Foto bij • Hoofdstuk 2 • Dry Gin •


De kaarsen aan de muur in de hal waren al bijna gedoofd toen ik de laatste trede van de stenen trap afkwam. Ik wist dat het niet vroeger dan half twaalf kon zijn, maar dat al het personeel nu al naar bed zou zijn kon ik me niet voorstellen.
      Ik bleek het goed te hebben; aan het uiteinde van de grote, rechthoekige houten tafel in de keuken zaten de hoofd huishoudster, Mevrouw Lambert, de butler, Meneer Clement, en de kok, Mevrouw Petit. Zij waren mij al voorgesteld bij aankomst, aangezien Mevrouw Lambert degene was die mij had ontvangen. Aan het andere uiteinde zaten één dienstmeisje en een man die waarschijnlijk voor de honden zorgde, hij zag er in ieder geval niet uit alsof hij in dit huis thuishoorde. De rest van het personeel was waarschijnlijk al gaan slapen. Iedereen keek op van hun bezigheid toen ik binnen kwam. Dit gebeurde zo perfect synchroon, dat ik me voor even te benauwd voelde om iets te zeggen, en een paar seconden stil was. Het dienstmeisje was de eerste die iets zei.
      'Heb je al gegeten?' Ik keek haar aan en schonk haar een kleine glimlach.
      'Nee. Nog niet.' Ze stond direct op en begon te rommelen bij het keukenaanrecht.
      'Er is nog wel over, normaal eet het personeel om 10 uur, maar Mevrouw Petit heeft nog wat warm gehouden.' Mevrouw Petit, Mevrouw Lambert en Meneer Clement bleven op hun plek zitten, terwijl de mij nog onbekende dienstmeid voor mij een bord warm eten naast haar plek op tafel zette. Ratatouille.
      'Dank je wel,' zei ik terwijl ik ging zitten.
      'Geen dank,' antwoordde ze terwijl ook zij weer op haar plek ging zitten. 'Ik ben Louane, trouwens.' Ze glimlachte breed, en ik glimlachte naar haar terug.
      'Elouise.'
      'Ha. Lou en Lou,' lachte ze geamuseerd. Nadat ze uitgelachen was glimlachte ze weer naar me.
      'We weten waarom je hier bent, trouwens.' Ik slikte even terwijl ik mijn lepel voor mijn neus liet hangen zonder een volgende hap te nemen. 'Je hoeft niets uit te leggen, bedoel ik,' sprak ze daarna geruststellend. Dat liet me weer glimlachen, maar de lach bleef niet lang op mijn gezicht rusten. Waarom zei ze dat? Ergens voelde ik me gegeneerd, maar ergens haalde het ook een last van mijn schouders. Ik hoefde mijn aanwezigheid niet te verontschuldigen met smoesjes omdat ik mezelf te beschaamd voelde om zelf te vertellen waarvoor ik hierheen gehaald was. Dat er geen onduidelijkheid meer was over wie ik was, was eigenlijk gelijk al duidelijk geworden toen ze mij met 'je' had aangesproken, ondanks dat ik eruit zag alsof ik van stand was. Wellicht was het me zelfs al duidelijk geworden door het feit dat Meneer Clement nog niets tegen me had gezegd, en me slechts hooghartig had aangekeken. Mevrouw Lambert leek ook niet erg verheugd te zijn om mijn aanwezigheid. Er at een hoer aan hun tafel.
      Ongemakkelijk nam ik een paar happen van mijn eten. Het was lauw.
      'Het is lekker.' Ik kon er een kleine glimlach uitpersen terwijl ik Mevrouw Petit aankeek die schuin tegenover me zat. Het kleine maar gezette, roodharige vrouwtje, leek verrast door deze opmerking. De norse blik die ze van Meneer Clement had afgekeken verzachtte. Er kwam zelfs een kleine glimlach vanaf, al was deze wel enigszins ingenomen. Ze antwoordde niet, maar gaf me een klein knikje.
      'Nou, je bent de eerste die dat ooit heeft gezegd over Mevrouw Petit's kookkunsten.' Er verscheen een kleine grijns op Louane's gezicht, Mevrouw Petit leek eerder geïrriteerd. Dit was zeker de 'grappenmaker' van het huis.
      'Dat is omdat jij je honden nog niet hebt kunnen leren om te praten, Emile,' antwoordde ze op de man die al die tijd aan het andere uiteinde van de tafel had gezeten. Emile lachte luid, waardoor er bij Mevrouw Petit toch ook een kleine grijns op haar gezicht verscheen.
      'Oh, Mevrouw Petit, u weet dat ik nog meer dan hen van uw eten houd. Vergeef mij.' Hij stond op met een verontschuldigende hand op zijn hart. 'Ik verheug mij erop uw kunsten opnieuw te mogen bewonderen morgenochtend. Een goede nacht gewenst.' Hij gaf iedereen een knikje, maar ik zou mezelf voor de domme houden als ik zou doen alsof ik zijn knipoog naar mij me maar had ingebeeld. Ik besloot het echter wel te negeren.
      Nu het sein was gegeven voor alle achterblijvers, stond ook Meneer Clement op. Iedereen volgde zijn voorbeeld, behalve ik. Ik zat nog te eten.
      'Hoogste tijd, inderdaad.' Mevrouw Lambert raapte het kaartspelletje dat ze tot voor mijn binnenkomst aan het spelen waren bij elkaar, terwijl Mevrouw Petit de laatste dingen in de keuken opruimde.
      'Goedenacht,' kondigde Meneer Clement aan iedereen aan.
      'Goedenacht, Meneer Clement.' Ik was de enige die verbaal antwoordde. Hij stopte even in zijn sporen onderweg naar de trap, en draaide zich terug naar mij om. Even dacht ik iets verkeerds gezegd te hebben, totdat hij me een bevestigend knikje gaf. Een antwoord gaf hij niet.
      'Goedenacht, Elouise.' Ik wenste Louane hetzelfde toe waarna ook zij haar weg naar boven vond. Mevrouw Petit was snel klaar.
      'Ik ga ook snel slapen, zet je bord maar weg als je klaar bent, dan wast de keukenmeid het morgenochtend af. Oh, en vergeet de kaarsen niet te doven. Goedenacht.' En weg was ze. Daar zat ik dan. Alleen met mijn inmiddels koude bord ratatouille, waar ik allang geen trek meer in had. Ik besloot direct op te staan, en mijn bord op het aanrecht te zetten. Nu iedereen naar bed was, kon ik wellicht mijn kans grijpen.
      Ik had een aantal sigaretten mee kunnen nemen van huis, maar slechts een dag zonder drank bewees al moeilijk voor mij. Wellicht kwam de stress meer door het feit dat ik hier was, maar ik wist dat er van slapen niets zou komen als ik niet eerst iets te drinken had. Voorzichtig begon ik kastjes open te trekken, proberende zo min mogelijk geluid te maken. Het duurde niet lang voordat ik de drankkast had gevonden, ook al kon ik me niet voorstellen dat dit het enige was dat een hertog in zijn bezit had. Ongetwijfeld bewaarde hij zijn goede drank ergens achter slot en grendel voor het personeel, maar dat maakte mij niet uit. Deze flessen herkende ik in ieder geval. Ik besloot een fles van achter uit de kast te pakken, dan zou niemand zo snel merken dat er iemand uit gedronken had. De eerste de beste die ik te pakken kreeg, was een fles gin. Perfect.
      Met mijn gin en sigaretten liep ik de hal door naar de bediendenuitgang, die zich aan de achterkant van het huis bevond. Ik zette een paar passen door het grind dat het huis omringde, en zette een klein stukje van de deur vandaan de fles op de grond om een sigaret aan te steken. De eerste hijs was zalig, maar de eerste slok was nog zaliger. Omdat ik in het bordeel de hele dag door dronk, maakte ik een inhaalslag door na een paar hijsen ook gelijk een paar grote slokken achterover te slaan. Ik verslikte me echter bijna toen ik plotseling geritsel hoorde. Het waren voetstappen, oh god, laat het niet de butler zijn. Toen ik echter beter luisterde, hoorde ik dat het geritsel van het grind kwam. De voetstappen kwamen niet van binnen. Maar voordat ik überhaupt met het idee kon komen om snel terug naar binnen te gaan zodat ik niet gezien zou worden, was ik te geschokt om te bewegen. Ondanks de duisternis, zag ik in het schamele nieuwe maanlicht direct wie er op mij af kwam lopen.
      Hij zei niets, maar kwam vlak voor mij tot stilstand, pakte de fles uit mijn handen, en zette hem naast zich op de grond. Nog steeds was ik verstijfd.
      'Niet alleen ben je een dievegge, Elouise,' sprak hij belerend. 'Je hebt ook nog eens ontzettend slechte smaak.' Hij vervolgde zich door ook mijn sigaret af te pakken en deze weg te gooien. Wat deed hij hier midden in de nacht? Hoe wist hij dat ik hier was? Alsof hij mijn gedachten kon lezen, beantwoordde hij mijn vraag door omhoog te wijzen naar het raam waar ik boven stond. Zijn raam. Het stond open. Als hij mijn voetstappen al niet gehoord had, had hij de rook van mijn sigaret wel geroken.
      'Wat heb je hierop te zeggen?' Niets. Ik had hier niets op te zeggen. Ik was betrapt. Ik zou ervan langs krijgen voor het stelen van zijn drank.
      'Het spijt me, Meester.' Hij zuchtte nors, maar haalde daarna iets onder zijn jas vandaan. Een fles whiskey. Hij bleef me aankijken terwijl hij de kurk eraf trok, een slok nam, en de fles vervolgens voor mij hield. Ik durfde hem niet aan te nemen, dus keek hem twijfelend aan.
      'Alcoholisme siert niemand, maar diefstal nog minder. Hier.' Hij gebaarde nogmaals dat ik de fles aan moest nemen, dus ik deed wat hij me opdroeg en nam voorzichtig een klein slokje. Dure whiskey. Ik wilde de fles direct weer teruggeven, maar hij sloeg hem af, omdat hij eerst nog iets uit zijn binnenzak wilde halen. Een doos sigaren. Het doosje lucifers dat erbij zat gaf hij aan mij, en zodra hij de sigaren weer had weggestopt nam hij de fles terug aan. Vlug stak ik een lucifer op, omdat hij mij die natuurlijk niet voor niets had gegeven. Hij leunde naar mij toe om zijn sigaar in de vlam te houden terwijl hij eraan pofte. De geur van de sigaar deed me terugdenken aan de geur die dag en nacht in het bordeel hing. Hij nam een stevige hijs voordat hij een slok whiskey nam, en daarna de fles weer aan mij doorgaf.
      'Twee weken geleden was ik in Sainte-Foy-de-Peyrolières op mijn terugweg vanuit Lourdes,' begon hij. 'Ik verwachtte niet veel van een schimmig bordeel in een klein stadje. Dat ik jou daar zou zien verbaasde mij.' Ik keek hem verbaasd aan. Maar ik had hem nog nooit eerder gezien. Hij blies wat kringeltjes rook uit terwijl hij de fles weer uit mijn handen nam om een slok te nemen. 'Tussen alle schunnigheid, stank en smeerlapperij, één meisje dat er ondanks haar beroep uitzag alsof ze nog nooit door iemand was aangeraakt.' Hij gaf me de fles weer terug.
      'Dat mocht ik willen,' mompelde ik, waarna ik gelijk mijn hand verontschuldigend voor mijn mond sloeg. 'Sorry, Meester.'
      'Spreek vrij. Is dat waarom je drinkt?' Ik keek beschaamd naar de grond voor mij.
      'Ja, Meester. Het ontsmet het lichaam en de ziel, zogezegd.'
      'Hmm.' Hij schudde zijn hoofd terwijl hij nog een hijs van zijn sigaar nam. 'Het ontsmet niets. Het verdoofd slechts de gedachte dat dit alles is waar je goed voor bent.' De ogenblikkelijke accuraatheid van die uitspraak deed een rilling door mijn ruggengraat lopen. 'En het verdoofd de herinnering aan de schooiers die over jou heen zijn gekomen.' De nonchalance van zijn woorden deed me pijn, maar hij vertelde me niets anders dan de waarheid. Ik nam een grote slok. We waren beide even stil, totdat hij besloot ook zijn sigaar met mij te delen. Ik kon niet anders dan toegeven dat dit veel lekkerder was dan een sigaret, maar voor sigaren heb ik zelf bijna nooit het geld gehad.
      'Ik straf je hier niet voor Elouise, maar laat het in de toekomst duidelijk zijn dat je absoluut niet van mij of mijn personeel steelt. Je bent niet langer in Sainte-Foy, en je werkt niet langer in een bordeel. Er is verder dus geen behoefte om je drinkgewoonte door te zetten. Als je iets wilt hebben dan vraag je dat aan mij,' sprak hij streng maar duidelijk.
      'Ja, Meester,' antwoordde ik zachtjes. Hij knikte, waarna ik de fles en de sigaar aan hem teruggaf.
      'Ga slapen nu, ik wil je niet moe hebben morgen.'
      'Ja, Meester. Goedenacht.' Ik gaf hem een laatste knikje, pakte de fles gin terug van de grond, en ging snel terug naar binnen.






Keep up the comments(fish)

Reacties (3)

  • Luckey

    WoW
    Dat word nog wat
    Hij doet nog best mild nu nog voor dee

    1 jaar geleden
  • Azriel

    Ik had eigenlijk verwacht dat hij haar nog een mep zou geven omdat ze gestolen had, but he's so sweet

    1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    WoW hij is lief voor haar, wat onverwacht

    1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen