Foto bij H45

‘Wacht dan eventjes.’, zegt hij en steekt zijn pinker aan, om vervolgens aan de zijkant van de weg stil te staan. Hij draait zich nu ook naar me om en zegt: ‘Ik ben er klaar voor.’ Ik glimlach en adem diep in. Ik gooi het er meteen uit, zonder omwegen, en zeg: “Ik ben deels weerwolf, deels vampier.”

Jacob Black pov.

Ze is een wat? Ze ziet dat ik verbaast kijk en ze draait haar gezicht van me weg. “Ik had het niet moeten vertellen.”, zegt ze en slaagt haar armen over elkaar. Op de één of andere manier verafschuw ik haar nu omdat ze een vampier is, maar aan de andere kant begeer ik haar nu wel meer. Ze is zeker uniek en daarbij, ze heeft er zelf niet voor gekozen. ‘Alaïs, het is niet jouw fout dat je zo bent, het is enkel… onverwacht aangekomen. Wie weet er nog van?’, vraag ik en start de auto. “Alleen mijn moeder en jij nu ook.”, zegt ze en ik rijd de weg weer op. “Ben je niet boos op mij?”, vraagt ze twijfelend en ik schud mijn hoofd: ‘Nee, maar je moet alleen beseffen dat je daardoor uniek bent.’ Ze glimlacht en ik zie een lichte blos op haar wangen ontstaan.

Ik parkeer de auto aan de berm en we stappen uit. ‘Hier is het. Kom, dan gaan we verder in het bos.’, zeg ik en Alaïs kijkt eerst om haar heen om me dan te volgen. “Weet je nog wel de weg terug?”, vraagt ze als we alleen nog maar omringd zijn door bomen. ‘Natuurlijk’, zeg ik enkel en stop dan bij een open plek. Ik draai me om naar Alaïs en glimlach. ‘Oké, het is dus de bedoeling dat je het beest in je naar buiten laat komen.’, zeg ik en ze kijkt me raar aan: “Is dat het? En nu moet ik het ook nog kunnen of wat?” Ik kink. ‘Misschien is het beter dat ik eerst ga, zo ga je niet te veel schrikken van je eigen gedaante.’, zeg ik en ze knikt. Ze is veel te zenuwachtig.

Ik begin me dan uit te kleden. “Jacob, wat ben je aan het doen? Doe onmiddellijk je kleren weer aan.”, zegt ze als ik bij mijn broek ben aangekomen. ‘Ik wil niet dat mijn kleren scheuren’, zeg ik en doe mijn broek uit. Ze kijkt meteen weg en ik glimlach. ‘Oké’, begin ik om haar aandacht te krijgen, maar ze blijft de andere kant uitkijken, ‘Alaïs, je moet wel naar me kijken.’ Ze draait haar dan om en ik zie dat ze probeert om niet naar mijn onderbroek te kijken. ‘Niet schrikken.’, zeg ik en sluit mijn ogen. Een warme gloed gaat door mijn lichaam en mijn botten vervormen zich, net zoals mijn schedel. Bruine vacht groeit over mijn hele lichaam en mijn spieren worden uitgerekt en binnen een paar tellen ben ik van gedaante verandert. Alaïs slaakt een kreetje en valt dan naar achteren op de grond. Ik doe een paar stappen in haar richting en ga dan voor haar om mijn buik liggen, zodat we op ooghoogte zijn. Ze kijkt me verbaast aan en brengt langzaam haar hand naar mijn neus. Als ik uitadem trekt ze haar hand snel weg. Haar gezichtsuitdrukking gaat van verbaast over naar bewondering. Ze staat dan langzaam op, met behulp van een boom die achter haar stond, zonder ons oogcontact te verbreken. Ik richt me dan ook op in volle lengte. Ze glimlacht en stapt langzaam rond me heen en wanneer ze weer voor me staat, zegt ze: “Je bent gigantisch.” Als een weerwolf kon grijnzen, dan zou ik dat al lang gedaan hebben. Ze brengt haar hand naar mijn vacht en aait me dan langzaam, wat bij mij een warme gloed door mijn lichaam stuurt. Als ze haar hand wegneemt, zegt ze: “Je bent zo zacht.” Ik doe dan een paar stappen achteruit en ze lijkt het te begrijpen: “Ik moet nu zeker?” Ze doet haar jas, schoenen en sokken al uit en schuift ze onder een boom. Ze doet dan ook haar trui uit en legt ze bij de rest van haar kleren. Als ze enkel nog met een onderhemd en een broek op de vochtige bodem staat, lijkt ze te twijfelen. “Jacob, wil je je omdraaien?”, vraagt ze en snuivend draai ik me dan maar om. Ik ga met een plof op de gevallen bladeren zitten en wacht dan tot ik weer toestemming krijg om me weer om te draaien.

Als ik plots licht gegrom hoor, weet ik dat het haar gelukt is. Ik draai me om en ik blijf perplex staan. Ze is prachtig. Haar witte vacht schittert in de zwakke zonnestralen en haar fel blauwe ogen kijken me intrigerend aan. Enkel haar houding zit me dwars; poten ver van elkaar. Ze kan dus nog niet staan. Haar poten trillen en ik stap naar haar toe. ‘Je moet je poten dichter bij elkaar doen.’, zeg ik via telepathie tegen haar en ze kijkt me verbaast aan.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen