Het was mijn ouders eindelijk gelukt me mijn kamer uit te krijgen net zoals dat het ze gelukt was me te laten breken.
En nu zat ik hier weer en waren we weer bij af. Echter bevond ik me dit keer niet voor het raam maar in mijn bed. Het liefst had ik de dekens over mijn hoofd getrokken en was ik er nooit meer vandaan gekomen. Echter leek ik op het moment te lamgeslagen te zijn om ook maar iets te kunnen naast wezenloos op mijn bed naar het plafond te staren.
Ik denk dat ze de hint begrepen en me besloten maar even met rust te laten.
Ik had geen idee hoe ik nou met de situatie om moest gaan. Moest ik weglopen? Volgens mij had dat vrij weinig zin.
Ik haalde snel een hand door mijn rossige haar. Het leek nu pas tot me door te dringen. Was ik nou zojuist uit de kast gekomen?
Het geen waar ik al maanden en misschien zelfs al wel jaren mee rondliep was nu ineens mijn geheim niet meer en het voelde best wel leeg, vreemd genoeg. Waar ik dacht dat het misschien nog wel enigszins wat opluchting teweeg zou brengen werd de leegte enkel opgevuld met angst. Ik was niet dom en wist dondersgoed wat er ging gebeuren en waarom die poppenkast zich beneden plaatsvond. Ik kon er wel voor weg blijven rennen maar zin had het toch niet.
Ik wist dat wat ik deed fout was en misschien was het dan nu de tijd om op de blaren te zitten. Je kon nou eenmaal geen acties uitvoeren zonder ook de consequenties onder ogen te komen.
Ik weet niet waarom het me een slim idee leek maar ik besloot me toch maar naar beneden te geven. Ik had alles op automatische piloot gezet.

Eenmaal beneden leunde ik wat ongemakkelijk tegen het keukeneiland aan, wachtend tot ze door zouden hebben dat ook ik me aangesloten had.
Mijn moeder, die niet echt interesse leek te hebben in het gesprek, ontdekte me als eerst. "Kom zitten, lieverd." glimlachte ze naar me. Haar glimlach leek me enigszins te kalmeren. Ik had zoveel gemixte gevoelens dat ik niet meer wist wat ik nou precies als eerste moest voelen.
Ik deed wat er van me werd gevraagd en schoof ook aan. Ik wist gewoon dat het over mij ging en dat maakte het nog eens extra ongemakkelijk.
De mannen van de kerk begroette me en van mijn vader kreeg ik enkel een knikje. "Jude, zoals je ziet heb ik er wat mensen bijgehaald om te overleggen over de situatie." sprak hij en ik knikte. Ik bereidde me alvast voor op wat er ging komen. "Het lijkt ons verstandig als we je aanmelden bij conversietherapie." zei hij. Met die woorden beet ik op mijn lip. Ik wilde dit alles niet maar ik wist ook dat ik geen keus had. Ik kon het op zijn minst proberen, toch? "Maar dan moet je er wel voor open staan te veranderen." zei hij. Nu deed hij het lijken of ik daadwerkelijk een keus had maar van binnen wist ik dat ik dat dus niet had. Ik had het eerder gezien. Gezinnen die opgebroken werden omdat hun zoon of dochter gay bleek te zijn. Mijn familie stond dus op het spel en die wilde ik absoluut niet verliezen. Mijn vader was misschien niet altijd even leuk maar dat betekende nog niet dat ik niet van hem hield.
Ik knikte met moeite. Ik wist waar ik mee instemde maar het was of dit of mijn familie kwijt raken. Dan was de keus snel gemaakt. "Ja, ik wil veranderen." sprak ik en keek iedereen op zijn beurt aan. "Ik wil er alles aan doen om te veranderen." zei ik maar kon het niet laten toch aan mijn eigen woorden te twijfelen.
"Goed. Jude, we zijn blij dat je er mee instemt." zei een van de mannen en ik knikte nogmaals. "Adam, loop jij nog even mee om het een en ander te regelen?" vroeg de andere man aan mijn vader en de drie verdwenen naar de gang.

Voor een tijdje bleef ik voor me uitstaren en na een tijdje durfde ik de blik van mijn moeder weer te zoeken. Ze had gehuild, dat was duidelijk te zien en het deed pijn, wetend dat ik daar de aanleiding voor was.
Mijn moeder leek al net zo min te weten wat ze met de situatie aan moest. Ik kon het haar niet kwalijk nemen. "Ik ga naar boven." zei ik toen mijn vader de woonkamer weer in gelopen kwam. "Jude…" mompelde ze maar ik keek niet achterom. Het was wel weer genoeg geweest voor vandaag en ik wilde er niet nog langer mee bezig zijn. "Je hebt nog niet eens gegeten." riep ze me na. "Geen honger." mompelde ik en verdween naar boven. Al mijn gevoelens leken als sneeuw voor de zon verdwenen te zijn.

Ik sloot me opnieuw op in mijn kamer en al mijn angst leek plots veranderd te zijn in woede. Ik trapte alles wat op de vloer lag aan de kant. Ik trok de vuilniszak uit mijn prullenbak en propte er al de kledingstukken in van die vuile verrader. Daarna maakte ik een ronde door mijn kamer om alles wat met hem te maken had er bij in te gooien. Ik klapte mijn notitieboek open en scheurde ieder blad waar ook maar één zin over hem in stond er uit en verscheurde ze om ze vervolgens ook in de zak te proppen. Vervolgens liep ik naar mijn raam en gooide de zak met spullen er uit. Ik miste de container maar mijn ouders snapte vast de hint wel. Ik kon het me niet permitteren ook maar één ding van hem tegen te komen.
Ik baande me weer een weg naar mijn bed om me er op te werpen en vervolgens met mijn hoofd in mijn kussen alles er uit te schreeuwen.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen