Foto bij Hoofdstuk 116

Woedend ren ik door heel de school om mensen te verdedigen en om sommige uit te schakelend. Na een lange tijd van vechten beveelt mijn vader de dooddoeners om ze terug te trekken. Ik grom en schakel de laatste dooddoeners nog uit die niet op tijd weg konden komen. Ik moet naar de rest toe ik moet te weten komen wie er nog leeft en wie er gewond is. Ik moet zien of mijn vrienden nog veilig zijn. Zo hard als ik kan ren ik tussen het pijn door en ga op de grote zaal af. zodra ik door de twee reusachtige deuren doorloop is het erg rustig. Verschillende mensen staan te huilen bij lichamen maar ik zie nog geen bekende er tussen. Opgelucht zucht ik als ik veder loop. In de verte zie ik Charlie met de rest van zijn familie staan en gelukkig ren ik op de jongen af. Ik spring de jongen in zijn armen en druk me dicht tegen hem aan. Vlug laat ik de verstijfde jongen los en kijk hem in de ogen. Tranen staan er in en angstig draai ik me om. IK zie George en Ginny bij iemand zitten maar door hun hoofden kan ik niet zien wie. Ik duw George wat aan de kan en zak dan zwak door mijn benen heen. George grijpt me vast en trekt me tegen zich aan.
‘D-dit kan niet!’ stamel ik zachtjes. De jongen snik zachtjes maar probeert me toch te troosten. Ik laat George los en kijk naar de bleke jongen voor me. Ik grijp zijn schouders vast en schut er aan. ‘Fred word wakker! Het is niet grappig!’ schreeuw ik tegen de jongen maar hij geeft geen krimp. Ik voel weer twee armen die zich om mijn middel wikkelen en naar achter trekken. Ik word stevig door Charlie vastgehouden. ‘Hij mag niet weg zijn.’ Snik ik zachtjes.
‘Hij is niet weg Rox. Hij zit voor altijd in ons hard en zal ons nooit verlaten.’ Fluistert de jongen in mijn oor waarop ik zwak knik. ‘Tops en Remus hebben het ook niet gehaald.’ Fluistert de jongen zachtjes. Ik draai mijn hoofd in de richting van de jongen en zucht zachtjes.
‘Ik zal er voor zorgen dat hij sterft en niet meer terug kan komen.’ snik ik zachtjes. Charlie knikt en strijkt mijn haar achter mijn oor. ‘en nu wil ik even alleen zijn.’ Snik ik terwijl ik wegloop. En net buiten de zaal ergens ion een hoekje mezelf neer laat vallen en begin te huilen.
‘Het spijt me dat dit is gebeurd met hem.’ Hoor ik Draco fluisteren. Ik kijk op en zie dat de jongen zachtjes op me afkomt lopen en zich dan langs me neer laat vallen. ‘Ze hadden dit lot niet verdient.’ Zegt hij waarop ik knik en mijn hoofd op zijn schouder neerleg.
‘Als Fred, Remus, Tops en al die andere konden sterven voor hun familie en vrienden. Kan ik dat toch ook. Ik moet mijn leven geven voor mijn vrienden. Ik moet er voor zorgen dat ze veilig zijn en nog een toekomst hebben.’ Zeg ik waarop Draco zwak knikt.
‘Ik zal het doen als het echt moet zal ik het doen, maar je moet me beloven dat we zo lang mogelijk nog bij elkaar kunnen zijn.’ Zegt hij waarop ik mijn hoofdschut en opsta.
‘Je weet dat het niet gaat.’ zeg ik zachtjes. ‘Ik kan niks beloven.’ Zeg ik terwijl gaat staan. de jongen zucht zachtjes en knikt. Hij trekt me naar zich toe en drukt zijn lippen op de mijne. ‘Wat er ook gebeurd we zullen samen zijn.’ Zeg ik terwijl ik hem los laat en bij hem wegloop. Zodra ik buiten sta zie ik een grote groep op ons aflopen. Ik weet dat het Dooddoeners zijn. Ik loop nog een stukje door en blijf dan staan. ik zie hoe heel de groep mensen zich op het plein verzameld. Achter me hoor ik alleemaal gefluister en weet ik dat er ook een groep mensen staat. Voldemort zet wat stappen naar voren en glimlacht duivels naar me.
‘Harry Potter is dood!’ schreeuwt de man. Ik hoor het geschreeuw van Ginny en zie dat ze me voorbij rent voor ze iets doms kan doen grijp ik haar vast en schut mijn hoofd. ‘Vanaf vandaag zal iedereen alleen nog maar in mij geloven!’ roept de man. ‘Kom naar voren en sluit je bij ons aan of sterf.’ Zoals verwacht blijft iedereen doodstil staan. Iedereen wil nog liever sterven dan zich bij hem aansluiten.
‘Draco!’ Hoor ik Lucius Malfidus grommen. Langzaam draai ik me om en zie Draco die zwak naar me lacht. De jongen zet zijn eerste stappen en word meteen boos aangestaard. Ik glimlach als ik zie dat hij op mij afloopt en langs me komt staan. Hij pakt mijn hand vast en drukt een zachte kus op mijn lippen. Ik glimlach en zie Voldemort zijn staf op Draco richtin.
‘Avada Kedavra!’ Schreeuwt de man woedend. Ik zie de geschokte gezichten van Draco zijn ouders en zijn eigen vastberaden blik. Zo snel als ik kan stap ik voor Draco en grijns naar Voldemort.
‘Je bent dwaas oude man.’ Spreek ik tegen hem en ik zie de blik op zijn gezicht veranderen. Hij weet nog hoe hij mij gebruikte omdat tegen Perkamentus te zeggen en nu gaat hij er eindelijk aan. De vloek verspreid zich door mijn lichaam en tevreden sluit ik mijn ogen en laat mezelf in het duister vallen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen