Foto bij Hoofdstuk 107

De vreselijke pijn verspreid zicht steeds veder door mijn lichaam en de steken van het mes gaan maar door.
‘Vulnera Sanentur.’ Fluistert iemand in de verte en meteen voel ik de pijn wegzakken. Mijn ademhaling gaat soepeler en ik voel mezelf weer op krachten komen. langzaam open ik mijn ogen en zie Charlie voor me zitten.
‘Bij Merlijnbaard wat ben ik blij dat jij je ogen opent.’ Mompelt de jongen zachtjes en helpt me langzaam wat omhoog. ‘Je zat helemaal onder de messensteken. Ik heb nog nooit z’n spreuk gezien.’ Zegt de jongen waardoor ik begin te glimlachen en knikt.
‘komt omdat het een zelfbedachte spreuk is. Ik ken hem omdat hij hem mezelf heeft geleerd.’ Zeg ik waarop de jongen verbaast knikt. De jongen helpt me omhoog en bekijkt me van top tot teen.
‘We hebben een noodstop moeten maken. Ik weet dat ik door moest vliegen, maar ik kon je niet achterlaten.’ Zegt de jongen waarop ik knik en hem in een omhelzing trek.
‘Je bent de beste.’ Zegt ik en druk een kus op de jongen zijn wang.
‘Je betekend veels te veel voor me. je bent mijn beste vriendin, mijn kleine zusje.’ Zegt de jongen zachtjes. hij tilt me op en ik druk mijn gezicht tegen zijn borst. Ik voel hoe we in een draaikolk worden getrokken. Zodra ik het niet meer voel tollen open ik mijn ogen en laat me uit zijn armen glijden. Ik sta wankel op mijn benen en vlug pakt Charlie me vast.
‘We moeten opschieten we zijn al een kwartier later dan de rest.’ zegt de jongen waarop ik knik en zijn hand vastpak. Samen lopen we tussen het hoge gras door tot we op een klein open veldje staan. Midden op het veld staat er een klein huisje en het geschreeuw hoor je van af hier. De deur klapt open en een gestalte komt het huisje uit rennen.
‘Waar is Charlie!? Waar is mijn zoon!’ Hoor ik Molly overstuur roepen. ‘Waar is die arme Roxy!?’ De gestalte die het huisje uit kwam renne blijft doodstil staan en staard naar ons. Ik knijp mijn ogen fijn en kan een van de tweeling er in herkennen.
‘Mam!’ Hoor ik Fred roepen. Meteen stormt er een groep mensen naar buiten en staart ons aan. Arthur komt op ons afrennen en houd zijn stok in de aanslag.
‘Wat was het eerste woordje wat je uit gezegd hebt?’ schreeuwt de man.
‘Dragon.’ Antwoord Charlie Arthur knikt duwt de jongen bij me weg en houd zijn stok op mijn gericht.
‘Wat was ik het eerste wat ik tegen je zei?’ vraagt de man me.
“Welkom in de familie meisje.” vertel ik hem waarop hij knikt. Charlie pakt me weer vast en vermoeid leun ik tegen hem aan.
‘Wat is er met jullie gebeurt?’ Horen ik Romeo vragen.
‘Ze was dodelijk gewond geraakt. Ik kon de wonden genezen maar ze zijn nog open. Ik kon haar daar niet alleen laten. Ik moest haar beschermen.’ Verteld Harry zachtjes. ik voel dat iemand anders me optilt en me ergens heen brengt. Ik open me ogen en zie hoe ik de woonkamer in word gedragen door Fred. Ik zie George met een bloedend oor op de bank liggen. De jongen lacht naar me en ik lach terug. Fred plaatst me op de bank tegenover George.
‘Wat is er met je gebeurd?’ vragen we elkaar tegelijk en beginnen te lachen. ‘Geraakt.’ Antwoorden we opnieuw tegelijk.
‘Je ziet er vreselijk uit.’ zegt de jongen waarop ik zwak glimlach en knik.
‘Jij ook Georgie.’ Antwoord ik hem en sluit opnieuw vermoeit mijn ogen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen