Foto bij Teaching

Een klein stukje.
Laat gerust weten wat je er van vindt.
De foto heb ik niet gemaakt.

Vanaf die dag leerde mijn vader me om te veranderen in een faunaat en de 3 onvergeeflijke vloeken. Na een maand lang te oefenen en te oefenen kon ik mezelf veranderen in een zwarte luipaard. Het was een aangenaam gevoel om te veranderen. Raar om op 4 poten te lopen maar ik was zo snel en zag en hoorde zo veel meer. Op het moment dat ik voor de eerste keer veranderde was Marten kwaad. Wanneer ik terug in mezelf veranderde, sloeg hij me in mijn gezicht. Eenmaal een dier gekozen, kan je niet meer veranderen. Hij was zo woedend dat ik geen slang was geworden of zo dat ik na de slag direct weg liep. Het volde alsof hij hing ontploffen. Na hij me een week genegeerd had, ging hij verder met de studies. De 3 onvergetelijke vloeken moest ik oefenen op een kleine hond die Lucius ergens had gehaald. Ik kon de spreuken niet uitspreken op de hond, zelf niet op een spin, ik vertikte het gewoon. Ik was niet zo gevoelloos als mijn vader. Ik leek gewoon echt niet op hem.
“We zullen het anders moeten doen”
Hij richtte zijn stok naar mij. “Crucio”
Onvergetelijke pijn ging door mij heen, het was ondragelijk. Ik schreeuwde tot mijn keel schor was. Na een eeuwigheid leek het, stopte hij. Wanneer de pijn over was krabbelde ik overeind en keek Marten woedend aan.
“Ik zal je breken Eleanore en dan zal je de vloeken wel moeten gebruiken, dan moet je wel op mij lijken.
“Crucio” ging hij verder. Hij stopte na 5 minuten en wanneer ik probeerde op te krabbelen begon hij opnieuw.
Lucius vertelde erna dat ik het een uur had uitgehouden zonder het bewustzijn te verliezen. Marten stopte pas als ik niet meer overeind kon geraken. Al mijn energie was verloren. Maar dat weerhield me er niet van om hem woedend en met afschuw aan te kijken.
“Ik zal je dan maar een klein cadeautje geven. Ik wou het niet doen omdat ik dacht dat je wel vrijwillig mijn bevelen zou opvolgen en ik j zou kunnen vertrouwen. Maar hiermee kan ik je controleren en in mijn macht houden.”
Hij pakte mijn rechter arm en legde zijn stok er op. Ik wist wat er ging komen. Het duistere teken. Er kwam zwarte inkt, of zo iets, uit zijn staf dat mijn arm binnen drong. Het brandde afschuwelijk, maar ik had geen kracht meer om me los te trekken, laat staan te schreeuwen. Het begon zeer donker te worden voor mijn ogen en ruimte waar we in stonden vervaagde soms. Wanneer ik in de heldere momenten naar mijn arm keek, schrok ik. Er was geen duister teken op mijn arm zichtbaar maar in palm van mijn hand, onder mijn huid, waren kleine vlammetjes zichtbaar. Het voelde goed aan, warm en veilig. Wanneer ik opkeek naar Marten zag ik verbazing en ontzetting. Hij begreep het niet. Hij liet me los en vertrok. Zijn mantel was het laatste dat ik zag voor ik in een diepe droom verdween. Een gedachte kwam er wel nog bij mij op.
“Ik zal nooit van jou zijn. Je zal me mijn hele leven haten om wat ik ben geworden en ik zal jou haten om wat jij bent, mijn vader.”

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen