Alweer datzelfde verhaal, alweer hetzelfde liedje, alweer dezelfde leugen, dezelfde halve waarheid. En alweer dingen verzwijgen, natuurlijk, alweer de lastigste stukken overslaan. Alweer excuses, alleen maar excuses om de gaten op te vullen. Er komt nooit een einde aan.

“Ik geloof best dat het een ongeluk was,” zegt Paolo langzaam, terwijl hij zijn gedachten één voor één op de juiste plaats laat vallen. “Dat wil ik in ieder geval heel graag geloven. Maar die wedstrijd… Wat je opties ook waren, als de anderen slechter waren dan met hen meespelen, wil ik wel erg graag weten wat die opties geweest zijn.” Hij valt kort zijn vuisten, voor hij weer even diep ademhaalt en ontspant.

Maar Cassi antwoordt niet, natuurlijk niet. Ze schudt alleen maar haar hoofd en kijkt naar de grond. “Dat doet er niet toe,” mompelt ze. “Ik kan er toch niets meer aan veranderen en dat wil ik ook niet.”

“Hoe… ben je daarna ontsnapt?” vraagt Paolo dan, zich realiserend dat ze hem toch geen antwoord gaat geven op zijn eerdere opmerking.

“Nou, dat was...” Ze aarzelt even en ik snap meteen waarom. Claude is deel van dit verhaal, meer dan ze daarnet liet blijken, en daar kan ze nu niet meer omheen. “Ik had wat hulp van Claude, de aanvoerder van Axels team. Of nou ja… Hij wilde me niet echt helpen ontsnappen, maar hij zou bij Raimon gaan kijken op Okinawa en ik mocht mee van hem, en toen kregen we ruzie en ben ik weggerend. Ik denk dat ze me daarna niet meer terug konden vinden.”

Paolo fronst verward en kijkt even verbaasd van Cassi naar mij. “Ik snap het niet,” zegt hij dan. “Waarom zou hij je meenemen uit de Academie? De kans dat je zou ontsnappen was enorm, waarom zou hij het risico nemen?”

“Omdat hij haar vriendje was,” zeg ik, voordat Cassi van onderwerp kan veranderen. Ik kijk van haar naar Paolo en bijt even op mijn lip. Eindelijk een opgebiecht waarheid, maar die kwam niet uit haarzelf. “Hij nam haar mee naar het eiland, ze kregen ruzie en maakten het uit. En vervolgens zoende ze hem wel voor de ogen van heel Raimon. Ik weet het ook allemaal niet meer.” Ik maak een wanhopig gebaar en leun vermoeid achterover tegen de muur aan.

Paolo kijkt met open mond van mij naar Cassi, vol van verwarring en verbazing. “Je bedoelt dat je een relatie hebt gehad met een alien? Is dat echt waar, Cassi?”

“Ik wil er niet over praten,” mompelt ze terug. “Het was niet echt een succes, behalve op dat ene punt dat hij me geholpen heeft om daar weg te komen. Ik kwam weer terug bij het team, maar de meeste spelers van Raimon waren daar niet echt heel gelukkig mee.”

“Ondertussen bracht Thor, bij wie ik ondergedoken zat, haar naar me toe,” vervolg ik mijn deel van het verhaal - zonder stukken weg te laten. “Ik kon nog niet met haar mee terug naar het team, vanwege de veiligheid van Axel en Julia. Dat veranderde toen Epsilon Raimon uitdaagde: tijdens die wedstrijd zaten Axel en ik in het publiek. De mannen van Alius waren ons al langer op het spoor, maar we wisten hen erin te luizen, waardoor we eindelijk weer gewoon terug konden komen naar het team. We hebben nog wat… gedoe gehad met andere teams, voornamelijk die van Claude en dan later nog met Generis, het team van… Xavier.” Ik slik even, wetende dat ik hen bijna Cassi's team genoemd had, maar ga dan snel door. “Maar uiteindelijk hebben we Alius weten te verslaan en was de dreiging voorbij - nadat we uit hun instortende gebouw ontsnapt waren en de persoon achter de Academie was gearresteerd.”

“Nog niet helemaal,” corrigeert Cassi me zacht. Ze huivert even en trekt haar knieën op. “Toen we terugkwamen wachtte er nog een team op ons: een met spelers die het team hadden verlaten omdat ze het niet meer aankonden.” Ze trilt en haar stem trilt mee, terwijl kleine tranen zich in haar ooghoeken vormen.

Ik voel ook hoe ik zelf begin te trillen, al is het niet uit verdriet, maar uit de frustratie en de woede, die ik nog steeds voor Wyles en dat team koester. “Oud teamgenoten met de kracht en duisternis van de aliusrots. Het pijnlijke was… zij kenden ons, maar wij hen niet meer. Het was gewoon…” Ik bal mijn vuisten even, maar probeer mezelf dan te kalmeren. “Zij waren meer aliens voor ons dan de kinderen van de Academie. Uiteindelijk wisten we tot hen door te dringen, maar het blijft een nogal pijnlijke herinnering.”

Even is het stil, terwijl ik en Cassi onszelf proberen te kalmeren en Paolo alles langzaam op zich in laat werken. Emoties flitsen over zijn gezicht - woede, frustratie, verdriet en angst wisselen elkaar in een razend tempo af en ik weet maar al te goed hoe dat voelt. “Hoe zat het dan met die jongen die belde? Xavier?” vraagt hij, terwijl hij Cassi verward aankijkt.

“Wat? Xavier?” Nu is het Cassi's beurt om verbaasd te kijken. “Hij was mijn aanvoerder op Alius en nu is hij een teamgenoot en een vriend van ons en dat is het wel.”

“Niets meer?” Paolo kijkt naar mij ter bevestiging, waarop ik mijn schouders ophaal en mijn hoofd schud. “Maar ik dacht echt dat… Laat ook maar.”

Ik haal even diep adem en kijk hem dan recht aan. “Sorry dat we tegen je geloven hebben. Ik was… Het was… De detective vertelde dat het veiliger was als ik net zou doen alsof alles prima was. Dan zou jij je geen zorgen maken en geen roekeloze dingen gaan doen, en zou ik geen paniek zaaien.” Ik kijk naar de grond, terwijl ik zachtjes verder praat. “Het spijt me echt, Paolo.”

“Ik denk niet dat ik het al helemaal begrijp,” zegt hij na een tijdje zwijgen eerlijk. “Ik heb wat meer tijd nodig. Die aliens… Dat ontvoeren, die relatie, al die dingen. Ik denk dat ik het eerst even allemaal op een rijtje moet zetten.”

Ik knik begripvol naar hem, maar kan het toch niet laten om nog een poging te doen om hem te overtuigen van de vreemde, veranderde omstandigheden. “Er is veel veranderd, Paolo,” zeg ik zo rustig mogelijk. “Ook de zogenaamde aliens. Zij zijn ook belangrijk voor ons.”

“Ik heb tijd nodig,” herhaalt Paolo alleen maar. “Alleen maar een beetje tijd. Oké?”

Ik zucht nogmaals en knik dan. “Oké.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen