond hem heen. Nathans gezicht kwam bij haar schouder terecht en met haar voorhoofd tegen haar nek, huilde hij al het verdriet weg.
Nathan had zichzelf nog nooit zo kwetsbaar opgesteld, bij wie dan ook. Het voelde zo goed om zijn verhaal te kunnen doen en de herinneringen een plaats te geven in zijn hoofd. Tegelijkertijd voelde hij de onzekerheid en de angst. Hij had zijn herinneringen verwoord en aan Aurore gegeven, had zijn ziel aan haar blootgelegd. Ze kon hem vernietigen nu, met alle informatie die ze gekregen had. Het voelde vreemd om een persoon zo te vertrouwen met alles wat hij had. Madame Rosella had hem altijd geleerd dat er niemand te vertrouwen was. Maar hier, zo dicht bij Aurore’s hart, wist hij dat zij daar geen deel van was. Aurore met haar lichte ogen en zachte stem was precies waar Nathan al die tijd naar gezocht had, al was hij zich daar al die tijd zelf niet van bewust.
Nathan draaide zijn armen rond Aurore’s middel en zo bleven ze zitten, tot Nathans tranen droogden en Aurore zijn leed veranderde in rust. Nu hij zijn herinneringen met haar kon delen, leek de pijn stukken minder scherp en zijn verlies zoveel minder groot.

Reacties (3)

  • Sunnyrainbow

    Zo zielig!!

    4 maanden geleden
  • Hephaistion

    Aaah, zo blij dat Aurore er voor hem is.
    Ben nu wel heel benieuwd naar de precieze reden voor de moord op zijn ouders.

    4 maanden geleden
  • AmeranthaGaia

    Nathan knikte, wist geen blijf met zichzelf.

    Bedoel je hiermee: "Nathan knikte, want dat is de beste manier om te communiceren met een blind iemand"?

    Dit hoofdstuk heeft me gewoon serieus helemaal kapot gemaakt. Echt, te veel feels. Ik moet bijna nog harder huilen dan Nathan.

    4 maanden geleden
    • Frodo

      Sawry, ik wil je niet laten huilen haha

      4 maanden geleden
    • AmeranthaGaia

      I find that very hard to believe.xD

      4 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen