Nathan kon onmogelijk terug naar het bordeel. Madame Rosella had hem verraden, op een manier die zelfs voor haar alle grenzen overschreed. Hij zou er zich geen seconde veilig voelen.
In plaats daarvan, verbleef hij bij Samuel, in het klooster achter de kerk. Samuel had daar een kleine kamer voor zichzelf, waar nog maar net zijn bed, een tafeltje en de matras van Nathan in pasten. Hij mocht er blijven tot hij zijn eigen plek vond.
Het eerste wat Samuel deed toen ze daar aankwamen, was het verschonen van Nathans wonden. Hij siste toen hij de sneer zag, die over Nathans gezicht liep. ‘Dat wordt sowieso een litteken,’ zei hij, met een spijtige ondertoon in zijn stem.
‘Dat was ook de bedoeling van degene die het gedaan heeft,’ antwoordde Nathan grimmig. Samuel keek Nathan kort aan en ging toen verder met zijn wonde. Daarna gaf hij Nathan schone kleren en hielp hem op de matras. Nathan zuchtte opgelucht toen hij de zachte stof onder zich voelde. ‘Bedankt Samuel,’ zei hij. ‘Voor alles.’
Voor de tweede keer was hij gered door een ander, had hij zijn leven te danken aan iemand anders dan zichzelf. Maar deze keer wist hij dat het anders zat. Samuel deed het uit vriendschap, uit goede bedoelingen. Niet uit eigenbelang, zoals madame Rosella.
‘We praten morgen verder,’ beloofde Samuel. ‘Slaap nu maar.’
Nathan sloot zijn ogen en het duurde slechts enkele momenten voor de slaap hem overmeesterde.

Hoe zeer Samuel er ook op aandrong, Nathan wist dat hij niet in de kerk kon blijven. Nu zijn wonden waren geheeld en hij zich terug stukken beter voelde, was het tijd om op zoek te gaan naar een eigen plek. Maar om dat te doen, had hij zijn spullen nodig die nog steeds in het bordeel lagen.
‘Ik kan je helpen,’ opperde Samuel, toen Nathan die ochtend uitlegde wat hij van plan was.
‘Jij hebt al meer dan genoeg gedaan,’ grijnsde Nathan terwijl hij de zoveelste geleende blouse van Samuel over zijn hoofd trok. ‘Geloof me, dit moet ik alleen doen.’
‘Goed dan. Zolang je maar weet dat het niet moet. Je kan hier altijd terecht.’
‘Ik kan niet blijven leven op jouw goede bedoelingen, Samuel. Hoe zeer ik het ook waardeer.’
Samuel knikte glimlachend, waarna Nathan de kamer uit liep en zijn vriend gedag zei.
Hij legde het stuk van de kerk naar het bordeel te voet af, maar probeerde wel om uit het straatbeeld te blijven. Hij koos voor nauwe steegjes en, als hij de drukke weg toch moest nemen, probeerde hij zich zo onopmerkbaar te maken als maar kon.
Gelukkig zou madame Rosella niet aanwezig zijn in het bordeel. Léonie had hem beloofd ze druk in de weer was met een nieuwe opdracht, waar Léonie weinig van af wist. Hij zorgde er alleszins voor dat madame bijna alle dagen buiten het bordeel doorbracht.
Nathan liep net de straat van het bordeel in en herkende het van ver, door het uithangbord met de zwaan. Het was erg vreemd om de plek te zien, wetende dat het niet langer zijn thuis was. De afgelopen jaren was hij erg gesteld geraakt op het huis en de mensen erin. Dat hij nu als een indringer moest binnengaan, maakte hem triest.
Nathan nam de achterdeur, die Léonie voor hem had opengelaten. Hij verspilde geen tijd en liep rechtstreeks naar zijn kamer, achterin de gang. Madame Rosella was er duidelijk eerst geweest. Zijn spullen stonden in zakken tegen de muur, klaar om weg te gooien. De rest van de kamer was leeg, alsof er zo een nieuwe bewoner zijn plek in kon nemen.
Nathan keek kort in de zakken en vond daar inderdaad al zijn bezittingen: zijn kleren, boeken, hebbedingetjes en nog wat andere spullen. Eigenlijk was het erg vreemd dat al zijn spullen van de voorgaande jaren maar in twee zakken pasten.
‘Het lijkt wel alsof ze alles voor je heeft klaar gezet.’ Nathan draaide zich om en zag Léonie in de deuropening. Ze glimlachte en hield haar armen over haar buik gekruist, die - zo zag Nathan voor het eerst - lichtjes begon op te bollen.
‘Ze weet toch echt niet dat ik hier ben?’
Léonie schudde haar hoofd. ‘Ik heb niets gezegd.’
Nathan nam de zakken vast en liep naar de deur. ‘Dan maak ik me beter snel uit de voeten. Ik wil niet dat ze me betrapt en jou ervoor straft.’
Léonie leek even te twijfelen, maar zei toen toch: ‘We gaan je hier missen Nathan. Je bent als een broer voor me.’
‘Ik jullie ook.’ Nathan omhelsde Léonie kort en liep toen verder door de gang. ‘Ik zie je snel weer,’ beloofde ze. Nathan knikte en zwaaide, waarna hij verder liep. Het liefst wilde hij ook iets tegen de anderen zeggen, maar er was geen tijd. Nathan hoopte dat hij ze ooit nog zou tegenkomen.
Hij liep verder langs de keuken en het bureau van madame Rosella. Zodra hij voorbij de deur liep, hoorde hij een kalme stem vragen: ‘Nathan? Kom je even naar binnen?’ Het bloed in Nathans aderen veranderde in ijs toen hij haar stem hoorde. Hij twijfelde even om gewoon door te lopen, maar wist dat hij geen keuze had. Hij slikte, liet de zakken op de grond achter en liep het kantoor binnen.
Nathan was nog maar een kleine jongen geweest toen hij hier voor het eerst een stap binnen zette. Hij had nog geen idee hoe de wereld - en de mensen erin - in elkaar zaten. Er waren ondertussen zoveel jaren verstreken, maar toen Nathan richting het bureau liep, voelde hij zich weer terug twaalf jaar.
Madame Rosella keek op van haar papieren en zag hoe Nathan op de stoel voor het bureau ging zitten. Ze zei niets van zijn litteken, dat van zijn kin tot aan zijn wenkbrauw liep, evenmin iets van de blauwe plekken op zijn gezicht.
‘Je gaat dus weg?’ vroeg ze, simpelweg.
Nathan knikte. ‘En durf me niet te vragen achter de duizend franken, of de gunst om je nieuwe pupil op te leiden.’
‘Dat was ik ook niet van plan.’
Nathan staarde naar zijn vroegere maitresse, die net zo hard terug staarde. En daar, in dat moment, besefte Nathan dat madame Rosella gewoon een vrouw was, als ieder ander. Ja, ze had veel bronnen en middelen, maar als het erop aankwam was ze een gewoon mens van vlees en bloed. Nathan merkte zelfs op dat, moest het tot een gevecht uitlopen, hij haar makkelijk aan zou kunnen. Hij zou haar kunnen doen boeten, voor alles wat ze hem had aangedaan.
Nathan slikte en dacht even aan de ruimte achter het bureau, waar ze hem zo vaak gestraft, gefolterd had. In zijn hoofd zag hij hoe hij haar van het bureau zou trekken en haar naar die plek zou sleuren. Ze zou een doek over haar mond krijgen, net zoals bij hem. En hij zou water gieten, gieten, gieten tot er geen geluid meer over haar lippen kwam.
Nathan schudde het beeld weg en keek recht voor zich uit. Hij had de kans, zou het zelfs makkelijk kunnen doen, en toch zou hij hem niet nemen. Misschien was het de macht die madame Rosella nog steeds over hem had, misschien was het Nathans geweten, maar hij besloot om helemaal niets te doen. Hij schudde zijn hoofd en stond op.
‘Dit is de laatste keer dat je me ziet.’
‘Dat betwijfel ik. Maar het ga je goed, Nathan.’
Nathan knikte, ging er niet tegen in. Madame Rosella had met momenten zijn leven een hel gemaakt, maar ze had ook voor hem gezorgd toen hij het het meest nodig had. Ze had hem een onderdak gegeven en hem gemaakt tot wie hij nu was. Het waren dingen die hij onmogelijk kon vergeten, zelfs na al de verschrikkelijke herinneringen die ze hem voor het leven gegeven had.
Nathan liep het bureau uit en liet zo het bordeel, alle vrienden, vijanden en zijn leven als verleider achter zich.

Reacties (1)

  • AmeranthaGaia

    ‘Dat betwijfel ik. Maar het ga je goed, Nathan.’

    Waarschijnlijk gaat het hem helemaal niet goed. En waarschijnlijk zal dat uiteindelijk ook nog eens jóúw schuld zijn, Madame Rosella.

    1 week geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen