Toen Jack Milo leerde kennen, waren de jongens zes jaar oud. Jack was net naar Windham verhuisd met zijn moeder na de scheiding, en was de grote onbekende bij Windham Primary School. Hij had ook niet naar school gewild, maar zijn moeder had hem gedwongen. Hij zou wel nieuwe vrienden maken, had ze gezegd. Jack was daar niet zo zeker van geweest. Hij was de nieuweling, het kind dat naar dit stadje moest omdat zijn vader niet meer thuis wilde komen en zijn moeder het huis niet kon betalen.
      Het moment dat hij de klas ingelopen was, had zijn hart in zijn keel geklopt. Iedereen had naar hem gekeken en had hem raar gevonden en gelachen en... Zijn hand was vastgepakt door een jongen met warrig donkerblond haar. "Ik ben Milo. Jij bent mijn nieuwe beste vriend," had het jongetje, Milo, hem verteld, waarna hij Jack had meegenomen naar een tafeltje om een puzzel te maken. Vanaf dat moment waren de jongens onafscheidelijk geweest.
      Van de auto was niet meer over dan een uitgebrand wrak.
      Ze hadden samen gespeeld, wanneer de een ruzie had, stond de ander aan zijn zijde, en uiteindelijk waren ze samen op basketbal gegaan. Milo was er niet goed in geweest. Toen al niet, en beter was het nooit geworden. Hij was te snel afgeleid, te enthousiast en had het balgevoel van een stoeptegel. Het had hem nooit beperkt in zijn enthousiasme voor het team. Hij had vanaf het moment dat hij het schoolteam van Windham High School in zijn Freshman Year betreden had op de bank gezeten, maar was er elke wedstrijd geweest om het team aan te moedigen. Go Eagles!
      Het had niet uitgemaakt voor de twee vrienden, zelfs niet toen Jack het jaar erna wel een vaste positie kreeg. Milo was er altijd geweest en schreeuwde het hardste als Jack de bal had. Nooit had hij Jack laten zitten. Nooit had hij een wedstrijd gemist. Milo was altijd aan Jacks zijde geweest.
      De bestuurder is in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht.
      Hij had er moeten zijn. Dat wist Jack maar al te goed. Hij had aan Milo's zijde moeten zijn, net zoals Milo dat voor hem geweest was als ze een wedstrijd verloren hadden of als zijn vader hem weer eens niet eens een verjaardagskaart gestuurd had.
      Hij herinnerde zich zijn zestiende verjaardag nog als de dag van gisteren. Opnieuw was er geen kaart geweest, en hoewel hij tegen Milo gezegd had dat het hem niks deed, had het Jack zeker wel wat gedaan. Het was zijn vader! Zat een telefoontje er niet eens in?
      Milo had een fles whiskey uit de kast van zijn vader gestolen, en ze waren naar een naburig veld gereden. Daar hadden ze gezeten tot het ochtend was, in het veld naar de sterren liggen kijken en hele gesprekken over hun toekomst gehouden. Niks was zo goed om de pijn van nu te vergeten als gesprekken om drie uur 's nachts en een goede fles drank.
      Ze hadden bedacht hoe hun toekomst eruit zou komen te zien. Veel kon Jack zich niet meer herinneren van die gesprekken, maar hij wist nog wel één ding: de belofte dat ze voor eeuwig elkaars rug zouden hebben in moeilijke tijden.
      Maar telden dronken beloftes wel mee? Ze waren jong en naïef geweest, en hadden nooit rekening gehouden met dat het leven wel eens iets anders voor ze in petto kon hebben. En zeg nou zelf, wie kon er nou beloven er altijd te zijn? Niemand wist wat de toekomst zou brengen. Niemand kon er altijd zijn. Het was een loze belofte, gewoon een paar woorden. Het was niet waar.
      Of dat was wat Jack zichzelf vertelde.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen