Tien jaar eerder

Hernan slikte toen de muziek begon te spelen. De klanken van de piano lieten kippenvel op zijn armen verschijnen. Stapje voor stapje kwam ze dichterbij. Haar ivoorwitte jurk glansde in het zonlicht, al leek dat flets bij haar stralende lach en haar sprankelende ogen.
      Nog steeds kon hij moeilijk bevatten dat hij daar de oorzaak van was. Tegenover de vreugde die ze nu uitstraalde, stond een berg pijn die zijn wangen nog steeds van schaamte kon laten branden. En toch liep ze nu op hem toe, met een fleurig boeket in haar handen. Alles wat hij haar had aangedaan, had ze hem allang vergeven. Zelfs haar vader had dat gedaan, die nu zijn arm door die van zijn dochter had gestoken en bereid was zijn grootste schat aan hem weg te geven.
      Hernan stak zijn hand naar haar uit toen ze nog maar een paar stappen van hem verwijderd was. Hij had niet gedacht dat het kon, maar ze zag er mooier uit dan ooit. Haar ogen waren donker opgemaakt, haar haren opgestoken en met bloemen versierd. Ze straalde pure onschuld uit, zoals ze altijd al had gedaan.
      Zo’n schril contrast met hem.
      Maar in hem haalde ze het beste naar boven. Dat had ze altijd gedaan en hij geloofde dat ze dat altijd zou blijven doen. Hij had haar nodig om niet weg te glijden in een donker gat, de plek waar hij al zoveel jaren doorheen gedwaald had. Op zoek naar een plek waar hij thuishoorde, op zoek naar iemand om wie hij gaf.
      Ze had hem een thuis gegeven. Iedere dag opnieuw, nu drie jaar lang.
      Hij hield van haar zoals hij nooit van iemand had gehouden en hij zou er alles aan doen om haar gelukkig te maken.
      Hun ogen ontmoetten elkaar. Een warm gevoel raasde door zijn borstkas en hij strekte zijn vingers nog wat verder uit.       Eindelijk raakte ze hem aan. Hij wilde haar naar zich toetrekken, zijn vingertoppen langs haar zijdezachte huid laten strijken en haar volle lippen kussen.
      Maar niets van dat alles gebeurde.
      Niet omdat er een protocol was dat dat verbood, maar omdat er plotseling een donkerpaarse mist opsteeg die hen omhulde. Mensen klapten en joelden, dachten vast dat dit een special effect was.
      Dat was het niet, tenzij Norah een verrassing had ingecalculeerd. En de ietwat verwarde blik in haar ogen wees het tegendeel uit.
      Drie schimmen doemden op in de mist. Voordat Hernan begreep wat er gebeurde struikelde Norah naar voren. Met grote ogen staarde ze hem verloren aan, haar lippen prevelden bevend zijn naam. Met trillende handen tastte ze naar haar buik. Daar puilde iets scherps en bloedigs uit, op drie plekken was haar jurk opengereten.
      Het was alsof Hernans brein bevroor. Een paar tellen lang kon hij niets doen, hij staarde in shock naar de man die achter haar stond. Een sinistere grijns tekende zijn jonge gezicht, een gezicht dat hij nooit meer zou vergeten.
      Toen scheurde hij zich los uit zijn verbijstering en ving Norah op. Haar witte jurk kleurde vanaf haar buik donkerrood. Met vingers die plakten van het bloed streek ze langs zijn gezicht. Angst weerspiegelde in haar ogen.
      ‘Alsjeblieft Hernan,’ fluisterde ze, huilend. ‘Laat me niet los, mijn liefste. Laat me nooit los.’
      Hernan had het gevoel dat hij gif inademde. Hij kon niet ademhalen. Donkere vlekken dansten voor zijn ogen. Op de achtergrond hoorde hij hysterisch geschreeuw, maar het was alsof Norah en hij zich in een bubbel bevonden, afgescheiden van de rest.
      Waar niemand hen kon helpen, en niemand haar van hem kon wegnemen.
      En toch kwam de dood, snel en onverbiddelijk.
      De warmte van haar hand verdween van zijn wang toen ze haar arm liet zakken. Door zijn tranen heen kon hij haar gezicht niet meer zien. Verwoed veegde hij het vocht van zijn ogen weg.
      ‘Norah!’ riep hij, zich over zijn bruid buigend. ‘Norah!’
      Ze staarde langs hem heen, haar ogen ontdaan van de vreugde waarmee ze net nog geschitterd hadden. Hernan nam haar in zijn armen, wiegde haar heen en weer. Hij begreep er niets van, helemaal niets. Hij kon alleen maar snikken en schreeuwen en haar tegen zich aandrukken, hopend dat hij wakker zou schrikken uit een nachtmerrie. Hij kuste fluisterend haar lippen, wensend dat zijn liefde voor haar haar op magische wijze weer tot leven zou brengen.
      Maar haar lichaam bleef zwaar aanvoelen en werd steeds kouder. Hoewel het hartje zomer was, dwarrelden er dikke sneeuwvlokken naar beneden die hem een sprankje hoop gaven dat dit alles een waanbeeld was, een hallucinatie.
      ‘Ze is er niet meer,’ klonk Darius’ schorre stem achter hem. Hij voelde hand van zijn beste vriend op zijn schouder. ‘Het spijt me man.’


Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen