Nathan moest het toegeven: hij was nerveus. Hij zat naast Catherine in de koets, die weer honderduit praatte over alles en niets. Nathans aandacht was al eventjes weggezakt en nu hij niets meer had om hem af te leiden, kon hij enkel denken aan zijn missie. Hij moest de leden van Le nouveaux aude ervan overtuigen dat hij bij ze wilde horen, terwijl alles in hem schreeuwde dat het de vijand was. Nathan bedacht zich dat dit misschien wel de moeilijkste missie tot nu toe zou worden. Voor Aurore zou hij echter alles doen. Hij hoopte maar dat ze ongedeerd was...
Na een tijdje stopte de koets recht voor een simpel uitziend herenhuis. ‘We zijn er,’ zei Catherine enthousiast. Ze wachtte tot de koetsier de deur open deed en nam Nathan mee naar het portaal. Afgeschermd door de koets, klopte ze een bepaald ritme op de deur. Nathan probeerde het te onthouden, maar het was net iets te complex. Ze wachtten een tijdje, tot een jonge man de deur open deed. Hij kon niet ouder dan twintig zijn.
‘Dag Catherine,’ zei hij. ‘Ik had je vandaag niet verwacht. Wie heb je meegenomen?’
‘Dit is Filip Blanchard,’ zei Catherine, de naam herhalend die Nathan haar gegeven had. ‘Hij zou zich graag bij ons genootschap voegen.’ De jonge man nam Nathan inschattend in zich op. ‘Kom maar mee.’ Hij opende de deur naar een lange gang. Nathan vocht tegen de drang om de andere richting uit te lopen, en volgde Catherine en de man richting een grote ruimte. Die werd bijna volledig ingenomen door een houten tafel, waar een groep mensen rond zaten. Er brandde een knapperend haardvuur en verschillende kaarsen gaven de ruimte een gezellige sfeer. Die stond in sterk contrast met de wantrouwige gezichten, die opkeken toen Nathan binnen liep.
‘Jij? Wat doe jij hier?’ Nathans blik ging meteen naar de vrouw die als eerste sprak. Mireille Mercier, de dame uit de bibliotheek. Net zoals hij verwacht had, had ze een prominente plaats aan de tafel.
‘Wie is dit Mireille?’ vroeg de man aan de hoek van de tafel, een veertiger met licht grijzend haar.
‘Ik ken zijn naam niet. Hij heeft me een tijdje geleden belaagd in de bibliotheek, toen ik bezig was met onze financiën.’
‘Belaagd?’ Nathan deed alsof hij schrok. ‘Ik wilde enkel meer te weten komen over Le nouveaux aude. Ik probeer al maanden om me bij jullie groep te voegen. Mijn manieren waren misschien een beetje direct, maar het is nooit mijn bedoeling geweest om u onveilig te doen voelen. Mijn excuses, mevrouw.’
Mireille kneep haar ogen tot spleetjes, maar zei niets meer. De man aan de hoek, zo te zien de leider, nam terug het woord: ‘Wie ben je dan?’
‘Mijn naam is Filip Blanchard,’ zei Nathan. ‘En zoals ik net al zei, zou ik graag het gezelschap vervoegen.’
‘Blanchard? Familie van Florence Blanchard?’
Nathan knikte. Het voelde erg vreemd om Florence’s naam te horen uit de mond van de man. ‘Ik ben haar neefje.’
‘Bedoel je niet ‘was’?’ vroeg de man, verwijzend naar Florence's overlijden. Nathan slikte, probeerde in alle macht om de man niet vuil aan te kijken en schonk hem in de plaats een sombere glimlach. ‘Inderdaad, meneer. De dood van mijn tante was voor ons allemaal een schok. Ik ben nog altijd niet gewend aan het idee.’
‘Je tante was een verrader,’ zei Mireille ineens, die naast de man zat.
Nathan boog zijn hoofd, bang dat zijn gezichtsuitdrukking hem weg zou geven. Hij kon er niet tegen dat ze zo sprak over Florence. Maar hij slikte alles in en zei: ‘Ik ben hier om haar daden goed te maken.’
‘Bewijs het.’ Nathan keek op en Mireille staarde terug. 'Bewijs dat je een Blanchard bent.'
Nathan haalde zijn schouders op. 'Ik snap niet waarom dit moet, maar goed...' Hij groef in zijn zakken en haalde de ring, die Florence hem gegeven had, eruit. Het sieraad paste volledig bij zijn adellijke façade, maar hij had de moed niet gehad om hem ook daadwerkelijk rond zijn vinger te schuiven. Daarvoor was de herinnering aan Florence en de avond met haar te vers.
‘Ik hoop dat dit genoeg bewijs is?’ vroeg Nathan. ‘Ik heb hem van mijn tante gekregen, kort voor ze stierf.’ Verschillende mensen bogen voorover om de ring beter te bekijken en zagen het wapenschild van Florence’s familie. Mireille leek echter nog steeds niet overtuigd. Nathan kuchte en deed er nog een schepje bovenop: ‘Ik hoop al maanden om bij dit genootschap te mogen. Het is ons Godsgeschonken recht om meer te hebben en dat is precies waar jullie voor vechten. Het zou een hele eer zijn, als jullie me toe lieten.’
‘Catherine,’ zei de man aan de hoek. ‘Jij bent zeker dat hij ons enkel wil helpen?’
De vrouw naast Nathan knikte driftig. ‘Ik vertrouw hem.’ Ze keek Nathan aan. ‘En ik sta in voor zijn acties.’ Nathan glimlachte naar haar en verdomde zichzelf. Hij kon Catherine in gevaar brengen, als ooit uitkwam dat hij eigenlijk voor de revolutionisten was. Ze was dan wel voor Le nouveaux aude, het bleef een aardige vrouw, slechts een pion in zijn spel. Hij wilde haar geen kwaad doen. Hij moest en zou deze missie tot een goed einde brengen.
‘Goed,’ zei de man aan de hoek. ‘Welkom, Filip Blanchard.’ Hij wees naar de lege stoel aan de tafel, waar Nathan plaats nam. ‘Mijn naam is Hector, Mireille ken je al,...’ De man ging de tafel rond en hoe zeer Nathan ook probeerde, hij vergat bijna alle namen meteen. Slechts de twee naast hem had hij onthouden. Elias, de jonge man die de deur eerder had open gedaan, en Didier, een vijftiger met een indrukwekkend litteken over zijn neusbrug.
‘Goed, dan zullen we nu verder gaan met de vergadering. Ons volgende punt op de agenda, Mireille?’
Mireille keek kort naar Nathan, maar overliep toen de lijst in haar handen.
Nathan luisterde de hele vergadering en zei amper een woord. Het was duizelingwekkend hoeveel Le nouveaux aude wist over de revolutionisten en hun plannen. Ook de lijst met adellijke gezinnen die de revolutionisten steunden was langer dan Nathan voor mogelijk had gehouden. Gelukkig zaten er veel namen tussen waar het genootschap geen zekerheid over had. Zij zaten dus voorlopig nog niet in de gevarenzone.
Iedere keer als de vergadering het had over de zogenoemde ‘verraders’, gingen ze bijna meteen naar de man die links van Nathan zat; Didier, met het litteken op de neus. De man sprak op een hese toon en zei bijna nog minder dan Nathan. Voor zover Nathan kon volgen, was Didier degene die de leiding had over de gezinnen die de revolutionisten steunden. De zogenaamde 'verraders'. Nathan had meteen een slecht gevoel bij hem, maar dit was de man waar Nathan bevriend mee moest worden. Hij moest zijn vertrouwen winnen en er zo achter komen waar de man zijn gevangenen hield - en, nog belangrijker - wat hij er juist mee deed.
Toen de vergadering eindelijk tot een einde leek te komen, liep Nathan meteen op de man af. ‘Didier was de naam?’
De man knikte en schudde Nathans uitgestoken hand. Die glimlachte en vroeg, tegen al zijn instincten in: ‘Heeft u misschien interesse om nog even het nachtleven in te duiken?’

Reacties (2)

  • Hephaistion

    Oef, arme Nathan. Ook knap wat hij moet doen :C

    3 maanden geleden
  • AmeranthaGaia

    Ik ben ervan onder de indruk dat hij zijn emoties zo goed kan bedwingen. Ik hoop maar dat dat zo blijft, anders loopt het echt allemaal in het honderd.

    3 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen