Ik snapte er niets van. Snelpoot was toch mijn zusje? Ook al had ze zo’n witte vacht... Of had mijn moeder al die tijd gelogen?
Plots sprong er een vreselijk grootte kat op me...

Ik werd al snel weer wakker.
Jammer, dacht ik. Jammet, geen droom van de Sterrenclan.. Laten ze me in de steek? Vroeg ik me plots af. Opeens voelde ik de lekkere warme vacht tegen me aan. ‘Je bent niet alleen...’ Fluisterde iets in mijn oor. Ik keek naast me. Schorsster! Dacht ik. Onze goeie oude leider die door een vreselijke oorlog tussen de Zonne en de Wolkenclan is omgekomen. ‘Je zal een groot krijger worden!’ Fluisterde Schorster weer. Plots werd mijn vacht koud. Brrrrrr. ‘Maar bloed zullen de wolken en de zon tegenhouden in duisternis..’ Plots schrok ik. ‘B-bloed, zon? Wat bedoel je?’ Plots vervaagde mijn beeld. ‘Wacht ga nog niet weg! Ik heb nog zoveel vragen. Wacht!’ smeekte ik. Maar de Sterrenclan was al weg. Ik schrok weer wakker.
Ik was toch al wakker, dacht ik. ‘Maanpoot het word tijd dat we een grenspatrouille starten! Dan kan je mooi ons territorium zien!’ Doornstaart stond bij de opening van het leerlingenhol. ‘Ja leuk ik kom!’ Zei ik enthousiast. Ik strekte me snel uit en liep naar het bos waar een hele patrouille zat te wachten. ‘Ben er!’ Riep ik. ‘Mooi dan kunnen we gaan!’ Zei Roodvacht (De mentor van Sneeuwpoot). ‘Jaaaah!’ Riepen ik en Sneeuwpoot. Later was ik zo uitgeput! Wat was ons territorium groot! We kwamen een Zonneclan patrouille tegen. Die stonken als kraaien! Maar oke ik was terug in heg kamp. ‘Waar bleef je nou Maanpoot!?’ Vroeg Snelpoot. ‘Ik was bij een grenspatrouille. Kom zullen we eten zus?’ Vroeg ik. ‘Ik ben jouw zus niet!’ Snauwde Snelpoot. ‘Snelpoot, zus kom nou!’ Zei ik ongeduldig. ‘Ik ben niet eens jouw zus!’ Schreeuwde Snelpoot. Ik snapte er niets van. Snelpoot was toch mijn zusje? Ook al had ze zo’n witte vacht... Of had mijn moeder al die tijd gelogen? Wat moest ik hiervan vinden? ‘Oke oke ik noem je geen zus meer maar je blijft het wel!’ Zei ik.
Wat klonk dat dom! Dacht ik. ‘Dat is beter dan zus genoemd worden!’ Ik negeerde het en liep naar het krijgershol. ‘Mam...’ Zuchtte ik. ‘Ja kleintje?’ Vroeg mijn moeder. ‘Kom.’ Zei ik. We liepen naar de donkere boom. ‘Snelpoot is toch mijn zusje?’ Vroeg ik. ‘Ja eh...’ Moeder zuchtte. ‘Laat ik maar eerlijk zijn he?’ Ik knikte. ‘Ja graag!’ Moeder begon. ‘Kleinster een goeie vriendin van me had ooit een jonkie genaamd Maankit... Maar ze was nog geen leider. En toen ze de kans kreeg zat er nog een ding op. Jou weg doen. Je moeder heeft je bij mij achtergelaten. Maar Tijgerklauw is wel jou vader!’ Mijn moeder had dus al die tijd gelogen. Ik keek naar de grond. ‘Oke..’ Zei ik. ‘Mijn’ moeder liep weg. Plots sprong er een vreselijk grootte kat op me...
‘Aaaah!’ Krijste ik. De kat was veel groter en sterker dan mij. Ik vocht terug. Ik kon nog maar net voorkomen dat ik een pak slaag kreeg! ‘Help!’ Krijste meer. Doornstaart schoot me te hulp. ‘Ren Maanpoot! Ren!’ Ons kamp werd aangevallen. ‘Snel, snel!’ Schreeuwde ik. ‘We worden aangevallen!’ Schreeuwde ik weer.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen