Foto bij H44 - 15 sept.

Sorry voor de vertraging, maar school liep me voor de voeten.
Hier is in ieder geval al een eerste hoofdstukje. Later zal ik er nog eentje activeren.(H)

Ik pak het boek voor de boekbespreking en slaag hem open. "Alaïs, ik ga al slapen.", zegt mijn moeder en gaat de trappen op. "Slaapwel", zeg ik en draai een pagina om, als er plots een papiertje uitvalt. Ik raap het op en zie er dan, met een vluchtig handschrift, staan: In het leven bestaat geen toeval.

Alaïs Spiorad pov.

Ik heb de hele nacht zitten lezen, met als resultaat dat het boek uit is. De tekst op het papiertje heeft me aan het denken gezet. Zou die vampier van gisterenavond dan toch geen toeval zijn geweest? Ik sta op van de zetel en stap naar de keuken. Ik dek dan maar de tafel en stap dan naar de trappen. “Mam! Komen eten!” Ik ga al naar de eettafel als ik plots kruimels op mijn bord zie liggen. Ik kijk schuw in het rond en zie weer de witte gedaante. “Hé, blijven staan jij!”, roep ik, maar de gedaante loopt gewoon verder. Ik stap naar hem toe, maar voor mijn vingers de witte mantel ook maar aanraken, verdwijnt hij plots voor mijn ogen. “Dit heb ik nog nooit gezien.”, fluister ik tegen mezelf en kijk terug om me heen. Is hij nu echt zomaar verdwenen? Ik hoor dan voetstappen op de trap en sluip er langzaam naar toe, terwijl ik mijn Athame uit mijn achterzak pak. Ik duw me dan plat tegen de muur en ik begin een vast ritme te horen in het kraken van de trap. Ik tel af. 3… 2… 1… nu! Ik spring vanachter de muur en verschijn met een sprong voor de treden. ‘Alaïs!’, gilt mijn moeder en ze legt meteen een hand op haar hart. Ik steek meteen mijn Athame weg. ‘Wat heeft dit in hemelsnaam te betekenen? Wil je me soms een hartaanval bezorgen?’, zegt ze en loopt de laatste treden verder af. “Nee, ik dacht dat je een… geest was of zoiets.”, geef ik eerlijk toe en mijn moeder stapt ongeboeid verder. Ik volg haar naar de eettafel en we gaan zwijgend zitten, om dan te eten van het brood.

Ik wil juist naar boven stappen als de deurbel plots gaat. Ik loop meteen naar de voordeur en doe hem met een grote zwaai open. ‘Dag Alaïs.’, zegt Jacob en ik glimlach. Mijn moeder komt achter me staan en groet Jacob. ‘Zou ik uw dochter voor een tijdje mogen lenen?’, Vraagt hij dan en Ines knikt: ‘Maar wel voor acht p.m. thuis zijn hé, Alaïs.’ Ik knik opgewonden en doe mijn schoenen en jas aan en stap dan naar buiten. ‘Dag mevrouw.’, zegt Jacob en mijn moeder sluit de deur. Jacob leidt me dan naar zijn auto. ‘Weet je nog dat ik je terug ga leren om in een wolf te veranderen? Wel, die dag is nu aangebroken. Hier zijn er wat te veel mensen, dus we kunnen beter naar het bos of zo gaan.’, vertelt hij opgewonden en ik knik en stap in. Hij stapt ook in en start de auto. “Hoelang is het ongeveer rijden?”, vraag ik toch iet wat zenuwachtig en kijk hem in zijn zachte bruine ogen aan terwijl we de straat oprijden. ‘Ongeveer 20 minuten rijden.’ Hij werpt een blik op me. ‘Ben je zenuwachtig?’ Ik knik en kijk naar mijn vingers. “Er is een… reden dat ik niet meer in een wolf ben veranderd.”, geef ik eerlijk toe. ‘Je kan het zeggen hoor.’ Ik draai me om op mijn stoel en kijk hem aan. Ik adem dan diep in. Ik heb dit zelfs niet eens aan mijn moeder verteld. “Ik heb toen een hert de keel doorgebeten.”, zeg ik en hij kijkt me met grote ogen aan: ‘Je hebt wat?’ “Ik weet het, ik was vijf jaar en kon mezelf gewoon niet tegenhouden.”, zeg ik en draai me weer naar voor. ‘Een weerwolf bijt niet zomaar één of ander dier in de nek.’, zegt hij en stopt dan voor een rood licht. “Ik ben gewoon bang dat ik me deze keer ook niet kan inhouden.” Hij legt een troostende hand op mijn schouder: ‘Ik zal je wel helpen.’ Hij brengt zijn hand weer naar het stuur als het licht terug op groen springt.

“Jacob,” begin ik en draai me weer naar hem om, “ik heb het gevoel dat ik je alles kan vertellen.” Hij glimlacht triomfantelijk en recht zijn rug: ‘Dat is ook zo.’ We rijden dan over een lange weg. “I-ik ga je iets vertellen dat je geheim moet houden en… je zal waarschijnlijk ook schrikken.”, zeg ik en kijk uit het voorraam. ‘Wacht dan eventjes.’, zegt hij en steekt zijn pinker aan, om vervolgens aan de zijkant van de weg stil te staan. Hij draait zich nu ook naar me om en zegt: ‘Ik ben er klaar voor.’ Ik glimlach en adem diep in. Ik gooi het er meteen uit, zonder omwegen, en zeg: “Ik ben deels weerwolf, deels vampier.”

Reacties (1)

  • Allmilla

    ... Het is maar goed dat Jacob aan de kant is gaan staan...;)

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen