Foto bij MaanKit

De dag kwam... Mijn zusje en ik waren geboren. ‘Oh wat een schatjes!’ Riep mijn moeder maar mijn vader zei: ‘Wat een nutteloze zak botten, ik ben weg!’ Ik kon mijn ogen niet geloven.. Was het mijn vader Tijgerklauw die net weg was gegaan!?

(Later ging Tijgerklauw naar een heel ander bos en niemand wist meer dat hij ooit uit de Wolkenclan kwam)

‘A-ach hij komt we-wel terug!’ Stamelde mijn moeder Donkerhart. Mijn rose neusje ging de lucht in. ‘mwe-mwelk!’ Zei ik enthousiast toen ik die heerlijke geur rook. ‘Kom maar kleintje!’ Ik ging drinken en langzaam kwam het witte slijm mijn mond in. ‘Jwammie!’ Zei ik weer enthousiast.

Dagen gingen voorbij en ik was gek kleiner dan mijn leeftijdgenoten.

‘Hee Maankit kom eens, dan lik ik je schoon!’ Zei Donkerhart. Mijn moeder en ik begonnen te tongen.
‘Klaar, kom je Snelkit?’ Vroeg Donkerhart aan me zusje. ‘Jaja mama geduld!’ Zei Snelkit geïrriteerd. Ik liep naar de kant van het bos. ‘Waar zou papa toch zijn?’ Mompelde ik half tegen mezelf. ‘Ik weet het niet.’ Zei plots mijn moeder. Ze leek meteen verdrietig toen ik ‘mijn’ vader zei. Plots zag ik een bekende krijger naar ons kamp wankelen. Het was Doornstaart! Een van onze sterkste krijgers die nu op het punt staat dood te gaan! Ik rende meteen naar het medicijn holletje. ‘Doornstaart is gewond!’ Hijgde ik.
Sintelstorm leek verschrikt. Meteen rende ze met wat papaverzaadjes naar de kant van het bos. Ik holde achter haar aan. ‘Hier wat papaverzaadjes, dat zal je wat rustiger maken en de pijn zal vertrekken!’ Zei Sintelstorm. Samen liepen Sintelstorm en Doornstaart naar het medicijn hol. Plots zag ik Witster, onze leider. ‘Waar is Doornstaart? Is hij erg verwond? Gaat hij dood!?’ Ik had medelijden met Witster. Doornstaart was al heel lang onze commandant! En nu ging hij misschien echt dood! ‘Hij is in het medicijn hol!’ Riep ik. Witster knikte. Witster rende naar het medicijn hol.
Zo ging het.. Elke dag!
Weken gingen voorbij en ik was nu 5 manen oud. En steeds.. De dagen waren nog steeds het zelfde. En dan nu was het zover.
Ik zal een leerling worden!
(dit bos had andere tradities)

‘Laat iedereen zich bij de donkere boom voegen!’ Begon Witster. Mijn moeder, zus en ik hadden nog snel getongt. ‘Vandaag zullen er 2 kittens tot krijgerleerling vernoemd!’ De katten begonnen te juichen. ‘Laat Snelkit en Maankit zich op de donkereboom voegen!’ Ik en mijn zus sprongen op de boom. ‘Snelkit zweer jij je leven zal op te offeren voor de clan?’ Snelkit knikte. ‘Ik zweer het!’ Witster knikte trots. ‘Dan sta je vanaf nu bekend als Snelpoot, met je mentor.. Vliegenstaart!’ Snelpoot mompelde iets onverstaanbaars. ‘Maankit zweer jij je leven zal op te offeren voor de clan?’ Iedereen keek naar mij. Dat maakte me nogal zenuwachtig maar ik zei het. ‘Ik zweer het!’ Kort, hard en krachtig.
‘Ik zweer het!’ Herhaalde ik. ‘Dan sta je vanaf nu bekend als Maanpoot met als mentor.. Doornstaart!’ Ik wist dat Snelpoot jaloers op me zal zijn maar gelukkig liet ze er niks van merken.
‘Moet die kleine zak aardappelen echt zo nodig door de beste krijger worden getraind!?’ Onderbrak plots zomaar een krijger. Ik zocht naar hem en zag hem. ‘Zandklauw..’ Mompelde ik. ‘He kom dan kleintje!’ Zandklauw daagde me uit. ‘Oh ja dat ga ik zeker doen!’ Zandklauw schrok van mijn plotse aanval. Ik kraste een paar lelijke wonden en op gegeven moment moest Sintelstorm plots: ‘Stop!’ Zeggen. ‘Stop!’ Riep ze nog eens. ‘Oke juffrouw!’ Schreeuwde ik. Toen Zandklauw de kans kreeg we te rennen deed hij dat ook. Ik sprong weer op de boom. ‘Spreek de heilige woorden voor de Sterrenclan!’ Ik en Snelpoot knikte.
‘Ik offer me op voor mijn clan en hou me and de krijgerscode!’ Zeiden we in koor. ‘Als traditie zullen jullie je eerste prooi aan de leider geven om goed gekeurd te worden. Jullie zullen 2 dagen de tijd krijgen!’ Witster liep weg. ‘Spannend he, Snelpoot?’ Vroeg ik aan mijn zusje. ‘Hou je mond haarbal!’ Snauwde mijn zusje terug. ‘Waarom zo boos?’ Vroeg ik geschrokken. ‘Ik had Doornstaart moeten krijgen!’ Siste Snelpoot.
Ik wist dat ze jaloers zou worden.
‘O-oke zusje..’ Ik liep weg. Naar het leerlingenhol. ‘Mooi gevecht Maanki- ik bedoel Maanpoot!’ Ik zag Sneeuwpoot. De oudste leerling. ‘Bedankt Sneeuwpoot!’ Ik was moe. En al snel viel ik in slaap...

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen