Asher had niet zitten bluffen. Zonder enige aarzeling was hij naar een vijf sterren restaurant gereden midden in de stad, de soort plek waar je twee maanden van te voren moet reserveren. Het leek Jun onwaarschijnlijk dat hij daadwerkelijk gereseveerd had, maar toch kwamen ze zonder enige moeite binnen en voordat hij het wist zat hij met de Amerikaan aan een twee personen tafel, onder het genot van een witte wijn die meer kost dan Jun wil weten. Uit protest had Jun het duurste gerecht besteld wat hij had kunnen vinden op de menu kaart. Asher leek er niet mee te zitten.

"Eet je elke dag zo?" vraagt Jun achterdochtig.

"Zou je dat willen, schat?" Asher grijnst van oor tot oor. De weg hierna toe had Jun gezegd dat hij een vriendin heeft. "Als ik je vriendje was kun je elke dag zo eten."

Jun probeert boos te klinken. "Ik ben tevreden met mijn leven zoals het is."

"Ja?" zegt hij met een lach. Hij brengt het wijnglas naar zijn mond en neemt eem bescheiden slok. "Soms weet je niet wat je mist totdat je het mee hebt gemaakt."

"Ik weet vrij zeker dat ik niks te kort kom. Je bent niet de enige die rijk is hier," gromt Jun terug.

"Wat heb je aan geld als je het niet uit geeft?" Asher's voet glijdt tegen die van Jun aan. "Maar geld is ook niet alles. Ik ben meer dan een checkbook, lieverd. Als je met mij ging zou niemand je ooit nog aanraken, of alleen al gek naar je kijken. Met mij hoef je je nooit meer ergens zorgen over te maken. Ik zou alles doen wat je maar wilt. Ik heb heb dit restaurant afgelopen week gekocht en volgende week koop ik twee clubs, allebei het beste van het beste. We gaan daar dan elke dag heen als VIPs en je kunt elke baan krijgen daar die je maar wilt. Je hoeft niet je hele leven te werken voor die ouwe man van je en er niks voor terug krijgen. Je verdient niets minder dan het beste, Jun." Hij kijkt hem doordringend aan en Jun beseft zich dat hij elk woord meent.

Blozend kijkt hij weg. Waar komt dit ineens vandaan? Hij kent hem nauwelijks. "Dat is, uh, lief, maar zoals ik zeg, ik ben tevreden met mijn relatie," mompelt hij, bijna onverstaanbaar. Hij weet niet goed wat hij moet voelen.

Het is alsof hij de afwijzing niet heeft gehoord, want er vormt zich een brede grijns op het gezicht van Asher. "Laat me maar weten wanneer je van gedachte bent verandert," zegt hij met volle overtuiging.

Deze man spoort van geen kant, besluit Jun en begint zijn maaltijd snel weg te kauwen. Het is echt niet de eerste keer dat een gek als Asher achter zijn kont aan zit te vissen alsof er honing aan zit. Het is een soort... bijwerking. "Breng me maar weer naar huis," eist Jun. "Je hebt mij niet nodig voor de onderhandelingen."

"Ik dacht dat ze een bekend gezicht moesten zien om ze te overtuigen," oppert Asher.

Jun schiet in de lach, hoewel niks aan zijn toon geamuseerd klinkt. "Ik weet vrij zeker dat je genoeg overtuigingskracht van jezelf hebt. Afpersing is een soort van je expertise, toch?" Hij kijkt de man maar half aan.

Hij grijnst vol van zichzelf. "Goed, ik breng je naar huis."

En met die woorden staan ze op. Asher loopt naar buiten zonder te betalen, maar het subtiele knikje van de security bij de deur geeft Jun genoeg bewijs om te geloven dat Asher inderdaad de eigenaar van het restaurant is. De flitsende sportwagen wordt door het personeel netjes voor de deur afgezet en al snel zitten ze weer in de auto onderweg naar Jun's huis.

"Wat vind je van deze auto?" vraagt Asher na een lange stilte.

Jun schrikt op. Hij was helemaal verzonken in zijn gedachten en ziet ineens dat ze op de oprit van zijn huis zijn beland. "Mooi," zegt hij op bescheiden toon.

"Wil je 'm?"

"Wat? Ben je serieus?" Hij doet zijn best niet enthousiast te klinken, maar schijnbaar lukte dat niet.

Zonder enige aarzeling duwt Asher de sleutels van de auto in zijn handen. "Ik ging 'm toch zelf niet houden," zegt hij en haalt zijn schouders nonchalant op.

Jun wilt in protest gaan. Hij kan 'm toch niet zomaar een auto geven? Hoe moet dat allemaal wel niet met verzekeringen en onderhoud? Hij is zeventien; hij heeft geen rijbewijs en kan geen auto op zijn naam hebben. Natuurlijk, zijn ouders kunnen vast wel een manier bedenken, maar Asher kan toch niet zomaar-

Asher leunt over de versnellingsbak totdat zijn gezicht enkele centimeters verwijdert is van die van Jun en legt brutaal een kus op zijn voorhoofd. "Goed, ik zal de onderhandelingen met Kageyama regelen vanavond. Ga jij maar lekker naar binnen. Als je iets nodig hebt, hier heb je mijn nummer." Hij slipt een visitekaartje in de zak van Jun, die nog steeds met grote ogen en een stokkende adem naar de Amerikaan staart. "Tot morgen."

"Tot morgen," brengt Jun zwak uit terwijl Asher zich terug trekt en de auto verlaat. Zijn gedachtes zijn enkele seconden blank.

Wacht.

Tot morgen?

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen