Foto bij 4

Sari
Ik zit al een tijdje in de bar en vreemd genoeg heb ik niet echt zin in de wodka die ik nu achterover sla. Als de barman mijn glas wilt bijschenken, steek ik dan ook tot mijn verbazing mijn hand op en zeg ik dat ik genoeg heb gehad en graag een biertje wil.
De barman –volgens mij heet hij Josh- kijkt me even onderzoekend aan en pakt dan een biertje uit een koelkast achter de bar. Ik knik naar hem als hij het aan me geeft en besluit dan een gesprek aan te knopen met de vrouw die naast me zit en zichzelf volgiet met shotjes zonder ook maar de tijd te nemen om adem te halen. Ik haal diep adem en vraag me ineens af wat ik aan het doen ben. Ach, het is nu toch al te laat om terug te krabbelen want de vrouw is gestopt met drinken en kijkt me nu onverschillig aan. ‘Hey, ik ben Sari,’ zeg ik dan maar. ‘Daniëlle,’ zegt ze terug.
‘Is er een reden dat je hier om half 10 ’s avonds naar een vrouw aan het staren bent?’ Ik besef me wat ze net heeft gezegd en schudt snel mijn hoofd.
‘Nee, nee, zo bedoelde ik het niet. Ik vond gewoon dat je er een beetje verloren bij zat.’
‘Niet verloren meid, alleen. Je kunt alleen verloren zijn als er nog iets terug te vinden is.’ Ze stoot een schamper lachje uit. ‘Maar als ik zo naar jou kijk zul jij dat gevoel nooit begrijpen.’ Schaamteloos staart ze naar mijn figuur.
‘Met zo’n lichaam zul je vast wel iemand hebben die je thuis opwacht en met wie je oud wil worden. Meiden zoals jij vinden altijd wel iemand.'
‘Nee, eigenlijk niet. Waarom zou ik hier anders zitten?’ Ze kijkt me aan en haalt haar schouders op, alsof de reden dat ik hier ben haar vrij weinig kan schelen. ‘Goed punt.’
Dan richt ze zich weer op haar drankjes en slaat een glas achterover om aan te geven dat dit gesprek over is. Ik drink mijn biertje op en besluit dan maar naar huis te gaan. Voor het eerst in dagen zie ik nog enigszins scherp als ik de warmte van de bar inruil voor de koelte van een nazomeravond en ik wankel niet als ik het bruggetje overloop. Het voelt vreemd om niet stomdronken te zijn, maar eigenlijk vind ik het niet zo erg, want ik heb me net iets gerealiseerd.
In mijn gedachten zal ik Tess altijd zien en het maakt echt geen bal verschil of ik dan dronken ben of niet. Ook nu zie ik, als ik over de rivier naar de ondergaande zon kijk, haar lichtblauwe ogen en er verschijnen tranen in mijn ogen. Ik hoor haar stem, ik hoor haar schreeuwen. Mijn tranen lopen nu over mijn wangen, en in mijn gedachten zie ik hoe ze van haar fiets afvalt en net niet geraakt wordt door een langsrijdende auto. Ik herinner me dat moment alsof het gisteren was, en ik hoor haar gil door mijn lichaam galmen.
Langzaam loop ik verder, maar het gegil stopt niet. Dan besef ik me opeens dat het niet uit mijn gedachten komt en achter me zie ik hoe een meisje, ze kan niet ouder dan 20 zijn, door drie jongens van haar leeftijd een steegje in wordt gesleept.
Zonder na te denken begin ik te rennen en roep ik naar een toekijkende man dat hij 112 moet bellen. Ik kan alleen maar denken aan de ouders van het meisje en hoe bezorgd ze zouden zijn als hun dochter niet thuis zou komen. Sinds ik Tess heb gekregen ben ik met een andere blik naar de wereld gaan kijken omdat ik haar ten alle kosten wilde beschermen en nu heb ik weer hetzelfde gevoel. Terwijl ik op de jongens afren herhaal ik mijn vechtlessen in gedachten. Ik heb vier jaar op MMA gezeten en heb een paar verdedigingslessen gevolgd. Ik hoop dat ik dit nog niet verleerd ben, maar daar kan ik nu niet over nadenken.
Ik kom bij de groep aan en trap een jongen in zijn knieholte waarna ik hem een klap op zijn achterhoofd geef. Hij zakt bewusteloos neer.
De andere twee jongens draaien zich naar me om, wat me een kans geeft om een jongen tegen zijn kaak te slaan en hem dan een knietje te geven.
Ik kijk naar de laatste jongen, verwachtend dat hij weg zal rennen, maar dat doet hij niet. Te laat zie ik het glinsterende voorwerp in zijn hand en dan voel ik een stekende pijn in mijn rechterschouder. De jongen met het mes hoort de sirenes en rent snel weg, mij, het meisje en zijn vrienden achterlatend.
Zwaar ademhalend trek ik me omhoog met mijn linkerschouder tegen de muur en ik zie dat de jongen geen diepe wond heeft gemaakt, maar mijn al grauwe donkerrode shirt raakt nu ook besmeurd met bloed. Ik kijk naar het bloed en voel een stekende pijn door mijn schouder gaan als ik die per ongeluk tegen de muur aan schuur. Ik kreun zachtjes en loop voorovergebogen naar het meisje. Bij elke stap voel ik mijn schouder, maar ik probeer er zo min mogelijk van te laten merken, wat blijkbaar beter lukt dan ik had verwacht, want op het eerste gezicht heeft het meisje niets door van mijn verwonding. Ik kijk naar haar, haar witte shirt is half opengescheurd en ik zie haar buik, waar krassen op zitten. Als ik naar haar gezicht kijk als ze me huilend bedankt zie ik een rode plek op haar wang.
Dan ziet ze het bloed en haar ogen worden groot. Ze kijkt me ongelovig aan en stamelt: ‘je.. je bloed. Oh mijn god, je bloedt door mij. Het spijt me zo,’ zegt ze trillerig en ik kijk haar aan en zeg haar zo rustig mogelijk dat het niet zo erg is als het eruit ziet terwijl ik mijn trillende handen probeer te verbergen achter mijn rug. Natuurlijk doet het pijn, maar dat hoeft zij niet te weten, ze heeft al genoeg meegemaakt.
De politie en ambulances komen de hoek om en ik zie een bekend gezicht. Ik probeer me te herinneren hoe hij heet, maar mijn gedachten zijn wazig en voor de verandering komt dat niet door de drank. Ik kijk naar mijn schouder en zie dat het bloed er nog steeds gestaag uitstroomt. ‘Shit,’ mompel ik. Dan is het bekende gezicht bij me en hij kijkt me zo gespannen aan dat ik me afvraag of hij degene is die net is neergestoken. Vervolgens wordt ik op een brancard gelegd, zelfs als ik de verplegers meerdere keren vertel dat ik best zelf kan lopen.
In het felle licht van de ambulance zit die man er nog steeds, maar hij lijkt mij niet te herkennen als hij tegen mij begint te praten.
‘Mevrouw, u zult wel begrijpen dat ik u een paar vragen moet stellen.’ Ik knik en zie dat een van de verplegers bezwaar wil maken, maar ik wuif hem weg. ‘Ga je gang,’ zeg ik terwijl ik probeer te gaan zitten wat wordt verhinderd door een stevige hand op mijn ongedeerde schouder.
‘Misschien kunt u dat beter niet doen, mevrouw,’ zegt de politieagent.
'Allereerst wil ik graag uw naam weten.'
'Sari Dallas.'
De man kijkt me verbaasd aan en dan weet ik weer waar ik hem van ken. ‘U heet toch Trevor?’ Snel herpakt Trevor zichzelf en hij knikt.
‘Kunt u me zo gedetailleerd mogelijk vertellen wat er is gebeurd?’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen