Het is Paolo die als eerste de stilte doorbreekt. Iedereen heeft nu zoveel aan zijn hoofd, zoveel emoties, zoveel zorgen. “We missen jullie wel in de Italiaanse selectie,” zegt hij luchtig. Geen subtiele wissel van onderwerp, maar ik ben er heel blij mee.

 “Er waren wel veel van ons oude team in de selectie, of niet?” vraag ik enthousiast. Het is leuk om iedereen weer te zien. Niet alleen Paolo, maar ook mijn oude teamgenoten en vrienden. We praten nog even door, rustiger nu. De spanning zakt eindelijk wat weg, gelukkig.

 “Ik denk dat ik terug moet naar de Italiaanse buurt,” zucht Paolo, als het buiten donker is geworden. “Morgen is de officiële opening, dan zien we elkaar vast nog wel even.”

 Ik sta op. “Ik zal Izzy even vertellen dat ze weer in haar kamer kan, ze wacht waarschijnlijk al even.” Ik grijns en loop de kamer uit.

 In de kamer hoor ik Paolo wat verschuiven en zijn stem dempen. “Ik denk ook dat Cassi wat verzwijgt,” geeft hij zacht toe. “Maar we komen er wel uit. Ze vertelt het ons vast wel. We zijn familie.”

 Die woorden komen hard aan. Ik luister niet verder en loop snel weg. Het is beter zo. Denk ik. Ik veeg kwaad de tranen uit mijn ogen. Niet nog meer gaan twijfelen, ik kan er nu toch niets meer aan veranderen. Aan mijn keuze bij Alius niet, aan mijn keuze om niet de volledige waarheid te vertellen niet. Toch speelt de gedachte door mijn hoofd dat ik misschien de hele waarheid had moeten vertellen, maar ik kan het niet. Ik weet niet hoe. Ik zit vast in mijn zelfgemaakte web van leugens en halve waarheden en verzwegen verhalen. Ik herpak mezelf en loop de gezamenlijke woonkamer in. “Izzy, Paolo gaat zo weg, hoor, dus je kunt weer gewoon naar onze kamer.”

 Het meisje springt overeind. “Super, mijn oplader ligt daar nog en ik heb nog net genoeg procent.” Samen lopen we terug richting onze kamer. “Hoe ging het uitleggen?” vraagt Isabelle zacht, serieuzer dan meestal.

 Ik haal mijn schouders op. “Lastig,” geef ik toe. “Het is zo ingewikkeld. Er speelde nog zoveel naast en sommige dingen zijn zo moeilijk om uit te leggen.” Ik kijk haar niet aan. Ik weet niet precies hoeveel Izzy eigenlijk weet, over de leugens, over alles wat er speelde en speelt. We praten eigenlijk weinig over de tijd van Alius, omdat het voor iedereen pijnlijk is. We lopen de hoek om en ik bots bijna tegen Fay en Paolo op. “Wat?” zeg ik verbaasd.

 “Oh, Cassi, Fay en ik liepen vast na-" Paolo valt halverwege zijn zin stil en kijkt naar Izzy. De blik in zijn ogen verduisterd. Hij is kwaad. “Hoe heb je dat ooit kunnen doen, hoe heb je kunnen meewerken met de plannen van Alius Academy?” vraagt hij hard, kwaad.

 Isabelle kijkt geschrokken naar Paolo en kijkt dan ongemakkelijk weg. Het gebrek aan antwoord lijkt Paolo alleen maar kwader te maken. “Jullie hebben mijn zusjes in gevaar gebracht, allebei, jullie zijn gevaarlijke aliens. Scholen verwoesten, Cassi ontvoeren?” Hij begint haast te schreeuwen. “Ik snap niet dat ze jullie in de selectie hebben gelaten na alles.”

 “Paolo, stop.” Ik onderbreek hem luid. Fay schudt even zacht haar hoofd. “Hou op. Niet doen. Ze zijn geen aliens. Izzy is een vriendin. We hebben allemaal fouten gemaakt.” Ik kijk Paolo strak aan, met een brok in mijn keel. Alle emoties van het uitleggen komen terug. Paolo begrijpt het niet, en hij gelooft me niet, terwijl Paolo me altijd geloofde. Ik vertelde Paolo en Fay alles, hoe heeft het zo kunnen veranderen?

 Voordat Paolo kan antwoorden en dit kan uitlopen in een ruzie, legt Isabelle haar hand op mijn schouder. “Cass, dank je wel, maar dit is niet het goede moment. Je broer heeft gelijk, en hij heeft het volle recht om te schreeuwen en ons niet te mogen, na alles wat we gedaan hebben.” Ze slikt even en wendt haar blik af. Ik zie dat ze haar tranen weg knippert. “Het spijt me voor alles wat we veroorzaakt hebben,” zegt Izzy zacht.

 Paolo blijft stil. Hij schreeuwt niet verder. Isabelle’s excuses en houding lijken binnen te komen, het lijkt hem iets te doen. Hij haalt een hand door zijn haar en vloekt zacht in het Italiaans. “Sorry, ik had niet moeten schreeuwen,” mompelt hij dan. “Ik ben gewoon in de war door alles wat ik gehoord heb. Ik heb tijd nodig. Het spijt me.”

 Isabelle kijkt verbaasd op, en ik ook, maar opgelucht. “Nee, het is oké,” zegt ze, maar ze is duidelijk opgelucht. “Ik laat jullie nu wel alleen.” Ze loopt langs Paolo, voordat we haar tegen kunnen houden.

 Ik zeg niets, terwijl we met Paolo naar de deur lopen. “We lopen nog wel een stukje mee,” zeg ik tegen onze broer. Er hangt een gespannen sfeer nadat hij tegen Isabelle schreeuwde.

 Hij glimlacht en knikt. Dan gooit hij ineens een voetbal naar me toe. Ik heb geen idee waar hij die vandaan haalt, maar kaats hem meteen terug. “Net als vroeger, Cass,” zegt Paolo vrolijk, meteen daarna speelt hij door naar Fay. “We kunnen best lopen en spelen tegelijk, voetbal was altijd al een uitlaatklep.”

 Ik glimlach terug. Ik heb Paolo gemist, heel erg. Al spelend lopen we richting de Italiaanse wijk, totdat Paolo om de hoek tegen iemand opbotst. Hij is wel op dreef, eerst tegen Izzy en nu weer tegen iemand. De bal vliegt weg en belandt in de bak van een rijdende truck. “De bal!” Ik kijk geschrokken naar de truck, die verder rijdt, en dan naar Paolo en… Mark?

 “Sorry!” zegt onze aanvoerder meteen. “Ik keek niet uit en- oh, hey, jij bent toch Paolo Bianchi? De broer van-"

 “Ja, Paolo is onze broer, laten we nu snel achter die wagen aan. Anders zijn we ze kwijt!” onderbreek ik Mark. Verbaasd kijkt hij op. Hij had ons nog niet gezien. Zonder op zijn antwoord te wachten, beginnen Fay en ik tegelijk achter de truck aan te rennen. Mark en Paolo op onze hielen, achter ons, Paolo naast ons, Paolo voor ons. Verbaasd kijk ik hem na. Hij is zoveel sneller geworden.

 Hij schiet een steegje in, en draait behendig om alle dozen heen. Mark kijkt hem met grote ogen na, terwijl we stil blijven staan. “Hij is fantastisch!” zegt hij, duidelijk onder de indruk.

 Fay knikt meteen. “Zeker weten,” zegt ze trots en ik knik instemmend. Paolo is alleen maar beter geworden, zoveel beter in nog geen jaar tijd. Hij is een geweldige speler. We rennen via de normale weg naar boven en zien zo dat Paolo in truck in heeft gehaald.

 De voetbal valt uit de achterbak, maar ook een reusachtige band die erbij ligt. Ik neem de bal aan, maar kijk dan geschrokken op als de band met razende vaart op ons af komt. “Fay!” Mijn blik schiet bezorgd naar mijn zus, maar Mark gaat voor ons staan en weet de band te stoppen met Hand van God.

 Paolo kijkt Mark met grote ogen aan. “Wauw, dat was fantastisch!” roept hij enthousiast uit. “Wat een actie! Die band is echt reusachtig en je hebt hem zo tegengehouden!” Paolo is duidelijk onder de indruk.

 Mark grijnst. “Heb je jezelf gezien, man, je haalde gewoon die auto in. Zo snel en behendig!” Ze stromen allebei over van het enthousiasme.

 Ik glimlach. “Paolo, moet je nou niet terug naar de Italiaanse buurt?” vraag ik, voordat hij weer afgeleid wordt en ergens met Mark gaat voetballen.

 “Oh ja! Ik zie jullie snel!” Hij zwaait en pakt zijn bal behendig van me af. “Tot morgen.” Hij loopt weg.

 “Wat was je aan het doen, Mark?” vraagt Fay nieuwsgierig, als Paolo weg is.

 Mark lacht en wijst naar de band. “Ik was op zoek naar een band om mee te trainen, en ik denk dat ik één gevonden heb!” Hij legt zijn hand ongemakkelijk in zijn nek. “Alleen nog even vragen of ik hem mag hebben, en uitleggen wat er gebeurd is,” voegt hij eraan toe.

 Ik schiet in de lach. “Nou, succes daarmee. Gaan wij vast terug, Fay?” vraag ik.

 Mijn zus knikt en samen lopen we terug naar de Japanse buurt. We zijn allebei stil, bezig met onze eigen gedachten, maar er hangt geen grote spanning gelukkig. “Ik ben blij dat we Paolo eindelijk weer gezien hebben,” zucht Fay dan. “En dat we in elk geval iets hebben uitgelegd. Nu kunnen we ons meer focussen op wedstrijd.”

 Ik knik stilletjes. “Ik ook,” zeg ik instemmend, maar ik voel me er schuldig over. Uiteindelijk heb ik minder uitgelegd dan er echt speelde. Zelfs Fay heb ik het niet verteld. Misschien had ik het moeten vertellen. Maar die zorgen schuif ik voor nu opzij. We hebben genoeg andere dingen om ons op te focussen. Dit soort persoonlijke problemen kunnen wel even wachten, het Alius gedoe is tenslotte al opgelost. We moeten nu de volle aandacht op het wereldkampioenschap richten als we een kans willen maken om te winnen. Ik glimlach naar Fay. “Ik ben blij dat we er eindelijk zijn.”

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen