Foto bij II.

Het voelt als een echte maandagochtend en helaas is het dat ook. De voorjaarswind is fris en vooral stevig. Ik probeer mijn handen tevergeefs te verbergen in mijn jas, met het resultaat dat ik met roodblauwe handen bij de campus aankom.
‘Goedemorgen zonnestraaltje!’ Wendy duwt haar fiets naast de mijne in het rek en zet die dubbel op slot. ‘Al bijgekomen van je kater?’
‘Het is maandag.’ Ik wrik mijn sleutel uit het slot, terwijl ik mijn vaders stem in mijn hoofd hoor dat ik dat absoluut niet moet doen, omdat de sleutel dan kan breken. ‘Heb jij zin in nog meer lessen over depressie?’
‘Kom op Anouk, zo ken ik je niet. Geef jezelf een schop onder je kont, anders doe ik het.’
O ja, vergeten. Ik moet altijd vrolijk en positief zijn, anders ben ik plotseling anders dan hoe mensen denken dat ik ben. Ik zucht diep. Af en toe val ik harder terug dan ik had gehoopt naar mijn negatieve houding.
‘We gaan in het tussenuur wel van die lekkere caramelkoffie halen.’ Wendy duwt tegen me aan.
Ik kijk haar vrolijk aan. ‘Jij hebt ook altijd van die goede ideeën hè?’
Nog steeds verbaast het me hoe ik het laatste jaar van de middelbare en nu hier bij Verpleegkunde zo gemakkelijk contact maak met nieuwe mensen en leuke meiden mijn vriendinnen mag noemen. Ik dring de herinneringen van daarvoor naar de achtergrond en sleep mezelf naar mijn eerste college. Half negen op maandag, wie heeft het durven verzinnen? Tijdens de les dwing ik mezelf op te letten en ik neem de informatie als een spons in me op. Het voelt goed om eindelijk bezig te kunnen met iets wat ik fantastisch vind.

‘Wen…’
‘Krijg je van mij. Als je me alles over die jongen vertelt.’ Wendy geeft me een knipoog en pakt de twee bekers koffie. ‘Lepeltjes, servetten. Zitten,’ beveelt ze.
Lachend gaan we op een bankje zitten.
Gedetailleerd vertel ik over hoe de man me heeft geholpen en voor het eerst durf ik eerlijk te vertellen hoeveel effect zijn uiterlijk op me had. Ook nu voel ik mijn knieën weer knikken.
Wendy neemt een hap van de slagroom op de koffie. ‘Dat overkomt ook net jou weer hè?’ Ze zucht diep, het lepeltje nog tussen haar tanden. ‘Ik wil ook iemand die me van een plakkerige biervloer plukt en vervolgens door smoesjes mijn handen vast wil pakken.’
Ik schiet in de lach. ‘Je bent echt té droog, Wendy. Heerlijk.’
‘Tsja, als je niets leuks overkomt, moet je er zelf maar iets van maken hè?’ Nuchter neemt ze nog een hap slagroom.
‘Heb jij nog iets leuks gezien zaterdag?’ Nieuwsgierig kijk ik haar aan. Het leuke aan Wendy is dat ze een open boek is. Het zal haar nooit lukken haar mening te verbergen. Ze zal het niet uitspreken, maar haar gezichtsuitdrukking verraadt haar altijd.
Ze schudt haar hoofd. ‘Helaas. Ik snap echt niet dat Nico niet een keer haar mond kan houden.’
Nico als afkorting voor Nicolette is eens verzonnen toen we met z’n drieën aan het klagen waren over de vrouwelijkheid van Nicolette. Een mannelijke bijnaam was het enige waarop we haar konden pakken, dus werd het standaard Nico, het liefst uitgesproken met een mannelijke stem, waarna we allemaal slap liggen van het lachen.
‘Je zou toch denken dat ze het wel eens afleert, maar ze kan het niet laten hè?’
‘Ik zou daarin best iets meer op haar willen lijken soms,’ geeft Wendy toe. ‘En ik wil ook van dat mooie, blonde haar. Niet dit.’ Ze houdt een pluk van haar halflange, blonde haar tussen haar vingers en probeert de slagen eruit te krijgen door het strak te houden.
‘Je bent hartstikke leuk!’ Verontwaardigd sla ik haar hand weg, waardoor haar blonde lok weer terug in model springt.
Ze zucht diep. ‘Ach, ik mag ook niet klagen. Maar dat is af en toe zo fijn.’
‘Dat ben ik helemaal met je eens.’ Ik drink van mijn koffie. ‘O, en je bent een superlieve vriendin.’
‘Weet ik.’ Wendy kijkt me arrogant aan.
Tegelijkertijd schieten we in de lach.

Strak trek ik de veters van mijn hardloopschoenen aan en ik leg er een dubbele knoop in. Ik doe oordopjes in mijn oren en klik mijn telefoon in de band om mijn arm. Uit gewoonte maak ik een nieuwe, hoge paardenstaart, ook al heb ik dat enkele minuten geleden nog gedaan. Na wat stretchoefeningen begin ik te rennen. Niets is fijner dan hardlopen na een drukke dag waarop mijn hoofd lijkt te ontploffen. Het zachte lentezonnetje straalt bijna aarzelend op het asfalt voor me, alsof het niet zo goed weet of het er al mag zijn. Ik verlang naar de lente, waarbij de wereld zich opnieuw lijkt te openen en alles net iets meer kleur en glans krijgt. Er schiet een pijnscheut door mijn linkerenkel en ondanks dat ik kort ineenkrimp, merk ik het nauwelijks meer op. Mijn enkels zijn al zo vaak dubbelgeklapt dat ik er niet meer van onder de indruk ben, behalve als ik niets meer kan door de pijn. Toch rende ik keer op keer zo snel mogelijk weer rond. Hardlopen is voor mij even belangrijk als ademen en karamelkoffie. Ik klem mijn kiezen op elkaar en verhoog mijn tempo. Het zit in me om altijd de grens van mijn kunnen op te zoeken, om er zelf voor te kiezen om kapot te gaan en dan te stoppen. Het is heerlijk daar zelf een keuze in te hebben. Vastberaden zet ik de muziek harder, in de hoop dat het mijn schreeuwende gedachten overstemt. Dat lukt verrassend genoeg.
Totaal vermoeid en bezweet kom ik bij mijn kamer aan en ik zucht diep als ik hoor dat er iemand onder de douche staat. Dat betekent dat ik minimaal een half uur moet wachten voordat ik kan douchen. ‘Nico!’ Het verbaast mensen vaak genoeg hoeveel geluid ik met mijn tengere lichaam kan produceren.
‘Ja?’ roept ze terug.
‘Schiet op, ik wil ook douchen!’
‘Ik ben bijna klaar!’
‘Ik ben bijna klaar,’ mompel ik. ‘Ja ja.’ Ik schop mijn schoenen uit en loop de keuken in. In gedachten verzonken open ik de keukenkastjes en ik laat mijn vingers langs de pakken glijden. Dat wordt dus rijst. Ik neem me voor morgen boodschappen te doen, omdat ik na vier – met vandaag erbij vijf – dagen achter elkaar helemaal klaar ben met rijst.
Als Nicolette eindelijk de badkamer uitkomt, staat er al gekookte rijst klaar en begint de saus inmiddels te borrelen, waarna ik het gas snel lager draai.
‘Eerst maar eten?’
‘Oh, je bent fantastisch. Ik heb zo’n honger.’ Nicolette zucht diep en legt haar handen op haar platte buik. Ze draagt slechts een te groot shirt, vast nooit teruggegeven aan één van haar veroveringen, waardoor haar benen nog langer en slanker lijken.
‘Het is gewoon gemeen. Jij zou de hele dag door kunnen eten en dan nog kom je geen grammetje aan.’ Ik gooi een rijstkorrel naar haar toe.
Ze schiet in de lach. ‘Je weet hoe graag ik bruin haar wil. Je kunt niet alles hebben in het leven, Anouk.’ Nicolette pakt de pan rijst van het fornuis en neemt het mee naar de kleine woonkamer.
Toen ik hier kwam, een klein half jaar geleden en Nicolette zag staan, ging ik vanbinnen door de grond. Ik had verwacht dat haar innerlijk zou voldoen aan haar stereotype uiterlijk. In plaats van een akelige bitch die me geen blik waardig gunde, bleek ze een schat die me verwelkomde in haar “paleisje”. Vanaf minuut twee klikte het, omdat ik haar de eerste minuut geen eerlijke kans gaf. Ik, die het afschuwelijk vind als mensen elkaar oppervlakkig veroordelen, deed precies hetzelfde.
‘Waar zit je over te piekeren?’
Nu krijg ik een rijstkorrel naar me toe gegooid. Ik schud mijn hoofd. ‘Dat ik eerst dacht dat je een enorme bitch zou zijn.’
Nicolette begint te lachen. ‘Zo begint toch iedere vriendschap? Bovendien kan ik best een bitch zijn.’
‘Daar heb je een punt.’ Ik moet er moeite voor doen om mijn gezicht in de plooi te houden.
Na het eten sta ik op. ‘Succes met de afwas, ik ga douchen.’
Nicolette zucht diep. ‘Oké dan. Maar dan doe jij morgen de boodschappen, want ik wil geen rijstkorrel meer zien, laat staan eten.’
‘Deal.’
Het is een verademing om mijn zweterige sportkleding uit te kunnen trekken en het koele water over me heen te voelen stromen. Zoals altijd gebruik ik teveel douchegel en ruikt plotseling de hele douchecabine naar kokos. Ik zet de temperatuur hoger en sluit mijn ogen. Mijn spieren lijken zich te ontspannen en plotseling begin ik te gapen. Uitgaan is geweldig, maar als ik de dag erna niet goed kan uitslapen, dan heb ik de hele week het gevoel dat ik achter de feiten aanloop. Ik neem me voor op tijd te gaan slapen, maar ik weet ook dat de kans groter is dat ik straks toch nog een film ga kijken op mijn laptop. Ik ken mezelf inmiddels.
Inderdaad zit ik twee uur later weg te zwijmelen bij een romantische komedie, ook al vallen mijn ogen bijna dicht en heb ik morgen gewoon om half negen weer college. Als de hoofdpersoon in de armen van de man valt op wie ze al vanaf de eerste minuut verliefd was, verwacht ik dat de film nog een kleine vijf minuten zal duren. De balk onderin beeld geeft nog vierenhalve minuut aan en ik glimlach. Misschien moet ik eens op mijn cv zetten hoe goed ik ben in het voorspellen van films en hun tijdsduur. Vermoeid sluit ik de laptop af en ik ga op mijn linkerzij liggen, zoals altijd. Binnen enkele minuten lig ik te slapen.

Reacties (4)

  • Long

    Oh wat lijkt het me fijn om samen met een leuke vriendin te wonen! Kinda jaloers wel:(

    1 jaar geleden
  • NicoleStyles

    haha die Nicolette is zo'n persoon die we allemaal wel eens zouden willen zijn.
    Vooral met het eten en dan niet aankomenxD

    1 jaar geleden
  • Azriel

    Er zitten wel echt wat herkenbare dingen in uit het studentenleven, haha!

    1 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Grappig! Ik heb zelf wel gestudeerd, maar niet op kamers gewoond. Dus allesssss is fantasie hahaha

      1 jaar geleden
    • Azriel

      Dan ben ik zeker benieuwd (;

      1 jaar geleden
  • Sunnyrainbow

    ik vind haar een super schattig personage. Grappig om te zien dat ook zij sporten gebruikt om haar hoofd leeg te maken, ik zie een trend in jouw verhalen!

    1 jaar geleden
    • xTrueStoryx

      Haha oeps... Dat is stiekem een karaktertrek van mezelf die er insluipt geloof ik ^^
      Leuk dat je haar een schattig personage vindt!

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen