Foto bij Hoofdstuk 104

‘Doe dat klote boek weg!’ schreeuw ik naar Harry die weer in het boek van Severus kijkt. Verschillende leerlingen van de leerlingen kamer staren mij verbaast aan. ‘Dat boek brengt niks anders dan ongeluk!’ schreeuw ik. Ik zie Ginny en Hermelien instemmend knikken. De jongen knikt en dan loop ik boos de leerlingenkamer uit. Hij is geobsedeerd door het boek. Hij ziet niet eens dat hij bijna iemand had vermoord. Misschien mag Draco niet zijn beste vriend zijn, maar je kunt dan toch ook wel bergrijpen dat het nog niet goed is? Ik zucht en begin te rennen. Ik moet naar de ziekenzaal! Ik moet Draco zien! Ik moet hem vertellen dat ik van hem hou! Ik weet dat hij het weet, maar ik moet het hem gewoon zeggen. Zodra ik de hoek om ren knal ik hard tegen iemand op, verlies mijn evenwicht en val op de grond.
‘H-het spijt me.’ stamel ik en kijk dan vlug op. mijn ogen blijven in de prachtige grijze ogen hangen. De jongen glimlacht vriendelijk naar me en steekt zijn hand naar me uit. Ik neem zijn hand aan en soepel trekt hij me omhoog.
‘Het maakt niet uit Roxanne. Van jouw ben ik het voortaan wel gewend. Je valt elke keer weer voor me.’ zegt hij met een ondeugend grijnsje op zijn gezicht. Ik voel hoe de tranen zich in mijn oogkassen ophopen en dan over mijn wangen beginnen te stromen. Bezorgd bekijkt de jongen me en trekt me dan tegen zich aan.
‘Ik hou van je.’ snik ik zachtjes tegen zijn borst. ‘Ik was zo bang toen ik je daar op de grond zag liggen. Ik dacht heel even dat ik te laat was.’ snik ik. Ik voel de jongen zijn lippen zachtjes in mijn hals. ‘Ik heb je gemist. Het maakt me niks uit aan welke kanten we staan ik wil je bij me terug.’ Zeg ik en meteen kijkt de jongen me aan. Hij heeft een lieve glimlach op zijn gezicht
‘Je weet dat het niet gaat.’ zegt hij waarop ik zacht snik en knik.
‘Maar ik hoop het.’ Fluister ik. ‘Net zoals ik hoop dat ik je mag helpen met je opdracht.’ Zeg ik zachtjes. De jongen blijft heel even stil, maar pakt dan mijn hand vast en trekt me mee.
‘Je mag helpen meer niet.’ zegt hij streng. Ik voel hoe er een glimlach op mijn gezicht verschijnt en vlug knik ik. Draco blijft plots staan en loopt drie keer voor een muur op en neer. uit het niets verschijnt er een deur en de jongen lijd me naar binnen.
‘De Kamer van Hoogenoot?’ vraag ik de jongen verbaast waarop hij knikt en ergens op een verdwaalde bank neer ploft. Ik ga op mijn knieën voor hem zitten en kijk hem aan. Verbaast kijkt hij me aan waarop ik zwak naar hem glimlach.
‘Zou ik het mogen zien?’ vraag ik de jongen zachtjes waarop hij verbaast zijn hoofd schut. ik grijp zijn onderarm vast en kijk hem. ‘Alsjeblieft.’ Smeek ik hem. Hij trekt zijn arm los en trekt zijn zwarte jasje langzaam uit. Ik kijk hem aan en dan kijk ik naar zijn arm. Ik maak met mijn handen het eerste knopje van de mouw van zijn blouse los en meteen word er een hand op mijn handen neer gelegd. Ik kijk naar Draco en zie zijn bedroefde gezicht.
‘Weet je het zeker?’ vraagt hij me waarop ik knik.
‘Draco het is waarschijnlijk niet zo erg.’ Zeg ik en maak zijn mouw helemaal los. Ik schuif hem langzaam omhoog en langzaam komt het teken op zijn arm tevoorschijn. Het zwarte teken op zijn onderarm ziet er vreselijk uit. het is zo duister en slecht en een en al Voldemort. Voorzichtig laat ik mijn vinger over het teken heen glijden en kijk dan naar Draco zijn gezicht. Hij staart naar het plafond en volgens mij heeft hij zelf zijn ogen gesloten. Ik pak met beide handen zijn arm vast en buig me naar zijn arm toe. Zachte kusjes druk ik op het duistereteken op zijn onder arm. Langzaam laat ik hem los en kijk naar de jongen. Verbaast kijk hij mij aan en dan naar zijn arm.
‘Ben je niet teleurgesteld?’ vraagt hij me zachtjes waarop ik zwak naar hem glimlach.
‘Dat kan ik niet. Het zou niet terecht zijn. Je had geen keus.’ Zeg ik zachtjes. ‘Ik ben zo trots dat je het volhoud en zo moedig bent.’ Fluister ik zachtjes. ‘We zijn gewoon in de verkeerde tijd, op de verkeerde plaats, in de verkeerde families geboren. Wij kunnen niks doen aan de keuzes van onze ouders.’ zeg ik waarop de jongen zwak knikt. hij trekt me omhoog en lacht lief naar me. zachtjes streelt hij mijn wang en buigt zicht naar me toe.
‘Ik hou van je.’ mompelt hij en drukt dan zachtjes zijn lippen op de mijne. Een zuchtje ontglipt mijn mond en gretig kus ik hem dan terug. Van deze jongen zal ik altijd houden. Ik zou mijn leven voor hem willen geven.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen