Alles begon met een explosie, eentje zonder geluid.
De duisternis begon zich te vullen met extreem veel licht, velen deeltjes bleven tegen elkaar botsen tot er uiteindelijk kleine massa’s begonnen te vormen.
De temperaturen waren dus zo hoog dat het amper meetbaar was, hoog genoeg om zelf licht uit te stralen.
Velen jaren later begonnen de dingen meer af te koelen, zonnestelsels begonnen zich te vormen waaronder ons favoriet, ons eigen zonnestelsel.
Het heeft misschien dan wat gekost, maar daar is het dan eindelijk. Ook al lijkt alles nog op een grote puinzooi van licht. Het was er wel.
En dan als alle planeten zijn eigen baan begonnen te vormen, begon het er toch ergens op te lijken.
Er was een planeet in dit zonnestelsel die zijn eigen bedoelingen had, heel langzaam begonnen er daar zich leven te vormen, eencellige wezens die uit zal groeien tot het menselijke ras.
Maar waar begint mijn verhaal nou eigenlijk precies?
Vanaf welk punt moeten we eigenlijk beginnen?

Ik opende mijn ogen en zag een rood kokende planeet, ik voelde geen temperatuur, ik voelde geen lucht, ik hoefde ook niet te ademen, wat scheelt aangezien op dat punt de planeet vol zat met giftige gassen dat niemand wilt inademen.
Maar wie was ik nou eigenlijk?
Ik had geen herinneringen hoe ik hier gekomen ben.
Er was niemand om tegen te spreken, ik wist niets eens hoe ik zou moeten spreken.
Zover ik wist kon ik alleen denken, maar was ik eigenlijk wel een levend wezen?
Op dat punt wist ik niet wat dat was.
Dan wat wist ik wel?
Alles wat ik wist was wat ik kon zien. Een planeet vol met lava en licht.
Ik keek omhoog en staarde naar een grote lichte vlek wat een zon kon genoemd worden, het was erg groot, maar hoe langer ik er naar begon te staren leek het wel alsof ze kleiner begon te worden.
Zonder enig besef was er vast al een flinke tijd voorbij gegaan zonder dat ik het maar doorhad.
Een grote explosie was te horen in de verte, iets had de planeet geraakt en ik zag hoe een golf van vuur, steen en lava over mij heen werd gespoeld, alles was weer zwart, voor heel even. Ieder geval, zo voelde dat.
Ik lag toen ergens anders. Op een plek waar ik verder kon staren naar dit keer, twee hemellichamen. De zon, en iets anders, iets wat bijna net zo groot leek te zijn, het gaf zelf ook nog licht. Iets uit warmte waarschijnlijk, maar het draaide van mij weg, steeds sneller en sneller, tot het uiteindelijk verdween.
Niet veel later was het terug, het draaide van de andere kant weer terug dan waar het vertrok. Dit was de geboorte van de zogeheten maan. Steeds bleef de maan sneller van mij wegdraaien en daarbij verloor het ook zijn rode kleur, tot het als een versnelde video om de planeet begon heen te draaien. Langzamerhand werd de maan steeds kleiner, waarschijnlijk omdat dat ook verder weg begon te staan.
Het enige wat ik deed was kijken.
Zo begon mijn verhaal ongeveer, zonder besef te hebben hoeveel tijd er voorbij was gegaan. Er was nog niet echt een werkelijkheid hoeveel tijd iets was.
Iets wat mij toen nog niet interesseerde.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen