Het dringt pas tot me door als we geland zijn en het busje uit het vliegtuig gehaald wordt: we zijn op Liocott, we zijn op het WK. We zijn op ons nieuwe -tijdelijke- thuis, een plaats waar Paolo overal om ons heen kan zijn. Het voelt geweldig te weten dat hij waarschijnlijk slechts kilometers van ons vandaan is - zo'n  lange tijd zo ver uit elkaar doorbrengen doet je toch beseffen hoe klein we zijn en hoe groot de wereld is.
  Er had geen betere plek kunnen zijn om hem terug te zien: het eiland is prachtig. Niet alleen is het er tropisch warm, maar wat Willy bedoelde toen hij zei dat het eiland aangepast is, begrijp ik nu heel goed. Waar je maar kijkt hangen vlaggen, posters, logo's van de verschillende teams en overal lopen mensen in fan-versies van de verschillende tenues.
  “Wow, wat een gaaf land,” zegt Austin, die net als de rest van ons bewonderend om zich heen kijkt.
  “Ja, man, op dit eiland draait alles om voetbal!” schreeuwt Mark terug, terwijl hij voor het team uit het plein op rent.
  “Kijk, de vlag van Inazuma Japan!” Vol enthousiasme wijst Camillia op onze vlag, maar ik moet bekennen dat ik -en ik vermoed Cassi ook- mijn blik eigenlijk op een andere vlag gericht had.
  “Zijn de andere vlaggen dan die van de andere teams?” vraagt Austin.
  “Ja, kijk! Die daar is van Orpheus,” roept Cassi enthousiast, wijzend op het voor ons zo bekende logo.
  “Yes, Orpheus is hier, we kunnen ze ieder moment tegenkomen nu. Cass, misschien is Paolo wel hier op het plein.” Meteen begin ik, nog altijd vrolijk ratelend, om me heen te kijken, en pas als ik de verbaasde, ongemakkelijke en verwarde blikken zie van mijn team - en een paar omstanders die waarschijnlijk niet goed begrijpen waarom twee meisjes in het Japanse tenue over de Italiaanse selectie schreeuwen - merk ik dat ik op Italiaans overgeschakeld ben, wat waarschijnlijk ook een grote oorzaak is van de vreemde blikken van de omstanders.
  Maar net als ik mezelf een beetje probeer te kalmeren, grijpt Cassi mijn arm beet en trekt ze me -helaas- niet naar Paolo, maar naar een groepje mensen in een Orpheus-shirt.
  “Ik hoorde de naam ‘Witte Meteoor’, weet u toevallig of hij al op het eiland is?” begint Cassi meteen in het Italiaans tegen hen te ratelen.
  “Paolo is onze broer, ziet u, we hebben hem een al een tijd niet gezien,” voeg ik er snel aan toe, om minder als stalkerige fans over te komen, en ik maak een vaag gebaar naar ons team. “Wij zijn Cassiane en Fayline Bianchi uit de Japanse selectie.”
  Of we komen nog steeds als stalkerige fans over, of de fan in kwestie spreekt niet erg goed Italiaans, of misschien had hij gewoon haast, want hij mompelt iets wat op een verontschuldiging lijkt en loopt dan gauw weg.
  Als ik naar de volgende persoon wil lopen, voel ik plotseling een hand op mijn schouder. “Cassi, Fay, we gaan zo, komen jullie?” vraagt Axel rustig, met een glimlach op zijn gezicht.
  “Ja… Ik kom eraan,” antwoord ik. “Kom, Cassi, we zien hem snel genoeg.”
 Cassi zucht diep, maar volgt me dan wel terug naar de groep.
  “Het voetbaleiland dus,” concludeert Jude als we weer compleet zijn. “Die naam lijkt me goed gekozen.”
  “Inderdaad,” zegt Nathan instemmend. “kun je het geloven, Jude? De beste voetballers van de wereld zijn allemaal hier op dit eiland.”
 “Spelers zoals Paolo,” mompel ik, en Cassi knikt instemmend.
 “Eindelijk zijn we er: het WK.” Axel lacht naar me. “Maak je maar geen zorgen. Hij is hier ergens en jullie vinden hem vast snel genoeg.”
  Ik knik en zucht. “Bedankt, Axel.”
  “Yeah!” roept Mark dan, wijzend op onze bus. “Instappen allemaal, we gaan!”
  “We bevinden ons op dit moment op de hoofdweg, in het midden van het eiland Liocott,” legt Celia uit als we eenmaal allemaal ons plekje in de bus gevonden hebben.
  “Hé, dit is een tropisch eiland, net als Dat van mij. Dat bevalt me wel,” zegt Hurley, die eindelijk wat op lijkt te knappen van zijn vliegervaring. “Ik voel me al een stuk beter.”
  “Gelukkig maar,” zegt Cassi, die ondertussen uit het raam staart. “We kunnen je niet nog een wedstrijd missen. Straks moet Fay weer in de verdediging.”
  “Hé, ik deed ook mijn best,” verdedig ik mezelf verontwaardigd. “Trouwens, Tori is er nu, dus dat hoeft nu hopelijk sowieso niet meer.”
  “Natuurlijk,” roept Tori, die omgedraaid op haar stoel naast Jude zit, naar ons. “Maak je vooral geen zorgen.”
  “Oh, kijk!” roept Austin dan, als we een weg inslaan en in een ander deel van het eiland lijken te belanden.
  “Maar… maar hier is het niet echt tropisch meer,” mompelt Hurley teleurgesteld.
  “Ja, het is niet anders Hurley. Het komt doordat, eh,” begint Willy, maar Celia is hem voor.
  “De organisatie wil dat spelers van diverse teams zich helemaal thuis voelen,” legt ze uit, willy’s verontwaardigde en zelfs gekwetste uitdrukking negerend. “In alle wijken waar de spelers verblijven, hebben ze de sfeer en architectuur van alle deelnemende landen nagebootst. Wow, kijk eens!” Ze wijst naar de gebouwen langs de weg. “Dit lijkt toch precies op een decor uit een film?”
  Mijn aandacht wordt echter meer getrokken door een logo met een eenhoorn, dat van de Unicorns. Dit is het Amerikaanse deel, dit is waar Erik waarschijnlijk verblijft. Ook al heeft Paolo prioriteit, ik wil hem graag weer eens zien. Ook al voelt het als gisteren, het is ruim drie maanden geleden dat hij terug is gegaan naar zijn thuisland.
  “We zijn nu in de Engelse wijk,” zegt Celia na een tijdje. “Om elk gebouw zoveel mogelijk op het origineel te laten lijken, heeft men zelfs bakstenen uit Groot-Brittannië laten komen.”
  “Het voelt alsof we in deze setting hun geschiedenis en tradities herbeleven,” zucht Silvia dromerig.
  “Ik vind al dat theeleuten maar niks,” bromt Archer, die onderuitgezakt op de achterbank zit.
  “Ik krijg er vooral honger van,” zucht Hurley.
  “Ugh, spelbedervers,” mompelt Silvia, die haar blik weer op het raam vestigt.
  Ik volg haar voorbeeld, en merkt de verandering in architectuur al voordat Celia de woorden “We rijden nu de Italiaanse wijk binnen" heeft uitgesproken.
  “Ze hebben hier tot in detail een mediterrane stad nagebouwd,” vertelt ze, maar het commentaar van de andere spelers gaan verloren in ons gejuich.
  “Meneer, stop de bus!” schreeuwt Cassi, die haar riem los klikt en naar voren rent zodra het veld in zicht komt.
  Onmiddellijk volg ik haar voorbeeld en zodra de deuren open gaan sprinten we op het voetballende team af. “Paolo! We zijn er!”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen