Foto bij 2

Jaimee


Die namiddag zit ik bij Veronique thuis op de bank.
Alhoewel ze mij pas net kenden, hadden Veronique en Sari me twee jaar
geleden meteen toegelaten in hun vriendschap en toen mijn man een maand geleden door een onbekende oorzaak overleed was ik kapot, maar ze hebben me gesteund en ik ben mezelf beetje bij beetje weer aan het oprapen, vooral zodat ik Sari kan steunen, die nu alle steun nodig heeft. Veronique komt met twee glazen water aanlopen en geeft er een aan mij, en ik kijk haar dankbaar aan. Veronique is een psycholoog en elke week praat ze met mij over mijn verlies, ook al is dat meer als vrienden dan als
psycholoog.
Veronique gaat op de fauteuil tegenover me zitten en een tijdje is het stil. Nadat ik met mijn ogen de hele huiskamer heb gescand laat ik mijn ogen op een kleine, kleurige vaas met nepbloemen vallen en ik kijk er een tijdje naar, in
gedachten verzonken. ‘Ik heb hem gemaakt, maar ik wist dat ik er niet genoeg aandacht voor zou hebben dus heb ik in plaats van echte planten maar nepplanten gekocht.’
Ik knik afwezig. ‘Waar denk je over, Jaimee?’ Na het horen van mijn naam kijk ik op. ‘Oh, ik zat te denken aan mijn droom van eergisternacht, het was zó vreemd. Mijn man kwam erin voor,’ik vouw mijn handen samen op mijn schoot en probeer mijn emoties voor me te houden,’ en hij vertelde me allemaal dingen, maar die kan ik me nu niet meer herinneren.’ Veronique gaat wat verzitten. ‘Dat soort dromen heb je de laatste tijd toch vaker?’
‘Ja, maar nadat ze er niet waren voor een week ofzo dacht ik dat het misschien voorbij was.’
‘Was deze droom anders dan je eerdere dromen?’ Ik kijk even nadenkend naar mijn glas en neem een slokje water voordat ik begin te praten.
‘Ja, eigenlijk wel. Normaal praat hij altijd over hoe hij me mist, maar nu klonk hij… anders. Ik vind het écht jammer dat ik verder niet meer weet wat hij zei.’ Spijtig kijk ik Veronique aan, die me vertelt dat het normaal is om delen van je droom te vergeten, maar ik luister niet echt. In mijn hoofd herhaal ik de droom keer op keer, en keer op keer hoor ik Björn- met zijn knappe blauwe noordse ogen op mij gericht- hetzelfde zeggen.
Dit is een last die ik niet met mijn vriendinnen kan delen, dit moet ik zelf doen.

Sari

Ik zit verloren op mijn bed met mijn ogen op de klok gericht. Over een uur gaat de bar open, galmt er door mijn hoofd. Waarom loop ik er niet alvast naartoe? Ik kan het gewoon niet. Ik kan niet opstaan of denken, want steeds speelt zich hetzelfde rolletje af:
Tess wordt geboren, en godzijdank lijkt ze niet op haar vuile vader. Ik vier mijn achttiende verjaardag met mijn ouders en Tess, die druk brabbelend met haar opa aan het spelen is.
Ineens is er twee jaar voorbij en Tess gaat naar de basisschool.
Op de eerste dag maakt ze al vrienden en na een week gaat ze voor het eerst bij een vriendinnetje afspreken. Als ik Tess weer kom ophalen en ze zich vrolijk tegen me aanwerpt terwijl ze mij “mammie” noemt, kijkt de moeder van het vriendinnetje me aan met wijd opengesperde ogen. Ik draai me abrupt om en loop met Tess weg van de starende ogen, die niets hebben gezien van mijn verleden.
Dan ben ik weer bijna in het heden, met nog maar een tussenstop: De dood van Tess. Tevergeefs probeer ik mijn al gesloten ogen af te dekken om het
maar niet te hoeven zien, maar het werkt niet. Tess die hoestend thuiskomt. De nacht waarin ik wakker word door haar gehoest. De ambulances als ze bloed op begint te hoesten. De tranen als ze flauwvalt. Dan, ergens in de vroege ochtenduren, komt de dokter uit de operatiekamer en hij schudt zijn hoofd. Ik wil schreeuwen, maar alles wat uit mijn mond komt is een zachte snik. Na het ongeluk van mijn ouders toen ze op vakantie waren was Tess alles wat ik had. En ze hebben Tess van me afgepakt. Dit verdiende Tess niet, die had moeten leven en moeten genieten, die had op een nacht onder de grote sterrenhemel haar eigen liefde moeten vinden en ze had alles moeten doen wat ik niet had gekund.
Ze was nog maar twaalf en begon pas net de wereld te begrijpen. Ze had nooit een kans gehad. Het lege appartement wordt gevuld met snikken die na een tijd overgaan in een hevige huilbui en uiteindelijk verminderen. Ik sta op en kijk naar de tijd. De bar is al een halfuur open, ik ben laat. Zonder ook maar te kijken hoe verschrikkelijk gebroken ik eruit zie loop ik naar mijn bar.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen