Foto bij Hoofdstuk 112

Omg het einde is al bijna in zicht!

Als alles weer als normaal voelt open ik mijn ogen en kijk om me heen. we zijn op een wit zand strand en in de verte zie ik een klein huisje. Ik word opgetild en verbaast kijk ik Draco aan die richting het huisje loopt.
‘Waar zijn we?’ vraag ik de jongen zachtjes.
‘Ergens net buiten Vonkeveen. Ik hoorde Wemel zeggen dat ze daar naar toe moesten gaan.’ zegt de jongen en kijkt recht voor zich uit.
‘Je gaat me echt weer achterlaten hè?’ vraag ik de jongen zwak waarop hij knikt. ik sla mijn armen stevig om me heen en druk mezelf dicht tegen zijn lichaam.
‘Maar ik wil je niet weer kwijt.’ fluister ik met een trillende stem.
‘Ik moet weer terug. Je bent bij niet veilig. Als ze je bij mij vinden raak ik je voor altijd kwijt en dat wil ik niet. Ik wil de liefde van mijn leven niet nog eens verliezen. Daarom moet je hier blijven.’ Zegt de jongen waarop ik zwak knik. De tranen stromen over mijn wangen en snikken verlaten mijn mond. de jongen drukt een kus op mijn wang en ik voel hoe hij me langzaam weer op de grond neer zet. Ik hoor het geklop op een hout deur en angstig kijk ik de jongen aan. Hij glimlacht lief naar me en strijkt mijn haar uit mijn gezicht. ‘Het zal allemaal goed komen.’ fluistert hij zachtjes.
‘Malfidus?’ Hoor ik Bill grommen ‘Wat doe jij hier?’ gromt de jongen veder. Draco antwoord niet en blijft mij liefdevol aankijken.
‘Je zult hier veilig zijn mijn lief.’ Zegt de jongen zachtjes en buigt zich naar me toe. Hij drukt zijn lippen zachtjes op de mijne. hij laat me los en zwak schut ik mijn hoofd.
‘Blijf alsjeblieft.’ Smeek ik de jongen. Hij schut zijn hoofd en drukt zijn lippen op mijn voorhoofd. Zuchtend sluit ik mijn ogen en voel ik Draco verdwijnen. Haastig open ik mijn ogen en zucht is als ik alleen maar de zee zie. Snikken verlaten mijn mond en ik zie hoe er iemand voor me komt staan. Hoopvol kijk ik op maar het is Draco niet.
‘Roxanne?’ vraagt Bill me zwakjes. Ik kijk op en knik zwak. ‘Wat is er met gebeurd?’ vraagt de jongen zachtjes. ‘Wat moet je met die Dooddoener? Wat doe je hier?’ vraagt de jongen boos.
‘Hij… Hij is geen dooddoener.’ Mompel ik ‘Hij heeft geen keus.’ De jongen schut zijn hoofd en vlug zoek ik mijn staf.
‘Het is een moordenaar.’ Gromt Bill boos naar me. Zodra ik mijn staf heb verschijnsel ik en land ik op groen gras. Ik laat mezelf op mijn knieën zakken en begin harder te huilen.
‘Wie is dat?’ vraagt iemand vanuit de verte. De stem van de jongen komt me erg bekend voor, maar van waar weet ik niet meer. ‘Charlie, niet doen straks is het een Dooddoener!’ roept dezelfde jongen. Vlug ga ik staan en draai me om. Voor me staan een verbaasde Dillen, Wessel en Charlie.
‘Wat is er met jou gebeurd?’ vraagt Wessel me verbaast.
‘Drie maanden! Ik heb je overal gezocht waar was je? Wat is er met je gebeurd?’ vraagt Charlie me. Ik slik en loop langzaam op de jongens af.
‘Ik was gezellig in huize Malfidus. Ik werd daar gemarteld door Bellatrix.’ Mompel ik zachtjes. ‘Drie maanden zat ik daar en toen heeft Draco me eindelijk gevonden en mee genomen.’ Vertel ik ze waarop ze alle drie geschokt knikken. Charlie loopt op me af en trekt me in zijn sterke armen. Ik begin zachtjes te snikken en wikkel mezelf om de jongen heen.
‘Rustig maar Rox. Hier ben je veilig en zullen we voor je zorgen.’ Zegt de jongen waarop ik zwakjes knik.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen