Foto bij • Hoofdstuk 1 • Ground Rules •


'Alouette, gentille Alouette, je te plumerai! Je te plumerai la tête, Alouette, Alouette!' Ik kreeg meerdere wijnspetters over me heen die uit mijn eigen glas, of misschien uit het glas van een ander kwamen, maar het maakte me niet uit. Het maakte niemand iets uit. We hadden het punt van de avond bereikt waarop niets meer uitmaakte. Iedereen had gekregen wat hij wilde, iedereen was tevreden, en iedereen was dronken genoeg om met de hele kroeg uit volle borst het liedje Alouette te zingen, begeleid door de piano waar ik naast stond. Op dit punt van de avond was ik dronken genoeg om alles leuk te vinden. Zelfs de man die ik niet kende, die me bij mijn middel greep om vervolgens zijn gezicht in mijn boezem te douwen. Ik lachte luid, terwijl hij uitbeeldde wat het liedje behelsde. De vogel Alouette, die geplukt wordt. Een uiterst gepast liedje voor een bordeel, ook al was het een kinderrijmpje.
      Het kleine vogeltje dat geplukt wordt. Het hoofd, de ogen, de neus, de poten, de vleugels... totdat er niets meer van over is. Slechts nog dat wat bruikbaar is voor de plukker. Het vlees om zich van te voeden.


'Elouise.' Zijn stem liet me weer uit mijn gedachten opschrikken. Ik was even afgedwaald, slechts voor een paar seconden. Het was genoeg geweest om me weer naar dat moment terug te brengen. Dat laatste moment waarop niets er meer toe deed. Sindsdien was niets meer hetzelfde, en ik was nog maar een dag weg. Ik werd geforceerd hem nogmaals aan te kijken. Zijn blik was koel, maar tegelijkertijd was een brandende furie, ergens in het centrum van zijn pupillen, onmiskenbaar. Wat dit veroorzaakte wist ik niet, maar het was genoeg om me doodsangsten uit te laten staan nu ik voor het eerst met hem in één kamer stond.
      Alles aan hem straalde zijn autoriteit uit. Zijn pak was volledig zwart, in tegenstelling tot de witte broeken die op dit moment in de mode waren. Slechts zijn overhemd was wit, de manchetknopen leken eerder een soort parelmoer dan écht wit. Zijn haren waren donkerblond, een soort peper- en zoutkleur, evenals zijn baard die tot net tegen zijn boordje kwam. Hoe hij naast ouderdom -hij kon echter niet ouder dan 45 zijn- de rimpels in zijn gezicht had verkregen, was direct duidelijk te zien. De strenge blik. Zijn eeuwig statige, strenge, autoritaire blik.
      Slechts een paar uur geleden was ik per koets aangekomen. De reis van Sainte-Foy-de-Peyrolières naar hier, had ook een paar uur geduurd. Die uren had ik de tijd gehad om me voor te bereiden op wat mijn moeder aan me had geïntroduceerd als een kans op een nieuw leven, en de uren hier waren besteed aan het ontvangst. De hoofd huishoudster had me mijn kamer toegewezen, en een dienstmeid had me gewassen en daarna in een jurk gehesen die ik met een maand werken niet had kunnen betalen. Maar pas nu zag ik de reden achter al deze gebeurtenissen, de reden dat ik hier was, de reden dat ik Sainte-Foy-de-Peyrolières waarschijnlijk nooit meer terug zou zien. Hij.
      'Ja, Heer?' antwoordde ik een tikkeltje te laat nadat ik hem had aangekeken.
      'Zo zul je mij niet noemen,' antwoordde hij rustig, terwijl hij op zijn plek voor de deur bleef staan.
      'Hoe zal ik u wel noemen?' Hij zuchtte even diep terwijl hij me van top tot teen bekeek, maar leek daarna tot een besluit te komen.
      'Kniel.'
Stilte. Oogcontact. Meer stilte. Meende hij dit? Ik voelde een brok ik mijn keel opzetten, die mij ook nog eens de adem leek te benemen.
      'Heer?' Mijn stemgeluid was zo zacht en iel dat ik het zelf bijna niet hoorde.
      'Ga zitten op je knieën.' Hij meende het. Ook al klonk hij nog niet boos, merkte ik dat de dwang in zijn stem toenam. Dus ik deed wat hij me opdroeg. Ik tilde de voorkant van mijn jurk een klein stukje op, en daalde kaarsrecht af naar de grond, waar ik met mijn blote knieën op ging zitten. Het vloerkleed kriebelde. Pas nu verplaatste hij zich vanaf zijn standplaats voor de deur. Hij nam een paar langzame stappen, voordat hij recht voor mijn neus stond. Ik durfde niet naar hem omhoog te kijken, dus mijn blik bleef rusten op mijn handen die in mijn schoot lagen. Nu hij zo dicht voor me stond, nam de ademnood nog meer toe, terwijl ik voelde hoe hij op mij neer keek.
      'Je zult mij Meester noemen. Dat is mijn enige naam, en de enige die je ooit zult gebruiken. Je spreekt mij daar altijd mee aan, zo niet, dan zul je gestraft worden. Kijk me aan en antwoord als je dit begrijpt.' Mijn ogen bleven nog even op mijn nu zwetende handen rusten, voordat ze twijfelend hun weg omhoog naar de zijne vonden.
      'Ik begrijp het.'
      De klap die ik in mijn gezicht ontving was niet erg hard, maar hard genoeg om mij te doen schrikken, en mijn wang te doen gloeien. Ik legde mijn hand tegen mijn gezicht aan terwijl ik wegkeek. Hij verplaatste zich stapvoets naar het raamkozijn een paar meter naast mij, om iets meer afstand te nemen, maar bekeek me nog steeds.
      'Ik zei dat je moest antwoorden als je het begreep, en je hebt niet gehoorzaamd. De volgende keer zal de straf groter zijn. Dit geldt voor iedere regel. Het zijn er veel, maar ik heb er vertrouwen in dat je ze naar verloop van tijd zal leren, met de benodigde motivatie.' Ondanks dat ik niet slim genoeg was geweest om hem gelijk op de juiste manier aan te spreken, achtte ik mezelf wel slim genoeg om te begrijpen wat deze 'motivatie' inhield. Zijn vlakke hand. Hij bleef hierna stil, dus dacht ik de mogelijkheid gevonden te hebben de enige vraag te stellen die al die tijd door mijn hoofd was blijven spoken.
      'Meester?'
      'Ja, Elouise?' Even twijfelde ik, maar nu hij toch een paar meter van mij verwijderd was, durfde ik het toch aan.
      'Waarom ben ik hier?' Hij leek even over de juiste verwoording na te denken, maar erg lang duurde het niet voordat hij de vraag beantwoordde.
      'Om jouw leven in het teken van het mijne te stellen, voor de rest van je dagen. Om mijn bevelen op te volgen, mijn wensen uit te voeren. Iedere wens.' De nadruk op het woord 'iedere' was zo rigoureus dat er geen twijfel mogelijk was over de lading daarvan. Het was immers ook het meest voor de hand liggende scenario wat ik me op de weg hierheen had ingebeeld, gezien mijn... professie. 'Je bent geen dienaar. Je bent geen minnares. Je bent simpelweg van mij. Daartegenover staat dat je leeft in mijn rijkdom. Voor iedere andere persoon in dit huis ben jij een gelijke, behalve voor mij. Je mag gaan en staan waar je wilt, maar je mag mijn land niet verlaten. Je hebt je slechts te houden aan mijn regels. Ik heb ze voor je opgeschreven, zodat je ze zelf door kunt nemen, maar voor nu is het belangrijkste dat je je enkel niet in het uiterste deel van de westvleugel begeeft.' Hij legde een opgevouwen stuk papier op de lage kast die voor het raamkozijn stond. 'Ben ik duidelijk?' Hij wachtte geduldig op mijn antwoord.
      'Ja, Meester, maar...' Ik durfde het niet te zeggen. Ik schaamde me dood. Maar ik kon voorspellen dat als ik het nu niet zou zeggen, ik er later nog harder voor gestraft zou worden.
      'Maar wat?' Zijn beklemmende toon dwong mij hem opnieuw aan te kijken.
      'Ik kan niet lezen.' Er gebeurde iets geks in zijn ogen. Alsof hij even de controle verloor door het antwoord dat hem verraste. Hij bleef me aankijken, terwijl hij erover nadacht, zijn blik nog even streng als voorheen. Mijn blik kon niets anders dan afwachtende angst uitstralen. Wat zou hij hiervan vinden?
      'Goed,' antwoordde hij. 'Dan zorg ik ervoor dat je dat leert. In de tussentijd zul je op je geheugen moeten rekenen om mij niet teleur te stellen.' Hij breide een einde aan het gesprek, door na deze zin weer richting de deur te lopen.
      'Meester?' sprak ik hem aan voordat hij volledig uit de kamer zou verdwijnen.
      'Ja, Elouise?'
      'Wat moet ik nu doen?'
      'Wat je wilt. Ik kan me voorstellen dat je honger hebt, voel je vrij om de keuken te vinden en de kok te vragen iets voor je te bereiden. Voor de rest van de avond ben je vrij.' Hij wilde de deur openen, maar werd door een laatste ingeving onderbroken. Hij liet zijn hand op de deurklink rusten.
      'Morgen is je eerste les.'
      'Les, Meester?'
      'Een les in gehoorzaamheid.' Er viel opnieuw een stilte, waarin hij de deur eindelijk opende, en de kamer uitstapte.
      'Goedenacht, Elouise.'





Wauw thanks voor alle reacties en kudos(fish)keep it up!
Ik hoop dat ik jullie verwachtingen waar kan maken(nerd)

Reacties (2)

  • NicoleStyles

    Wauw je schrijfstijl is echt:O
    Zeer verslavend dit(H)

    1 jaar geleden
  • Luckey

    Oh boy
    Dat gaat nog heel wat worden!
    Maar bij hen alleen?!
    Geeb moeder meer voor jou om te zien

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen