Foto bij Hoofdstuk 109

Wat vinden jullie er nog van?

Mijn ogen zijn niks ander meer gewend dan het donker. Ik heb het ijskoud van het liggen op de koude vloer en het honger gevoel wat ik al een tijdje heb is eindelijk gestopt. Ik heb geen idee of het een goed teken is maar ik ben blij dat de pijn in mijn buik eindelijk is gestopt. Ik ben het idee van tijd kwijt. Ik weet niet of ik hier pas een paar dagen zit, een paar weken of al maanden. Hier beneden bestaat het woord tijd niet. Hier beneden bestaat alleen de kou, de pijn en het donker. Hier beneden heb je tijd om na te denken en om gemarteld te worden. ik vraag me eigenlijk af hoe laat het is en wat er nu op dit moment buiten deze muren gebeurt. Ik ben gewend geraakt aan het leven hier beneden. Je leert er snel aan wennen als elke dag het zelfde is. Je bent heel de dag alleen tot een bepaalt moment dan komt Bellatrix langs en martelt ze me voor weet ik hoe lang en zak ik weg. Na een tijd word ik wakker en begint alles weer van voor af aan. Soms krijg ik tussendoor nog wat eten maar dat is zeldzaam. Ik kijk naar de vieze kapotte jurk die ik aan heb. Het is zonde dat hij er nu zo aan toe is. Het was nog best een mooie jurk. Ik zucht zachtjes en staar naar iets in het duister. Ik hoor een plop en ik slaak een kreetje van schrik. ‘Waar ben ik?’ vraagt het vaag bekende stemmetje van Ice me.
‘Ben jij dat Ice?’ vraag ik zachtjes met een hese rauwe stem die pijn doet als ik spreek. Het enigste wat ik met mijn stem doe is schreeuwen dus ik ben al blij dat ik nog een woord over mijn lippen krijg.
‘Roxy ben jij dat?’ vraagt het zachte stemmetje me. Ja, dit is zeker Ice. ‘Waarom is het hier zo donker?’ vraag ze me zachtjes. Ik voel iets kleins en harigs langs mijn been rennen en vlug trek ik mijn been naar me toe.
‘Hey, rustig ik ben het maar.’ Zegt ze zachtjes.
‘We zijn volgens mij in huize Malfidus.’ Zeg ik zachtjes tegen het wezentje wat ik op mijn schoot voel kruipen. Haar lichaampje voelt gloeiend heet tegen mijn koude lichaam aan.
‘Wat ben je koud en dun zeg!’ piept ze zachtjes. ‘Ik heb je nooit in het huis gezien. Ik kom net van Draco af.’ zegt ze me zachtjes waarop ik mijn hand voorzichtig op haar vacht neer leg en mijn ogen sluit.
‘Ik zit hier vast Ice. Ik weet niet hoelang ik hier zit, maar volgens mij al een eeuwigheid en ik hou het niet meer vol. Ik wil slapen Ice.’ Zeg ik zachtjes.
‘Het komt goed Rox ik ga hulp halen. ik ga er voor zorgen dat Draco je vind. Ik ga er voor zorgen dat je weer veilig bent. Je mag nog niet opgeven.’ Zegt het kleine wezentje me. ‘Je hebt iedereen belooft om door te gaan. Je moet sterk blijven voor iedereen. Ze hebben je nodig.’ Zegt Ice waarop ik zwak knik. ‘Beloof het me!’ roept het Ice waarop ik nogmaals knik.
‘Belooft.’ Komt er zwak over mijn lippen. Ik voel het wezentje verdwijnen en op het zelfde moment vliegt de deur open. Het vervelende geluid van de hakken van Bella galmen door de kamer. Ik voel hoe ze mijn arm vastgrijpt en omhoog sleurt.
‘De hier wil je spreken.’ Sist ze terwijl ze me mee sleurt de kamer uit. zodra we boven komen brand het felle licht in mijn ogen. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en laat ze langzaam wennen aan het ligt. ‘Doet dat pijn liefje?’ vraagt de vrouw me lachend. Ik grom zachtjes naar haar, maar meer kan ik ook niet doen. Ik voel hoe ik de kamer in word geduwd en op de koude marmeren vloer neer kom.
‘Sta op zwak wicht dat je bent!’ galmt de stem van Voldemort door de kamer. Langzaam en moeilijk sta ik op. Ik kijk op en staar dan in de bloedrode ogen van mijn vader. ‘Je hebt twee maanden de tijd gekregen om na te denken. Wat is je antwoord?’ vraagt hij me zachtjes. De man verwacht antwoord, maar ik geef het hem niet. ‘Voeg jij je bij ons of niet?’ vraagt hij me na een tijdje stilte.
‘Ik sterf nog liever.’ Is mijn kort antwoord. De ogen van mijn vader lijken vuur te spugen en vlug trekt hij zijn stok en richt hem op me. Wilt hij me nu pijn doen? Ik ben allang aan die pijn gewend geraakt.
‘Crusio!’ roept de man door de kamer. De vreselijke pijn verspreid zich door mijn lichaam en doods staar ik de man aan. Ik neem geen moeite om te schreeuwen. Het is nu gewoon wachten op het moment van de zwart vlekken en de leegheid. Ik zak door mijn benen en val als een lappenpop op de grond. Ik sluit mijn ogen en voel langzaam hoe ik wegzak in het duister. Is het nu allemaal voorbij? mag ik nu eindelijk rusten?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen