HEDEN

June had haar handen om de mok gevouwen. Haar vingers trilden. De inhoud was al koud geworden, net als het aardewerk. Ze staarde in het troebele water en nam een slok om haar rauwe keel te verlichten.
      Ze keek opzij. Juan had zijn hoofd gebogen en staarde naar zijn knieën. Er zaten spatten op zijn broek, afkomstig van zijn tranen. June veegde langs haar ogen. De stilte beklemde haar, maar ze wist niet wat ze moest zeggen om hem te verbreken.
      Er was nooit een ander geweest. Hij was bij haar weggegaan om haar te beschermen. Het was een daad uit liefde – een wanhopige, een onvergefelijke daad, maar hij had het gedaan omdat hij van haar hield. Te veel van haar hield.
      Zelf zou ze niet zonder hem hebben gekund, ook niet als hij gevaar had gelopen, en dat maakte het des te moediger.
      Maar vijftien jaar was voorbijgegaan. Vijftien jaar. Waarom had hij zo lang gewacht? Waarom was hij überhaupt nog teruggekomen? Ze waren nog lang niet uitgesproken, maar voor vandaag hadden ze genoeg gepraat. Ze was te emotioneel, en hij ook.
      ‘Je kunt hier niet blijven,’ zei ze zacht. ‘Misschien later, als we dingen verwerkt hebben.’
      Hij keek op. Weer die verloren, lege blik. Het brak haar hart.
      ‘Het was nooit mijn bedoeling om te blijven. Ik wilde je gewoon nog een keer zien voordat…’
      Ze legde haar vinger tegen zijn lippen. ‘Niet doen,’ fluisterde ze. ‘Ik ben nog niet toe aan een afscheid.’
      Hij zweeg. Haar duim streek langs zijn lip, net zoals ze zoveel jaren geleden voor het eerst had gedaan. Toen was er een verblindende glimlach om zijn lippen geweest. Nu wekte hij de indruk dat hij die al jaren geleden verloren was.
      Beverig haalde ze weer adem. Voordat de tranen haar weer konden overmannen, stond ze op. ‘Ik ga Jordy bellen. Zij heeft wel een kamer over.’
      ‘Dat hoeft niet, June,’ zei hij zacht. ‘Ik wil niemand verder tot last zijn.’
      Haar hart kromp samen toen hij haar naam uitsprak. Nooit had ze verwacht dat nog eens te horen. Het maakte haar benen week en ze zakte zijdelings op zijn schoot neer. Ze hoorde hoe hij zijn adem naar binnen zoog, zijn ogen werden groot.
      ‘Hou me vast,’ fluisterde ze.
      Aarzelend deed Juan wat ze zei, hij sloeg een arm om haar heen, en daarna ook de ander. Ze leunde met haar wang tegen zijn schouder en ademde diep in, zijn geur in zich opsnuivend.
      ‘Laat me je helpen, Juan. Alsjeblieft. Je hebt me nodig… en ik… ik heb jou nodig.’ Ze keek weer naar hem op. ‘Beloof me alsjeblieft dat je niet weer van de ene op de andere dag verdwijnt.’
      Hij haalde een hand over zijn gezicht. Onrust glansde in zijn donkere ogen.
      ‘Dat kan ik niet June. Er zijn – er zijn mensen die me dood willen hebben. Ik kan niet… je kinderen…’
      June streek langs zijn wang, ze keek in zijn paniekerige ogen en gaf hem toen een zachte kus. Zijn woorden verstarden meteen.
      ‘Ik wil het niet horen, Juan,’ fluisterde ze. ‘Niet nu.’
      Voordat ze in de verleiding kon komen om het in een echte kus te laten uitmonden, trok ze haar gezicht terug. Haar vingertoppen dwaalden langs zijn stoppelige wang – het was gewoon onmogelijk om hem niet aan te raken.
      Hij had haar pijn gedaan, had haar tot in het diepst van haar ziel gekwetst. Maar ze had ook nog nooit zoveel van iemand gehouden als van hem.
      ‘Je bent vijftien jaar uit handen gebleven van de mensen voor wie je wegvluchtte. Ik weet niet hoelang je deze keer op de vlucht bent, maar je zou hier nooit gekomen zijn als je dacht dat ze je snel konden vinden. Laat de angst los, lieverd. Voor even. Laat me je helpen.’ Ze keek hem aan. ‘Alsjeblieft.’
      Langzaam knikte hij. ‘Oké,’ fluisterde hij. ‘Oké. Bel Jordy maar. Ze is – ze is toch niet samen met een biker?’
      Haar lippen krulden ietsje om. Jordy had altijd al een zwak voor excentrieke types gehad. Een biker had makkelijk gekund. ‘Met een schilder,’ antwoordde ze. ‘Kun je dat aan?’
      Heel even was daar een zweem van een glimlach. Haar borst zwol, het voelde alsof er nog een beetje van haar Juan in deze man verborgen was en ze was vastbesloten de rest ook naar de voorgrond te trekken. Ze pakte haar telefoon van de keukentafel en ging door de achterdeur naar buiten. Voordat ze Jordy’s nummer in haar contactlijst opzocht, snoof ze diep en probeerde haar neusgaten weer vrij te krijgen. Door al het gehuil leek haar hele hoofd vol snot te zitten. Ze wreef weer even langs haar gezicht en wierp een blik naar binnen.
      Juan zat haar vanaf de keukentafel naar haar te staren, maar zodra ze bemoedigend probeerde te glimlachen, boog hij zijn hoofd. Ze zuchtte zachtjes. Hij oogde zo verdwaald, zo beschadigd. Het was onmogelijk om te bedenken wat er met hem was gebeurd. Ze vroeg zich zelfs af of er écht mensen waren die hem dood wilden of dat het allemaal in zijn hoofd zat. Met één oogopslag had ze al gezien dat hij aan PTSD leed, en alleen daarom vond ze het al een goed idee dat hij naar Jordy toeging. Die wist hoe ze met mensen met traumatische ervaringen moest omgaan.
      Ze richtte zich weer op het schermpje, zocht Jordy’s naam op en drukte op het groene telefoontje. Heel even rees de angst op dat ze niet zou opnemen, ze zou niet weten wat ze dan moest doen. Toen klonk er een klik.
      ‘Hé Junie! Alles oké?’
      ‘Eh… ik weet het niet,’ zei ze zacht. ‘Eh, Juan is hier.’
      Een paar tellen was het stil – wat een klein wonder op zich was tijdens een telefoongesprek met haar vriendin.
      ‘Wat?’ klonk het toen verdwaasd.
      ‘Ja…’ Ze wierp weer een blik door het raam naar binnen. ‘Hij is in de war, in paniek… hij is hier nu bijna een uur en hij heeft bijna alleen maar gehuild. Volgens mij heeft hij geen plaats meer om naartoe te gaan en ik wil niet dat hij Ravi ontmoet. Niet voordat ik weet of hij blijft.’
      ‘Heb je het hem nog niet verteld?’
      ‘Nee, hij is veel te overstuur. Als hij ook nog hoort dat hij een zoon heeft van vijftien… Ik denk dat hij instort. Voor zover dat nog niet gebeurd is.’ Ze beet op haar lip.
      ‘Hij weet ook niet van jou en E?’
      ‘Nee. We hebben nog niet goed kunnen praten. Hij heeft alleen gezegd waarom hij toen is weggegaan.’
      Jordy wachtte geduldig af en een beetje hakkelend June wat Juan haar had verteld.
      ‘Jeetje meis,’ zei Jordy zacht. ‘Wat heftig. Hoe voel je je nu?’
      Ze haalde haar schouders op. ‘Het doet pijn om hem zo te zien. Ik maak me echt zorgen om hem. Kan hij een tijdje bij jullie blijven?’
      ‘Natuurlijk lieverd. Maak je de daar maar niet druk om. De deur staat altijd open. Voor jou, voor E, voor jullie kids. En ook voor Juan.’
      Opgelucht haalde June adem. ‘Dank je,’ zei ze zacht. Ze wist allang hoe gezegend ze was met een vriendin als Jordy, maar keer op keer bleef ze zich over haar behulpzaamheid verwonderen. Niets was ooit te veel. ‘Ik ga het hem zeggen.’
      Ze nam afscheid van haar vriendin en liep naar binnen toe. Juan keek op toen hij haar voetstappen hoorde. Hoop gloorde in zijn ogen, ze voelde zijn hunkering naar iemand die bij hem bleef en ze wenste dat ze dat zelf had kunnen zijn.
      ‘Jor vindt het goed dat je langskomt,’ zei ze, een blik op haar horloge werpend. ‘Morgen kunnen we dan verder praten, als je dat goed vindt.’
      Hij knikte, maar ontweek haar blik. ‘Gaat je vriend het vervelend vinden dat ik ben langsgekomen. Ik bedoel – heb je hem over mij verteld? Ik wil niet… ik wil geen ruzie veroorzaken.’
      Je moest eens weten…
      Maar ze kon het niet zeggen, ze was bang hoe hij erop zou reageren. Hij zou het niet begrijpen – soms begreep ze het zelf niet eens.
      ‘Ik heb misschien wat uit te leggen,’ mompelde ze. Het was geen leugen – het was alleen niet haar vriend aan wie ze wat uit te leggen had.
      Ze pakte een blocnote van de tafel en schreef het adres van Jordy op.
      ‘Beloof me dat je erheen gaat, Juan,’ zei ze nadat ze hem het papiertje had gegeven. Ze hield zijn blik vast.
      Een beetje verstrooid knikte hij. ‘Ja, oké. Ik beloof het. Ik moet eerst… een stukje rijden om mijn hoofd legen, maar ik zal vanavond naar haar toe gaan.’
      June glimlachte. Zijn blik schoot naar haar lippen en ze voelde dat ze erdoor bloosde. Dat zou waarschijnlijk nooit veranderen.
      Ze liep met hem mee naar de gang. Vlak voor hij wegging, wisselden ze hun telefoonnummers uit en daarna keken ze elkaar een beetje onwennig aan.
      Ze wilde niet dat hij wegging, alles in haar schreeuwde hem toe te blijven. Maar dat kon niet.
      ‘Tot morgen, goed?’ vroeg ze, hem een kus op zijn wang gevend.
      ‘Ja…’ zei hij zacht. Zijn arm gleed om haar heen en hij drukte haar even stevig tegen haar aan. ‘Dank je wel, June.’
      Ze voelde zijn lippen tegen haar voorhoofd en ze kneep haar ogen dicht. Daarna lieten ze elkaar los en liep hij weg.
      Met een zwaar hart keek June hem vanuit de deuropening na. Als dit maar niet de laatste keer was dat ze hem zag.

‘Ga je me nog vertellen wat er aan de hand is?’
      Zijn hand streek langs haar zij en bleef op haar heup liggen. Met een zucht rolde ze zich om zodat ze Emilio in het schemerdonker kon aankijken.
      ‘Sinds ik uit mijn werk ben gekomen ben je al in jezelf gekeerd.’
      ‘Ik kan zelf nog niet helemaal bevatten wat er vandaag is gebeurd,’ zei ze zacht. Haar vingers streken over die van hem en bleven daar liggen, daarna bewoog ze ze langs zijn arm en schouder naar zijn gezicht toe en streelde dat. Zijn stoppels schuurden haar huid. ‘Juan was hier vanmiddag.’
      Ze voelde zijn lichaam verstijven. ‘Wat?’
      ‘Ja.’
      Emilio reikte achter zich en knipte het nachtlampje aan zodat hij haar gezicht kon zien. Zijn ogen waren groot van ongeloof. Een tijdje staarde hij haar aan, daarna bogen zijn mondhoeken op in zijn typerende grijns.
      ‘Zoent ie nog steeds beter dan ik?’
      Zijn luchtige reactie liet de mist in haar hoofd een beetje opklaren. Ze keek hem aan. ‘We hebben niet gezoend.’
      Emilio liet een ongelovig lachje horen. ‘Zelfs ik zou hem op zijn bek pakken.’
      June richtte zich iets op haar elleboog op en ondersteunde haar hoofd met haar hand. ‘Hij was helemaal gebroken. Hij heeft bijna alleen maar gehuild.’ Ze vlocht haar vingers door die van hem en zuchtte. ‘Ik heb nog nooit zoiets vreselijks gezien. Eraan terugdenken doet nog steeds pijn. Hij moet echt door een verschrikkelijke tijd zijn gegaan.’
      Emilio sloeg zijn blik neer. Zijn duim wreef over de rug van haar hand. ‘Waar is hij nu?’
      ‘Bij Jordy.’
      Hij knikte, nog steeds met zijn ogen op het laken gericht. ‘Denk je dat hij me wil zien?’
      ‘Ik weet het niet,’ zei ze eerlijk.
      De twee jongens waren niet als vrienden uit elkaar gegaan, achttien jaar geleden. Ze wist dat Juan nooit iemand zo erg gehaat had als zijn voormalige beste vriend.
      June had hem vergeven, maar of Juan dat ook kon… ze wist het niet – zeker niet in de staat waarin ze hem net had aangetroffen.
      ‘Wil je hem terug?’
      ‘Emilio…’ zuchtte ze.
      Hij keek op. ‘Het is oké, June. Echt. Ik weet dat je meer van hem houdt dan van mij, dat is altijd al zo geweest, en ik weet ook dat hij meer van jou heeft gehouden dan ik ooit zou kunnen.’
      ‘Hij heeft me in de steek gelaten, E. Denk je dat ik dat zomaar kan vergeten?’
      Emilio streek langs haar wang. ‘Maar niet om de reden die je dacht, hè? Hij had geen ander.’
      Ze sloeg haar ogen neer. Emilio had nooit geloofd dat hij een ander had. Maar er waren al tien jaar verstreken toen hij haar dat vertelde. Het had geen verschil meer gemaakt.
      ‘Nee. Hij zei dat hij de verkeerde mensen had boos gemaakt en dat hij is weggegaan om mij te beschermen.’
      ‘En hij liet Luna zeggen dat hij een ander had, zodat je niet naar hem zou gaan zoeken.’
      Langzaam knikte ze, een beetje overrompeld doordat hij zijn vroegere vriend zo goed gekend had dat hij dat na al die jaren nog zo kon invullen.
      ‘Makes sense.’ Emilio schoof iets dichter naar haar toe en streek langs haar wang, langs haar nek, haar schouder. ‘Ik wil dat je gelukkig bent, June. Daar probeer ik al vijf jaar voor te zorgen, maar ik weet dat hij altijd in je achterhoofd zit.’
      Ze keek langs hem heen, een zucht wegslikkend. ‘Het is vooral je schuldgevoel dat maakt dat je dat zo graag wilt. Tegenover mij. Tegenover Juan.’
      ‘En omdat ik van je hou.’
      Ze kromp in elkaar bij het horen van dat woord.
      Er kwam een trieste glimlach om Emilio’s lippen. ‘Ik weet dat je een deel van je hart voor zulk soort liefde hebt afgesloten nadat Juan bij je wegging. Je hebt nooit gezegd dat je van me hield, en ik durf te stellen dat je het zelfs nooit tegen Rafi en Glenn hebt gezegd.’
      June knipperde een paar opwellende tranen weg. Hij had gelijk. Ze had de woorden nooit over haar lippen kunnen krijgen, ze hadden gevoeld als een soort vloek. Wat was ze voor een moeder, als ze niet eens aan haar kinderen kon toegeven dat ze van hen hield?
      Maar het uitspreken van die woorden had in het verleden alleen voor pijn gezorgd. Iedereen tegen wie ze het ooit gezegd had, was uit haar leven verdwenen. Haar vader. Haar moeder. Beth. Juan.
      Alleen Jordy was bij haar gebleven, door dik en dun, als een engel naar haar gezonden. Zonder haar had ze het nooit gered.
      ‘Hij is niet meer dezelfde als van wie ik al die jaren geleden hield, E. We zijn allemaal veranderd.’
      Te lang had June gehoopt dat hij terugkwam. Ze wilde niet terug naar die onzekerheid, naar die ijle hoop, de oude wonden weer openkrabben. Ze wilde hem helpen, wilde ervoor zorgen dat hij weer ging glimlachen, maar op dezelfde manier samen met hem zijn als vroeger… Dat kon niet, daarvoor was er te veel gebeurd.
      Ze kroop iets dichter tegen Emilio aan, haar hoofd op zijn schouder, en sloot haar ogen. Ook al had ze het hem nooit gezegd, ze hield wel van hem. ‘Ik wil je niet kwijt, E.’
      Zijn hand streek door haren en hij drukte zijn lippen tegen haar voorhoofd, net zoals Juan een paar uur geleden had gedaan.
      Zijn stilte voelde zwaar.

Reacties (2)

  • NicoleStyles

    Holy Shit Emilio en June die had ik niet verwacht:O
    Dat zal nog wat worden:8

    3 maanden geleden
  • AmeranthaGaia

    Oh God... Ik vind het nu ook wel zielig voor Emilio.
    Juan gaat volgens mij wel heel erg flippen wanneer hij erachter komt.

    3 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen