Voor het eerst vreesde Nathan voor zijn leven. Hij had nooit gedacht dat Hector het zover zou laten komen, maar de man leek verblind door woede. Hij stapte dichter op Nathan af en Nathan smeekte hem: ‘Nee, nee, nee! Hector, je bent geen moordenaar, alsjeblieft!’
‘Ik ga je niet doden, jij kleine rat,’ gromde Hector. ‘Niet als je stil blijft liggen, tenminste.’ Hij greep Nathans hoofd vast, die schreeuwde om hulp. Hector plaatste het mes aan Nathans kin en liet het over zijn gezicht glijden, over zijn jukbeenderen, zijn neus, tot aan zijn wenkbrauw. Nathan voelde de brandende pijn en snikte, maar hield zijn lichaam wel stil. Eén verkeerde beweging en het mes kwam in zijn oog terecht, of maakte een diepere snee.
‘Jij zal nooit meer iemand verleiden,’ snoof Hector. ‘Niet met een litteken als dit.’
Nathan voelde het bloed zijn gezicht verwarmen. Het werd hem allemaal te veel, te veel om te kunnen vatten. De slagen, het bloedverlies, de pijn… er was maar zoveel dat een mens kon verdragen.
Door een waas van tranen zag Nathan Hectors gezicht, in een grimas. De man leek even verbaasd te zijn als Nathan door wat hij gedaan had. Hector mompelde iets onsamenhangends en maakte de touwen rond Nathans polsen en enkels los. Nathan probeerde op te staan of te bewegen, maar voelde zichzelf als een lappenpop op de grond vallen. Hector pikte hem op en met heel wat gevloek, droeg hij Nathan over zijn schouder, richting de gang.
In Nathans hoofd was het één chaos. Hij wilde enkel dat de pijn stopte, dat ze hem met rust lieten. Hij wilde slapen en nooit meer wakker worden.
Nathan zag de trap van de kelder en wist meteen waar Hector hem naartoe bracht. Hij stopte inderdaad voor één van de cellen - die naast de cel van de Fourniers - en wilde Nathan erin gooien toen ze allebei Aurore opmerkte. Ze zat aan de rand van haar cel en keek met lichte ogen naar de geluiden die ze hoorde. ‘Nathan?’ vroeg ze met een bibberige stem. ‘Ben jij dat?’
Nathan vervloekte zichzelf en - als hij heel eerlijk was - vervloekte hij haar. Hector keek van Nathan naar het vragende gezicht van Aurore en grinnikte - een laag, donker geluid.
‘Heb je deze ook voor je laten vallen, Landrieu?’
Nathan keek op en zag Aurore’s gezicht, zag de duizend vragen die daarop lagen, en hoopte met heel zijn hart dat Hector zou zwijgen. Maar die deed de cel van Nathan open, legde Nathan hardhandig op de vloer en zei toen tegen Aurore: ‘Je vriendje is niet wat je denkt dat hij is, meid. Hij verleidt vrouwen. Dat is zijn job. Ben je ook voor hem gevallen?’
Aurore antwoordde niet, maar haar gezichtsuitdrukking moet genoeg gezegd hebben. ‘Ach arme meid. Let volgende keer beter op. Wat deze je ook wijsgemaakt heeft, er is niets van waar. Hij is een manhoer.’
Hector grijnsde nog een laatste keer naar Nathan, sloot toen de celdeur en liep weer naar boven. Nathan murmelde Aurore’s naam, smeekte haar om antwoord te geven. Net voor hij het bewustzijn verloor, kwam haar stem naar hem toe, zo broos als een pasgeboren vogeltje. ‘Is het waar?’ vroeg ze.
Nathan wilde naar haar toe gaan, haar in zijn armen nemen en haar de volledige waarheid geven - dat hij voor haar gevallen was, dat zijn gevoelens meer dan echt waren. Maar met de laatste krachten die hij had, zei hij enkel: ‘Ja. Het spijt me.’ Daarna verloor hij opnieuw het bewustzijn.


Reacties (3)

  • Monsieur

    b e s n o

    3 maanden geleden
  • AmeranthaGaia

    Oh, dit is echt te zielig voor woorden. Nee, dit kun je me echt niet aandoen. Hij houdt van haar. Hij houdt echt van haar.

    3 maanden geleden
  • Sunnyrainbow

    Hoe kan je zo'n kort hoofdstuk posten! en dan zo'n een! Kan niet wachten op het vervolg

    3 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen