Jullie reacties zijn te schattig!


Het menselijke lichaam heeft de vreemde gewoonte om zichzelf weer op te lappen. Heb je een blauw oog? Wacht enkele dagen, en het zal verdwijnen. Een nare verkoudheid? Blijf een paar dagen in bed en je lichaam draagt zorg voor zichzelf.
Nathan had al zoveel wonden en ziektes overwonnen dat hij niet langer twijfelde aan de kracht van zijn lichaam. Maar dat hij na enkele dagen in een koude cel, met enkel wat water en brood zou genezen, had hij nooit voor mogelijk gehouden.
En toch, na enkele dagen werd het weer helder in Nathans hoofd. De open wonde op zijn gezicht deed nog steeds pijn en hij voelde de beurse plekken op zijn lichaam, maar hij kon zich niet langer verstoppen achter de bewusteloosheid. Dag na dag voelde hij zichzelf aansterken.
Zodra hij alles op een rijtje kon zetten, was het eerste wat hij deed naar de rand van zijn cel kruipen en luisteren. Zat Aurore in de cel langs hem? Was ze daar? Zodra hij een beweging hoorde, begon hij met zijn pleidooi. Hij vertelde haar alles. Hij vertelde haar hoe hij naar haar huis was gerend, en wat hij daar had gevonden. Hij vertelde dat hij daarna meteen op zoek was gegaan naar Le nouveaux aude, om haar te vinden, om haar te helpen. En als laatste vertelde hij haar de volledige waarheid: over de missie die madame Rosella hem gegeven had en dat hij inderdaad zo met haar in contact was gekomen.
Het kon Nathan niets schelen dat misschien de hele kelder kon meeluisteren. Hij moest het haar duidelijk maken. Ja, het was misschien een missie en een verleidingspoging in het begin, maar dat was het al weken niet meer. Hij was van haar beginnen houden. En dat gevoel was nooit weggegaan.
Hoeveel Nathan ook vertelde of vroeg, er kwam geen antwoord. Dus begon hij de dag erop opnieuw. Hij begon van vooraf aan en hoopte met heel zijn hart dat ze zou luisteren, dat ze het zou begrijpen. Opnieuw antwoordde Aurore niet.
Nathan wist niet precies hoeveel keer hij het verhaal vertelde, maar hij weigerde om op te geven. Toch was het soms lastig om hoop te blijven hebben. Niet alleen gaf Aurore geen teken van leven, de omstandigheden waarin ze zaten waren op zijn zachtst gezegd barbaars. Ze kregen net genoeg water en voedsel om in leven te blijven, maar Nathan had bijna continu dorst en honger. Het slapen op de grond deed zijn wonden geen goed en de snee op zijn gezicht begon meermaals opnieuw met bloeden. Om de zoveel tijd, namen de bewakers een persoon mee uit de cellen, die altijd meer gehavend terugkwam dan als ze vertrokken. Sommigen van de gezichten herkende Nathan van de vergadertafel. Meestal negeerden ze hem, maar van een aantal - waaronder Didier - kreeg hij erg vuile blikken. Nathan wist niet hoe lang het zou duren voor ze ook hem opnieuw zouden ondervragen - al was er absoluut niets meer dat hij hen kon vertellen.
Die nacht gebeurde echter het onmogelijke. Net toen Nathan de slaap begon te vatten, werd hij wakker door het geschuiffel van twee paar voeten. Hij probeerde het te negeren, toen hij een fluisterende stem hoorde: ‘Nathan? Ben je hier?’
Nathans ogen schoten open en hij raapte zichzelf van de vloer. Daar, in de gang van de kelder, stond de laatste persoon die Nathan hier verwacht had. Samuel.
‘Samuel, wat doe jij hier?!’ Samuels blik ging meteen naar Nathans cel en de jonge man zuchtte. ‘Godzijdank, je leeft nog.’
‘Hoe… Is dit echt? Hoe kan dit?’
Op dat moment zag Nathan de figuur achter Samuel. Léonie droeg een weinig verhullend jurkje en liep ook naar Nathans cel. ‘Nathan! Jeetje, je ziet er verschrikkelijk uit.’
‘Léonie? Wat…’
‘Ik had al dagen niets meer van je gehoord,’ legde Samuel uit. ‘Léonie kwam met het plan. Ik leg het je straks uit, maar we hebben geen tijd te verliezen nu.’
Léonie groef in de zakken van haar jurk en haalde er een ijzeren sleutel uit. Daarmee opende ze de cel en Nathan vloog in de armen van zijn vrienden.
‘Kom, we moeten gaan,’ zei Samuel haastig.
‘Wacht.’ Nathan keek in de cel naast de zijde. Aurores ouders zaten tegen de achterste wand en sliepen. Aurore lag opgekruld op de vloer, een beetje verder. ‘We moeten hen meenemen.’
Léonie schudde haar hoofd. ‘Nathan, daar is geen tijd voor-’
‘Het moet. Ik kan niet weg zonder hen.’
Léonie perste haar lippen opeen maar knikte. Ze opende de celdeur, wat genoeg lawaai maakte om Aurores ouders wakker te maken. Ze keken verbaasd op, maar Samuel legde kort uit wie ze waren en wat ze kwamen doen. Meteen stond het echtpaar op en maakten ze Aurore wakker. Nathan had geen tijd om haar reactie te zien, hij draaide zich weer om en volgde Samuel door de deur, de gang in, naar buiten. Achter het gebouw stond een koets klaar en haastig stapten Léonie, Nathan, Aurore en haar ouders in. Samuel ging op de koets zitten en spoorde de paarden aan om in een rotvaart het gebouw achter zich te laten.
In de koets kreeg Nathan het hele verhaal. Een aantal dagen geleden, was Samuel naar het bordeel gegaan, gealarmeerd door het gebrek aan contact of informatie van Nathan. Daar had Léonie hem ontvangen en hem verteld dat ze Nathan inderdaad al eventjes niet meer gezien hadden. Samen hadden ze de eindjes aan elkaar geknoopt en een plan in elkaar gestoken.
Samuel kende enkele revolutionisten en die verwezen hen door naar het huis van Didier, waar Nathan zelf op onderzoek was gegaan. Léonie had, met succes, Didier verleid om zo achter dezelfde waarheid te komen als Nathan had gedaan: Didier was niet de enige die gevangen hield en Nathan zat niet in zijn kelder.
Didier, die niet vies was van een glaasje alcohol, was volgens Léonie een makkelijke prooi. Om indruk te maken op haar, had hij Léonie de sleutelbos laten zien, die toegang had tot àlle cellen met revolutionisten erin. Het nam slechts een paar glazen en wat zoete woordjes tot Léonie de sleutels in handen had en ze samen met Samuel inbraken in het huis van Hector en Mireille, waar Nathan zat.
‘Het lijkt te mooi om waar te zijn,’ zei Nathan.
‘Geloof het toch maar,’ glimlachte Léonie. Ze leunde achterover in de koets, waardoor Nathan een goed zicht had op Aurore en haar gezin. Ze zagen er afgepeigerd uit.
‘Is alles in orde met jullie?’ vroeg Nathan zachtjes. Meneer Fournier was de enige die op keek. Het was een vriendelijk uitziende man, met licht grijzend haar. ‘Ik weet niet hoe we jullie ooit kunnen bedanken,’ zei hij hees.
Léonie ging erop in en voerde een kort gesprekje met de man, om hem gerust te stellen. Ondertussen bestudeerde Nathan Aurore. Ze keek hem niet aan, niet één keer. Ze zat aan de andere kant van de koets en Nathan durfde haar niet te storen, durfde haar niet te vragen om vergiffenis. Hij besefte dat ze erg bang moest zijn en dat zijn aanwezigheid het er niet beter op maakte.
Nog voor Nathan de kans kreeg om een oplossing te vinden voor zijn probleem, stopte de koets. ‘Waar zijn we?’ vroeg hij.
‘Dit is een onderduikadres,’ zei Léonie. ‘Voor de mensen die revolutionisten helpen. Meneer en mevrouw Fournier, hier gaan ze jullie goed ontvangen.’
Het beduusd kijkende gezin stapte uit de koets en Nathan glipte er snel achter. Hij probeerde om Aurores hand vast te nemen, maar die sloeg hem meteen weg en gaf Nathan een ziende blik. ‘Aurore, alsjeblieft, voor je gaat… Geef me een kans om het uit te leggen.’
‘Nee, Nathan. Ik zal je altijd dankbaar zijn dat je ons uit die kelder hebt gehaald, maar ik ben je niets verschuldigd. Ik wil dat je me met rust laat.’
Ze keek Nathan aan met zoveel walging en woede, dat hij niets anders kon dan een stap achteruit te zetten. Vanuit zijn ooghoek zag hij hoe meneer Fournier, Aurores vader, bedenkelijk keek. Daarna nam hij de schouder van zijn dochter vast en zei: ‘Kom. Laten we gaan.’
Nathan bleef het gezin nakijken tot ze het deur van het huis achter zich toe sloegen en Nathan hen niet meer kon zien.

Reacties (3)

  • Hephaistion

    :C

    2 weken geleden
  • AmeranthaGaia

    Ik wil dat je me met rust laat.

    Nee! Ik bedoel... het is super begrijpelijk, maar... NEEEEEEEE!!!

    2 weken geleden
  • Sunnyrainbow

    Arme Nathan, wel begrijpelijk maar arme Nathan

    2 weken geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen