Foto bij Hoofdstuk 108

Ik kijk in de spiegel en zie mezelf in een prachtige gras groene cocktailjurk. Mijn haar hang gekruld over mijn schouders en mijn make-up is heel lichtjes en natuurlijk. Ik hoor de kamer deur zachtjes open gaan en langzaam draai ik me om. Charlie komt in een mooi pak op me aflopen en glimlacht lief naar me.
‘Je ziet er prachtig uit.’ mompelt de jongen zachtjes. ik voel hoe het bloed naar mijn wangen stijgt en verlegen kijk ik van de jongen weg.
‘Ik ben blij dat die jurk de wonden verbergt.’ Fluister ik zachtjes terwijl ik me terug draai naar de spiegel.
‘Die littekens zijn niet belangrijk. Niemand geeft iets om de wonden die een persoon heeft opgelopen. Iedereen geeft om de persoon die er door is ontstaan.’ Zegt Charlie zachtjes waarop ik glimlach en knikt. ‘Je ziet er gewoon prachtig uit.’ zegt hij nog eens waarop ik knik en aan de zoom van mijn jurkje begin te frunniken.
‘Jij mag er ook anders wel wezen hoor.’ Zeg ik zachtjes waarop de jongen grinnikt en knikt. De jongen komt achter me staan en glimlach breed naar me.
‘Sluit je ogen eens.’ Zegt hij waarop ik knik en mijn ogen sluit. Charlie zou toch niks geks van plan zijn? Ik voel iets om mijn nek vallen en soms raken de warme handen van Charlie mijn schouder. ‘open je ogen maar weer.’ Fluister de jongen in mijn oor. Vlug open ik mijn ogen en mijn oog valt op de zilveren ketting die om mijn hals bungelt. Er hangt een prachtige groen smaragd aan. de steen glimt en is prachtig geslapen in een druppel vorm. Verbaasd draai ik me naar Charlie om. Ik pak de steen vast en zie de jongen glimlachen. ‘Hij was van je moeder. Sirius heeft hem ooit aan haar gegeven. Hij gaf hem aan mij net voor hij stierf. Hij wilde dat jij hem kreeg.’ Zegt de jongen waarop ik nog breder begin te glimlachen. Ik laat de steen los en sla mijn armen om de hals van de jongen heen.
‘Dankjewel Charlie.’ Het voelt fijn om iets bij me te hebben van Sirius en mijn moeder. Om iets bij me te hebben wat bij mij hoort. Wat een verleden en een diepe waarde heeft.
‘Voor mijn beste vriendin doe ik alles.’ Zegt hij waarop ik glimlach en de jongen een kus op zijn wang druk. Hij grinnikt en gaat met zijn hand door zijn rode haar heen. ‘Wat had de minister eigenlijk te vertellen vanmiddag?’ vraagt de jongen me uit het niets.
‘Het testament van Perkamentus door geven.’ Zeg ik zachtjes en glimlach dan zwak naar de jongen. ‘Het huis en Felix zijn van mij nu.’ Zeg ik waarop de jongen met een medelevende glimlach aankijkt. Ik heb hem niet eens verteld dat ik er bij was toen de man werd vermoord. Ik had hem zelf bijna vermoord! Als Severus mij niet voor was geweest has ik dat gedaan. Ik zucht even en kijk Charlie dan vragend aan. Hij steekt zijn arm naar me uit en ik grijp hem vast. Samen lopen we naar beneden waar het feest al gaande is. Vlug loop ik op Bill en Fleur af en feliciteer ze. voor ik nog iets tegen ze kan zeggen word ik vast gepakt en de dansvloer op getrokken. Verbaast kijk ik op en zie George vrolijk naar me glimlachen. Die jongen kan nooit in een slecht bui terecht komen. aan het einde van de dans laat ik George los en loop ik weg om een glas champagne te halen. Zodra ik het glas van de tafel afhaal hoor ik gegil van mensen.
‘Het ministerie is gevallen de minister is dood. Ze komen er aan!’ Roept de stem van Romeo door de zaal. Met een ruk draai ik me om en zie zijn patrones. Verschillende mensen verdwijnen en andere verschijnen. Ik zie al verschillende dooddoeners rond rennen. Geschrokken laat ik mijn glas vallen en ren weg op zoek naar Charlie. Ik zou eigenlijk weg moeten gaan, maar ik wil niet alweer alleen op de vlucht zijn. Ik krijg de jongen in het versier en ren op hem af. De jongen ziet me ook en komt op me afrennen. Voor ik bij hem kan komen word ik vastgegrepen en in een duistere draaikolk getrokken.
‘Eindelijk heb ik je klein mormel.’ Gromt Bellatrix in mijn oor. Ik ruk me los en draai me met mijn staf in mijn hand naar haar om.
‘Jij feeks.’ Sis ik naar haar. De vrouw laat een schaterlach horen en zwaait een keer met haar staf. Mijn staf vliegt uit mijn hand en ze vangt hem soepel.
‘Je kunt niet meer voor me vluchten. Eindelijk hebben we je.’ sist de vrouw en grijpt me weer stevig vast. Ik grom en probeer me los te rukken maar het lukt me niet.
‘Ooit krijg ik mijn wraak nog. Je zult erger lijden dan al je slachtoffers bij elkaar. Je krijgt mij niet klein.’ Grom ik naar haar terwijl ik door het bekende huis word geduwd. Wat doe ik eigenlijk in huize Malfidus? Verblijft Voldemort hier? Ik word ruw de koude kelder in geduwd en kijk de vrouw woest aan.
‘Jij blijft hier zolang ik en je vader dat willen. Ik zal je breken. Ik Zal je martellen tot je lichaam het niet meer aankan.’ Sist ze naar me. ‘of je moet je bij ons aan willen sluiten.’ Zegt de vrouw
‘Nooit!’ grom ik boos naar de vrouw. De vrouw gromt terug en loopt boos de kamer uit. Zit ik hier nu echt vast? Ben ik echt zo makkelijk te pakken genomen? Ik zucht en laat mezelf op mijn rug neer vallen. Ik kom hier wel uit. het maakt me niet uit hoelang het zal duren. Ik zal hier uit komen en mijn wraak nemen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen