Foto bij Hoofdstuk 110

Ik schrik wakker van een nachtmerrie en kijk angstig om me heen. ik voel de pijn door heel mijn lichaam en zachtjes kreun ik. Ik hoor hard geschreeuw en angstig kijk ik om me heen. Het komt van buiten de kamer en ik weet niet waarom maar het komt me bekend voor. Langzaam dringt het tot me door dat ik Hermelien hoor. Het liefst zou ik het meisje willen helpen, maar door verschillende reden gaat het niet. Ik ben te verzwakt, kom de kamer niet eens uit en ik heb geen staf. Nog meer geschreeuw vult mijn gehoor gang. Ik hoop zo erg dat ze veilig zijn! Ik sluit mijn ogen en concentreer mezelf op iets anders. Ik moet niet aan mijn vrienden denken. Ze weten niet dat ik nog leef, waar ik ben en dat ik gevangen zit. Ze zouden mij nooit kunnen helpen en ik hun niet. Door een klap schiet ik recht, ontsnapt er een kreetje uit mijn mond en zie ik hoe een woeste Bellatrix binnen komt stormen.
‘Ben je al van gedacht verandert?’ vraagt ze me. Ik schut mijn hooft en sta langzaam op. ‘Je weet dat je hier al bijna drie maanden zit toch? Je krijgt niet langer de tijd van je vader om na te denken. Over een paar dagen is hij het zat en maakt hij je af.’ sist de vrouw naar me waarop ik zwak mijn schouders ophaal. De vrouw gromt en komt boos op me aflopen en duwt me tegen de deur. ‘Gaan we zo doen?’ vraagt ze me met een schijn glimlachje. Ze drukt de punt van haar staf in mijn hals en grinnikt zachtjes als ik zachtjes begin te piepen. ‘Crusio.’ Sist de vrouw kwaadaardig. De pijn van de spreuk verspreid zich door heel mijn lichaam. Ik sta in vuur en vlam en het kan me vrij weinig meer schelen. De vrouw zet langzaam wat stappen naar achter en meteen zak ik door mijn knieën. Zwarte vlekjes dansen voor mijn ogen en zwak grom ik naar de vrouw. Kan ze het gewoon niet meteen afmaken? Heb ik niet al genoeg geleden? Uit het niets trekt de pijn uit mijn lichaam en hoor ik Bellatrix de kamer uit lopen. Waarom maakt ze me niet gewoon van kant? Ik hoor hoe de deur weer open word gedaan en vlug houd ik mijn adem in. Wie is dit? Dit Bellatrix niet! Bellatrix is veels te luidruchtig. Ik open mijn ogen en kijk voorzichtig in de richting van de deur. Ik zie de zwakke omtrekken van een figuur een mannelijk figuur.
‘Lumos.’ Fluistert een vaag bekende stem. Een fel licht komt er van de toverstok af en vlug knijp ik mijn ogen dicht. Ik hoor zacht voetstappen mijn kant opkomen en voorzichtig en langzaam probeer ik mijn ogen weer te openen.
‘Roxanne?’ Vraagt de hese stem van de persoon. De stok van de jongen zakt een stukje naar beneden waardoor ik de angstige grijze ogen van de jongen kan zien. Ik wil iets tegen de jongen zeggen maar ik krijg geen woord meer over mijn lippen. IK probeer langzaam op handen knieën te gaan zitten en langzaam met veel pijn hijs ik mezelf omhoog. Langzaam schuif ik mezelf in de richting van de jongen en bekijk hem van top tot teen. De jongen steekt voorzichtig zijn hand naar me uit, maar toch deins ik geschrokken achteruit. De jongen blijft doodstil staan en langzaam schuif ik weer op hem af. Langzaam en voorzichtig raakt de jongen mijn schouder aan. het voelt net alsof mijn huid verschroeit onder zijn aanraking.
‘Rozanne? Ben jij dit echt?’ vraagt de jongen mij angstig zwak knik ik naar hem.
‘Vermoord me alsjeblieft.’ Smeek ik de jongen zachtjes. Hij schut angstig zijn hoofd en tilt me voorzichtig zijn hoofd.
‘Ik ga je helpen niet vermoorden.’ Zegt hij en begint te lopen. Hij draagt me door het hele huis heen. zodra we in zijn kamer zijn legt hij me voorzichtig op bed heen. Ik kijk de jongen aan die mij bezorgd bekijkt.
‘Hoelang ben je hier al?’ vraagt hij me zachtjes.
‘Volgen Bellatrix drie maanden. Ik weet niet of ze gelijk heef maar ik ben hier sinds dat het ministerie is gevallen.’ Zeg ik hem met een hese zwakke stem waarop de jongen knikt. De jongen loopt richting zijn kast en begint van alles uit de kast te halen en in een rugzak te proppen. Zodra hij klaar is loopt hij op mij af en helpt me omhoog. Hij geeft me een trui en joggingsbroek aan en bekijkt mijn jurk. Ik knik naar hem en voorzichtig helpt hij me uit mijn jurk. Zijn ogen staan doodsbang als de jurk op zijn kamervloer beland. Hij helt me vlug in de warme trui en jogginsbroek. Voorzichtig laat hij zijn hand over mijn wang glijden en trekt me ook voorzichtig tegen zich aan.
‘Je voelt zo koud en mager aan.’ zegt de jongen zachtjes. Ik haal zwak mijn schouder op en leun tegen hem aan. Langzaam voel ik me wegzakken in een zwarte duister droom.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen