De volgende dag zat Nathan op het terras van een zonnig café. Tegenover hem zat mevrouw Lambert, die voorzichtig van haar kopje koffie dronk.
Nathan was verbaasd hoe ongelooflijk makkelijk het was geweest om het doen en laten van mevrouw Lambert te traceren. Hij was begonnen bij de markthouders, die plaats hielden dichtbij haar landhuis. Daar had hij meteen beet gehad. De markthouders vertelden hem dat mevrouw Lambert iedere zondag bijna de godganse dag spendeerde bij hun waren, om dan niets te kopen. De irritatie van de markthouders zorgde dat hun hart op de tong lag en ze vertelde uitgebreid over de vrouw en haar gewoontes.
Nathan was die zondag naar de markt gekomen, waar hij inderdaad mevrouw Lambert had aangetroffen. Het was een vrouw van middelbare leeftijd, met een gebruinde huid en lichte haren. Ze droeg een verzorgde outfit en een kleine handtas rond haar pols, die ze soms - al dan niet onbewust - tegen zich aantrok. Hoewel ze niet volledig comfortabel op de markt leek te zijn, nam ze uitgebreid de tijd om de verschillende stalletjes te bewonderen. Ze bleef zolang treuzelen dat ze de plaats innam van andere, mogelijke klanten en de ergernis lag op de gezichten van markthouders te lezen. Nathan had haar na een tijdje genoeg geobserveerd en was op de vrouw afgelopen, waarna hij haar ‘per ongeluk’ bijna omver liep. Eerst had mevrouw Lambert verontwaardigd gereageerd, maar door Nathans woorden en trucjes, was ze gezwicht en had ze hem uitgenodigd voor een kopje koffie.
Ondertussen had Nathan geleerd dat mevrouw Lambert een praatgrage vrouw was. Hij moest enkel om de zoveel tijd knikken of een instemmend geluidje maken, waarna ze weer vertrokken was met het zoveelste verhaal. Nathan had dus al lang de informatie die hij wilde - de simpele vraag of de zus van mevrouw Lambert op zoek was naar een echtgenoot - en om eerlijk te zijn, verveelde hij zich nu. Hij probeerde een opening te vinden in haar monoloog, maar ze liet nergens een spatie die groot genoeg was om een excuus te mompelen, zodat Nathan zich uit de voeten kon maken.
‘... ze hebben veel praatjes, maar weinig daden, zeg dat ik het gezegd heb. Ik heb er nooit veel van gevonden. En dan die pretentieuze titel. ‘Revolutionisten.’ Het zijn simpele dieven, niet meer dan dat.’
Nathan keek op. Hij was al een tijdje gestopt met haar woorden te volgen, maar nu werd het interessant.
‘Ze stelen ons geld en, wat erger is, ze stelen onze waardigheid!’ Mevrouw Lambert sloeg op de tafel, waardoor het lepeltje in haar kop koffie luid rinkelde. ‘En dat is precies waarom ik lid ben geworden van een groep, tegen die verdomde revolutionisten. Nog maar pas hoor, ik wist niet wat te doen met al die vrije tijd! Mijn man is zo vaak van huis en ik ben erg alleen, snapt u.’
Nathan kon zijn oren amper geloven. Gaf mevrouw Lambert nu openlijk toe dat ze lid was van Le nouveaux aude?
‘Hoe bedoelt u?’ vroeg hij. Mevrouw Lambert gaf amper aandacht aan hem en nam nog een slok van haar koffie. ‘Ik kan hun naam nooit onthouden. Het is ook zo’n lange! Ik heb al voorgesteld om de naam te veranderen en ze leken erg enthousiast. Misschien moet ik zelf maar eens op zoek gaan naar een paar alternatieven.’ Mevrouw Lambert knikte en mompelde iets in zichzelf, alsof ze een mentale notitie nam.
‘Heeft u het misschien over Le nouveaux aude?’
‘Die ja! Stukken beter dan de nietsnutten die zichzelf ‘revolutionisten’ noemen, als je het mij vraagt. Ze roepen en verkondigen veel, maar acties? Dat komt er nooit van. Deze groep daarentegen… hoe heten ze nu weer… Ach, ik ben het alweer kwijt. Maar wat doet de naam ertoe. Ze doen tenminste wat ze zeggen!’
Op dat moment keek mevrouw Lambert rond zich. De naburige tafeltjes waren al lang geleden gestopt met aandacht schenken aan het vreemde paar naast hen. Mevrouw Lambert had hen kennelijk ook weg gejaagd met haar ellenlange verhalen. Ze seinde dat Nathan dichterbij moest komen en hij leunde naar voren.
‘Ik heb gehoord,’ fluisterde mevrouw Lambert, te luid, ‘dat ze nu al begonnen zijn met het uitvoeren van hun plannen.’ Mevrouw Lambert keek hem samenzweerderig aan. Kennelijk ging ze ervan uit dat Nathan wist waar ze het over had. Dat speelde enkel in Nathans voordeel.
‘Natuurlijk zijn ze al begonnen,’ antwoordde hij en hoopte dat hij niets verkeerd zei. ‘Al eventjes, dacht ik.’
Mevrouw Lambert stak haar wijsvinger in de lucht. ‘Zie je wel! Daden, geen woorden.’ Ze keek weer rond zich en fluisterde toen: ‘Ik heb gehoord dat de Fourniers als volgende aan de beurt zijn. Eén voor één halen ze de mollen eruit. En maar goed ook! Als je niet voor je gelijken vecht, ben je een verrader en daarmee uit.’
Nathans hart sloeg een tel over. Wist Le nouveaux aude al dat Aurore’s familie de revolutionisten steunden? En zo ja, wat gingen ze dan doen met die informatie?
Nathan keek paniekerig rond zich. Hij moest Aurore waarschuwen. Hij kon niet wachten tot morgen, hij moest het haar nu zeggen.
Mevrouw Lambert had niets door van Nathans interne strijd. Ze bleef doorratelen over ‘verraders’ en de straf die ze verdienden. Nathan had echter geen tijd meer te verliezen. Hij schoof zijn stoel naar achteren en stond op.
‘Het spijt me vreselijk,’ zei hij haastig, ‘maar ik herinner me net dat ik nog dringende zaken te doen heb.’
‘Ach, wat spijtig,’ zei Mevrouw Lambert. ‘Misschien dat ik u ooit nog eens tegen het lijf loop?’
‘Ik hoop het,’ Nathan perste er een glimlachje uit. ‘Tot dan!’ Daarna nam hij zijn jas en snelde weg van het café. Het huis van Aurore lag gelukkig niet al te ver weg. Een goed uitgedacht plan had Nathan niet. Hij zou gewoon aankloppen en de bediende smeken of hij Aurore mocht spreken. Zelfs mevrouw Fournier was prima. Voor even maakte het hem niets uit dat ze zo tegen hem was uitgevlogen gisteren, hij moest iemand van het gezin kunnen waarschuwen.
Nathan rende het laatste stukje. Het kon hem niets schelen dat hij hierbij wat vreemde blikken kreeg, hij wilde gewoon zo snel mogelijk bij Aurore zijn. Hij zuchtte opgelucht toen het groot herenhuis in zicht kwam. Hij klopte hard op de deur en wachtte. Een tijdje verstreek, maar niemand deed de deur open. Nathan fronste en klopte nog eens, luisterde ingespannen of hij iets hoorde aan de andere kant van de deur. Weer deed er niemand open.
Een bang gevoel bekroop Nathan. Waar waren ze? Zelfs als het gezin weg zou zijn, zou een bediende de deur toch open doen en die boodschap aan hem geven?
Voor Nathan goed en wel besefte wat hij deed, voelde hij aan de klink van de deur. Die ging met gemak open en Nathan stapte snel binnen, waar hij de deur weer achter zich sloot. In de gang spitste hij zijn oren, maar ook hierbinnen hoorde hij niets. Waar het huis normaal gezien gonsde van de geluiden - de bedienden, de keuken, Aurore’s piano - was het nu doodstil.
‘Hallo? Is er iemand?’ Nathan hoorde hoe zijn stemgeluid werd weggedragen door de stilte. Het paniekerig gevoel in zijn maag groeide en Nathan liep voorzichtig door het huis. In de gang was niemand te bekennen en op zijn hoede, liep Nathan de zitkamer binnen. Hij snakte hij naar adem. De kamer was één grote chaos. Er waren stoelen op de grond gegooid en de glazen bijzettafel lag aan scherven op de grond. Er was overduidelijk een gevecht geweest, met mensen die zich hevig hadden verzet. Op de vloer stonden twee duidelijke vegen met bloed getekend.
Nathan dacht er geen twee seconde over na. ‘Aurore?!’ riep hij. ‘Aurore, ben je hier?!’ Nathan liep naar de volgende kamer, waar hij verbijsterd naar de grond keek. Waar ooit de grote, machtige vleugelpiano had gestaan, lagen nu enkel houtresten op de vloer. Het zou Aurore’s hart breken… Als ze al geen getuige was geweest van de mannen die het instrument hadden vernietigd.
Nathan rende van kamer tot kamer, de ene nog een grotere ravage dan de andere. Hij brulde nog eens haar naam, en nog eens. Het enige antwoord dat hij kreeg, was de echo in de ruimtes. Nathan beende op en neer, met zijn handen in het haar. ‘Shit, shit shit,’ murmelde hij.
Le nouvaux aude was erachter gekomen; ze wisten dat de familie Fournier de revolutionisten hielpen. Ze hadden hun wraak genomen. Nathans hart stond bijna stil toen hij de ingeving kreeg. Meteen snelde hij naar beneden, de twee trappen omlaag. Hij kwam in de kamer terecht die Aurore hem had aangewezen en zag de kast, die normaal gezien het luik moest afschermen. Die stond aan de andere kant van de ruimte en het luik stond open. Er brandde geen warm licht in het gat. Hadden ze de revolutionisten ook gevonden? Of had iemand hen vrij gelaten, zodat ze op tijd weg konden vluchten?
‘Rafaël?’ fluisterde Nathan. ‘Christian?’ Opnieuw kwam er geen antwoord. Nathan vloekte in zichzelf. Hij liep terug de ravage van het huis binnen en zocht naar een lantaarn, die hij eerder had opgemerkt. Zijn handen trilden hevig toen hij de kaars aanstak en met bonkend hart terug naar het luik liep. Met het warme licht naast zich, liet Nathan zich voorzichtig naar beneden zakken. Het was pikkedonker daar, zonder de tientallen kaarsen die de ruimte verlichten. Nathan kneep zijn ogen tot spleetjes en liet het licht van de lantaarn over de ruimte glijden. Hij wilde naar de tafel lopen, hoopte op een achtergelaten boodschap van de revolutionisten, toen hij het zag. Nathan vloog naar achteren, zijn hand tegen zijn mond gedrukt en zijn ogen opengesperd in pure horror. Zijn borstkas ging hevig op en neer en hij probeerde in alle macht niet naar de vloer te kijken en de levenloze lichamen die zich daar bevonden. Nathan had maar één seconde kunnen kijken, maar dat was meer dan genoeg. Rafaëls lichaam lag daar, naast dat van Christan en de anderen. De rode plekken op hun kleren gaven de geweerschoten weg, die hun belager waarschijnlijk had geschoten vanaf het platform. Maar het was niet de bloedvlekken die Nathan lieten weten dat de revolutionisten dood waren. Het waren hun ogen, hun lege ogen die Nathan zo goed herkende. In hoeveel paar zou hij nog moeten kijken? Hoeveel mensen moest hij nog zien sterven?
Nathan schreeuwde het uit van frustratie en hoorde hoe zijn stem werd verder gedragen in het lege huis. Hij kon niet denken aan Aurore, aan haar lichte ogen vol leven. Hij kon haar niet zien op deze manier. Hij moest haar zoeken moest haar vinden. Hij zou niet stoppen, voor hij haar terug in zijn armen had.
Nathan krabbelde recht en rende het huis van verderf uit. Hij zou ervoor zorgen dat de revolutionisten in de kelder een goede begrafenis zouden krijgen, eentje die ze verdienden. En daarna zou hij op zoek gaan naar haar.

Reacties (4)

  • NicoleStyles

    Nooo:(
    Nu maar hopen dat aurore veilig is...

    1 maand geleden
  • Sunnyrainbow

    Dit verhaal is zo spannend!

    1 maand geleden
  • Monsieur

    'Merde, merde, merde.'

    1 maand geleden
  • Hephaistion

    Oh nooooo :C

    1 maand geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen