Foto bij Proloog ~ Nick

'Het was donker. "Ik kan niet meer", zei de ene gedaante die achter de tweede gedaante aansukkelde. "Volhouden, we zijn er bijna", mompelde de tweede gedaante en een derde gedaante fluisterde: "Opschieten!" Deze laatste opende een kist en keek om naar de andere twee. De ene gedaante draaide zich om en wandelde naar de tweede gedaante, waarna hij zijn hand op de schouder van zijn reisgenote legde. "Kom op Emma, je moet sterk zijn. Ik kan op jou rekenen en jij op mij, toch?" Emma keek hem moeilijk aan, om dan onrustig naar de kist te kijken. "Je weet dat ik lucht nodig heb Noah", zei ze toen stil en Noah knikte. "Dat weet ik, maar anders komen we..." "Ze moeten hier ergens zijn, opschieten!" galmde een luide stem door de ruimte en de twee keken elkaar angstig aan.

"Vooruit, opschieten! Ik leid ze wel weg van hier!" fluisterde de derde gedaante driftig. Emma begon bang te snikken, maar kroop toch de kist in. Voordat Noah ook in de kist verdween, pakte hij nog de arm van de derde persoon vast en zei: "Saida, wij zullen hulp halen voor jouw broer. Dat beloof ik. Ik ben zeker dat Nick ons kan helpen." De vrouw knikte dankbaar, waarna Noah ook de kist in dook en Saida de kist terug vergrendelde.

"Ik hoorde wat, daar!" hoorde Saida weer iemand schreeuwen en ze rende weg van de kist. Met enkele behendige sprongen wist ze uit de loods te komen en kromp ineen toen de motor van het vliegtuig opstartte. Wat verderop zag ze haar achtervolgers uit de loods komen lopen en ze verstopte zich achter enkele tonnen. De groep mensen keek wat om zich heen, waarna ze verder het vliegveld op liepen. Ondertussen zag ze een wagen met verschillende pakketjes naar het vrachtvliegtuig rijden en ze kneep haar ogen wat samen. Tot haar opluchting zag ze de kist met Emma en Noah er tussen zitten en zodra deze kist op het vliegtuig was geladen, draaide ze zich om en verdween in de nacht.

"Veel geluk Noah en Emma, mijn broer zijn vrijheid ligt in jullie handen..." zei Saida zacht.'


Ik schrok wakker en keek gedesoriënteerd om me heen. Het was stil en ik ging wat overeind zitten. Naast mij lag Khana in een ongemakkelijke houding wat te slapen en ik zag dat de stewardess er aankwam met eten. Verschillende mensen waren al wakker en namen het eten in ontvangst, terwijl de meesten nog sliepen. Vermoeid wreef ik even over mijn gezicht. Die droom… was het wel een droom? “Meneer?” hoorde ik opeens en zag de stewardess mij een plateau overhandigen. “Bedankt”, zei ik en nam ook de plateau van Khana aan, hoewel ik haar nog even ging laten slapen. Terwijl ik begon te eten, verdween de droom naar de achtergrond en al snel was hij de vergetelheid ingedoken. Nog enkele uurtjes en we waren terug in New York…

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen