Foto bij 01. Hell is other people

Woest haalde ik met een snelle, behendige beweging uit naar de jongen en voelde hoe mijn knokkels zijn neus gevaarlijk akelig lieten kraken. Hij wankelde, en ik gaf hem de kans niet om het uit te schreeuwen, en duwde mijn knie met een harde klap in zijn onderbuik waarna hij dubbelklapte en ik hem nog een laatste kaakslag verkocht. Hij viel als een lappenpop op de grond en een wolfachtige grijns sierde mijn mondhoeken. Bloed sijpelde uit zijn- waarschijnlijk gebroken neus- en ik pakte hem beet bij zijn kraag en tilde zijn hoofd zodoende op. Zijn hoofd bengelde slap naar achteren en zijn bloeddoorlopen ogen flikkerde snel op en neer. Hij stond op het punt bewusteloos te raken. Ik boog me dichter naar de jongen toe en boorde mijn ogen door de zijne. Het liefst wilde ik hem nog een harde klap verkopen, maar ik wist mijzelf ervan te weerhouden, ook al jeukte mijn handen enorm. Ik gooide de jongen met een harde duw neer op de stenen grond en zijn gepijnigde gekerm was het laatste wat over zijn lippen rolde voordat hij zijn bewustzijn verloor.
Ik raapte het notitie boekje op van de grond en stopte die terug in de rugzak. ‘Klootzak..’ Mompelde ik verbitterd hardop tegen mezelf en ritste de rugzak dicht en drukte die in de handen van de jongen die mij schaapachtig aan staarde. Ik liep het steegje uit -de bewusteloze jongen achterlatend- en mengde mijzelf moeiteloos in de drukke menigte. Iedereen in de menigte was te druk met hun eigen dag om mij op te kunnen merken, waardoor ik vlekkeloos invloeide in de grote mensen massa en zo mijn weg naar huis vervolgde.
‘Hey, wacht!’ Hoorde ik plots een ijverige stem achter mij roepen en stug liep ik door totdat zijn hand op mijn schouder landde. Geërgerd schudde ik zijn hand van mijn schouder en draaide mezelf met een ruk om waardoor de jongen bijna tegen mij aanbotste. ‘Wie.. wie ben je?’ Ik rolde met mijn ogen en vervolgde mijn pad. ‘Hey, wacht nou!’ Hoorde ik de jongen weer roepen en nonchalant bleef ik mijn pad vervolgen. Ik had geen tijd om opgehouden te worden door hem en weigerde daarom ook iets terug te zeggen. Hij moest al blij zijn dat ik geen geld vroeg..
‘Waarom negeer je me?’
‘In plaats van mij al die vragen te stellen kan je me ook simpelweg bedanken.’ Gromde ik de jongen toe en zijn wangen kleurde plots rood. ‘Het spijt me.. ik.. dankjewel voor je hulp..’ Ik keek de jongen kort aan in zijn bruine ogen en wist dat hij een bom van vragen op mij af wilde vuren.
‘Graag gedaan, nu kan je gaan.’ Mijn stem klonk vlak en hol en hij keek me verbouwereerd aan.
‘W-wat?’
‘Oprotten.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen