De sneltrein van mijn leven komt eindelijk tot stilstand op de dansvloer. Alle gebeurtenissen van de afgelopen weken, de kwalificaties, de zware trainingen en wedstrijden, naar het WK mogen, Paolo terugzien, Axel bijna kwijtraken, het verdwijnt allemaal naar de achtergrond, naar hun plek in het verleden, nu ik hier in zijn armen sta. Terwijl muziek de lucht vult, bewegen we ons tussen de andere stellen door en hoewel we het met onze geringe danservaring niet halen bij hun gratie, voel ik me het stralendste meisje van het feest.

Als het zoveelste lied ten einde komt, leidt Axel me met een glimlach van de dansvloer af, terug naar de andere spelers van Inazuma Japan, die een beetje ongemakkelijk vanaf de zijkant staan toe te kijken. Cassi zie ik nergens, maar er zijn wel meer spelers die ik in de menigte niet onmiddellijk kan vinden, dus ik ga er maar vanuit dat ze bij een van hen is, of in ieder geval bij Paolo. De enige waarvan ik niet zeker weet of ze er eigenlijk wel zijn, zijn Caleb en onze coach, die ik al sinds het begin van de avond niet meer gezien heb en van wie ik eigenlijk ook niet verwacht had dat ze mee zouden gaan. Archer is er tot mijn verbazing wel, en lijkt het niet eens zo erg te vinden. Hij praat rustig met Austin over de komende wedstrijden - een heel verschil met de onverschillige Archer die we enkele weken geleden hebben ontmoet. Ondertussen hoor ik Celia tegen een aantal van onze jongens schreeuwen over manieren op een, ironisch genoeg, onbeleefd volume, en is Hurley druk in gesprek met Darren en Thor over Okinawa.

Dan valt mijn oog op Izzy en Jordan, die druk tegen Xavier aan het praten zijn, die er nog ongemakkelijker dan normaal bij staat. Cassi is niet bij hen, en als ik een eindje verderop zie dat Paolo daadwerkelijk met wat van de spelers van de Knights of Queen aan het praten is, kan ik niet anders dan concluderen dat ze ergens problemen aan het veroorzaken is. “Ik ga even kijken waar Cassi uithangt,” zeg ik tegen Axel, waarna ik me door de menigte richting de eettafel begeef.

“Ah, daar ben je,” hoor ik opeens een stem achter me zeggen, “de mooiste bloem van het feest.”

Ik draai me verbluft om en sta plotseling oog in oog met de aanvoerder van Engelse selectie - Edgar, als ik het me goed herinner. Ik doe mijn mond open om weerwoord te geven aan zijn vreemde opmerking, maar de juiste woorden kan ik niet vinden en ik doe mijn mond maar weer dicht, terwijl ik hem verward aan staar. Was dat een soort compliment?

“Weet je, ik denk echt dat Inazuma Japan het zonder jouw vurige spel niet zo ver had kunnen schoppen,” gaat hij onverstoorbaar door, met een grote glimlach op zijn gezicht. “Jouw talent is een echte zegen voor het team. Er is immers geen betere motivatie dan een meisje, helemaal als het meisje in kwestie zo mooi is als jij.”

“Eh,” stamel ik, terwijl een ongemakkelijk frons over mijn gezicht trekt. “Bedankt, maar zoveel bijzonders doe ik niet. We zijn een team, de prestatie is van ons allemaal. Ik ben maar gewoon een van de spelers.”

“Ook nog eens bescheiden,” lacht hij, terwijl hij met een zwierig gebaar een glas drinken van een dienblad pakt en me aanreikt. “Je doet jezelf tekort. Ik weet zeker dat je het beste bent wat dat team is overkomen. Een Bianchi in je team hebben is een hele eer. Ik weet zeker dat ze het met jouw hulp heel ver zullen schoppen.”

“Ach.” Ik lach ongemakkelijk en neem een slok van mijn drinken, terwijl ik nadenk over excuses om de conversatie af te ronden. “Ik haal het niet bij de rest van de familie, hoor. En bovendien hebben we een hoop spelers die veel meer bijdragen aan het team dan ik. Zo bijzonder ben ik niet.”

“Onzin, onzin.” Hij wuift mijn excuses zo weg en gaat rustig door met complimenten geven, alsof hij een eindeloos repertoire heeft. “Jouw Morgenster is zonder twijfel het beste schot van dit toernooi. Elegant en gracieus, en dan ook nog eens ijzersterk, daar kan geen enkele man tegenop.”

“Míjn Morgenster?” Ik kijk hem met grote ogen aan, terwijl het kwartje bij me begint te vallen. Ik schraap mijn keel even en steek dan mijn hand naar hem uit. “Ik denk dat ik me nog even moet voorstellen. Ik ben Fayline Bianchi, middenvelder voor Inazuma Japan.” De tijd die Edgar nodig heeft om dat binnen te laten komen, gebruik ik om de menigte af te speuren en Axel te wenken. “En dit is mijn vriendje, Inazuma Japans topspits, Axel Blaze.” Dat geeft me nog wat extra tijd om een uitweg te verzinnen, want Edgar staart stomverbaasd van mij naar Axel. “Je moet me verward hebben met mijn zusje, dat gebeurt wel eens. Lang niet iedereen is oplettend genoeg om ons uit elkaar te kunnen houden.”

“Leuk je te ontmoeten, Edgar,” zegt Axel, die de stress in mijn ogen en lichaamstaal af heeft kunnen lezen en zich net iets voor me, tussen mij en Edgar in positioneert. “Ik kijk uit naar onze wedstrijd.” Dan draait hij zich om naar mij en pakt hij mijn hand vast. “Fay, kom je? De rest van het team mist je.”

“Oh, natuurlijk.” Ik werp Edgar nog snel een krampachtige glimlach toe. “Tot op het veld dan maar!” zeg ik en ik draai me snel om, om met Axel mee van hem vandaan te lopen. “Dankje,” mompel ik tegen hem.

Hij glimlacht naar me en doet zijn mond open om iets terug te zeggen, maar op dat moment schalt een veel hardere en helaas herkenbare stem door de muziek heen: “Wij zijn er, het feest kan beginnen!”


De menigte valt stil en wijkt uiteen en daar staan ze, met allebei een tevreden grijns op hun gezicht en hun armen over elkaar geslagen: Claude Beacons en Bryce Withingale. Te laat en niet in pak, hoogstwaarschijnlijk onuitgenodigd, maar toch met een trotse blik op zijn gezicht, stampt de roodharige jongen met vastberaden passen door de menigte, op de voet gevolgd door zijn vriend.

“Oh nee, dit ga je niet menen,” mompel ik, als ik zie waar hij op af loopt: Cassi. Snel sprint ik achter hen aan, terwijl ik me afvraag waarom ze hier überhaupt zijn, waarom ze dit zo nodig moeten verpesten. Maar voordat ik iets kan doen om in te grijpen, geeft hij mijn verbijsterde zusje een zoen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen