HEDEN


Juice maakte de gesp van zijn helm los en haalde hem van zijn hoofd. Net als eerder vandaag, keek hij weifelend naar een huis. Deze keer een twee-onder-een-kap, met een bloementuin waar zoveel lichtjes in verwerkt waren dat het hem een beetje verblindde.
      Weer aarzelde hij of hij wel moest aanbellen.
      Je hebt het June beloofd.
      Maar hij vond het moeilijk om naar hulp uit te reiken, hij had altijd alleen op zijn broeders kunnen rekenen en die hadden hem nu allemaal de rug toegekeerd. Het was moeilijk om iemand anders te vertrouwen, zelfs als het via June was.
      Door de vitrage heen zag hij licht branden. Het was al bijna twaalf uur, hij kon het niet maken om nog veel langer te wachten. Urenlang had hij op zijn motor rondgereden, had hij plekken gezocht waar hij even zijn hoofd kon leegmaken maar alles wat er gezegd was bleef maar door zijn hoofd spoken. Zoveel herinneringen kwamen er los, zo veel dingen die hij ver weg had gestopt, waar hij nooit meer aan had willen denken.
      Hij kneep zijn ogen even dicht. Loop naar de deur. Loop naar de deur, instrueerde hij zichzelf, voordat zijn gedachten hem weer wegsleurden naar een beangstigende chaos. Diep ademhalend zette hij een stap naar voren, en daarna nog een. Zijn schoenen voelden als lood, hij wilde zich omdraaien en weglopen – maar waarheen? Hij had niets meer, geen vrienden, geen familie die hem wilde zien. Alleen June – en slechts omdat zij te lief was om ook maar iemand de deur te wijzen.
      De deur had hij bereikt. Hij leunde met zijn hand tegen het hout aan, daarna ook met zijn hoofd. De jeuk in zijn schedel nam toe, de fluisterende stemmen die hem aan zijn verraad herinnerden.
      ‘Kom op, verman je,’ mompelde hij, voordat iemand hem voor een of andere geschifte vent zou aanzien. Voordat hij zich kon bedenken, schoot zijn vinger naar de bel en drukte hij die in. Nerveus wreef hij over zijn bovenarmen, af en toe verlangend omkijkend naar zijn motor. Wegvluchtte wilde hij, net zoals hij van alles was weggevlucht. Maar hij was het constante vluchten ook zo moe…
      Het licht in de gang knipte aan, de deur zwaaide open.
      Het was surreëel om Jordy daar te zien staan na al die jaren – nog vreemder dan het geweest was om June te zien. Aan June had hij iedere dag gedacht, maar Jordy… zij was echt een herinnering aan een ander leven, een ver voorbije tijd.
      ‘Hé, kom binnen.’
      Ze deed een stap opzij om hem door te laten en Juice stapte naar binnen. In plaats van blauw, was haar haar nu zuurstokroze, overal even lang en in een rommelige knot op haar hoofd gebonden. Het maakte haar gezicht zachter, haar ogen waren sprekender.
      Ze legde een hand tegen zijn borst en gaf hem een kus op zijn wang. Haar lippen waren zacht en er ging een rilling door hem heen. Hij had zich zo lang eenzaam gevoeld dat iedere aanraking gewoon vreemd voelde.
      Achter haar aan liep hij naar de woonkamer toe. Tot tweemaal toe struikelde hij bijna over een kat, hij zag er zo snel zeker vier en ze vleiden zich langs zijn benen alsof ze zijn gemoed konden aanvoelen.
      Het was een knusse woning, met zoveel zitplaatsen dat het leek alsof er iedere avond een vergadering werd gehouden. Aan de muren hingen felgekleurde schilderen waarvan hij de voorstelling niet echt kon ontrafelen.
      ‘Die heeft mijn vriend gemaakt,’ vertelde ze. ‘Hij is kunstenaar. Meestal schildert ie ’s nachts op de zolderkamer, dus waarschijnlijk zie je hem niet tot morgenmiddag.’ Ze knipoogde naar hem.
      Juice besefte dat hij nog niets gezegd had – niet eens gedag. Hij kreeg echter geen woord uit zijn keel. In plaats daarvan gleed hij met zijn hand over zijn hoofd en keek schichtig door de kamer, niet zeker waar hij zijn aandacht op moest vestigen.
      ‘Wil je wat drinken? Je kan daar wel gaan zitten.’ Ze wees naar de bank alsof hij een klein kind was.
      De leren zitting die vol krassen van kattennagels zat, kraakte toen hij ging zitten. Hij schraapte zijn keel. ‘Eh, een glas water is goed.’ En het liefst een paar pillen die hij ermee kon wegspoelen, hij hunkerde naar stilte in zijn hoofd, naar de doffe duisternis. Een beetje in elkaar gekrompen wachtte hij tot Jordy weer terugkwam. Zijn vingers trilden toen hij het glas van haar aanpakte.
      ‘Wil je dat ik naast je kom zitten of liever wat verder weg?’
      Juice haalde zijn schouders op. Eigenlijk wilde hij maar één ding, en dat was weer bij June zijn. Haar armen om zich heen voelen, de druk van haar voorhoofd tegen het zijne… De gedachte dat ze nu in bed lag, met een andere man, deed zijn ingewanden bevriezen. Zijn vingers spanden zich om zijn glas totdat ze bleek zagen.
      Jordy deed een stap opzij en ging op een stoel zitten. De lege plek tussen hen in werd al gauw door een roodharige kater opgevuld, die zich opkrulde. Zijn vingers tintelden om het warme lijf aan te raken, maar hij deed het niet. In plaats daarvan liet hij zijn blik op de grond gericht.
      ‘Hoe was het om June weer te zien?’
      June…
      Hoelang was het geleden dat hij iemand die naam had horen uitspreken? Hij knipperde een nieuwe lading tranen weg en nam trillend een slok water. Zijn keel schrijnde.
      ‘Ik dacht… ik dacht dat ze gelukkig zou zijn,’ fluisterde hij. Met een brok in zijn keel keek hij op, zocht hij Jordy’s ogen. ‘Haar vriend… behandelt hij haar goed? Houdt hij – houdt hij van haar?’
      Er brak iets in hem toen Jordy zijn blik ontweek. ‘Hij doet zijn best, geloof me. Maar ik denk – ik denk dat hij haar aan jou doet herinneren en dat maakt dingen soms moeilijk tussen hen.’
      Juice haalde diep adem. Toen het glas in zijn hand beefde, zette hij het op de tafel en verborg hij zijn gezicht achter zijn handen, voorovergebogen, met zijn ellebogen op zijn knieën. Hij concentreerde zich op zijn ademhaling, wilde niet weer flippen. Jordy wachtte rustig af, en om de een of andere reden maakte haar rust hem boos.
      ‘Waarom heb je me binnengelaten?’ vroeg hij met overslaande stem. ‘Je – je zou me moeten laten haten voor wat ik je vriendin heb aangedaan. Voor wat ik haar nu weer aandoe.’
      ‘Wat hebben we aan boosheid, Juan? Het is vijftien jaar geleden dat je spoorloos verdween, ik kan niet eeuwig boos blijven. Ik wil niet dat mijn hart koud wordt. Bovendien heeft June me net verteld waarom je bent weggegaan, dat je haar wilde beschermen. Het is triest hoe het gelopen is tussen jullie, en ja, ik heb me schuldig gevoeld omdat ik steeds in jullie bleef geloven, omdat ik er steeds op aandrong dat ze je vergaf, dat ze jullie liefde niet opgaf. Als ik dat niet had gedaan, had het misschien wel veel minder pijn gedaan. Dan had ze nooit…’ Haar woorden mondden uit in een zucht en ze schudde haar hoofd.
      Juice klemde zijn lippen op elkaar. Het feit dat ze überhaupt een stel waren geworden, hadden ze zelfs voor een groot deel aan Jordy te danken gehad.
      ‘Probeer wat te slapen, Juan. Morgen is er nog genoeg tijd om te praten.’
      Hij wreef weer over zijn gezicht. Hij was moe, zijn hoofd barstte uit elkaar. Stilte, dat was hij wilde. Even nergens aan denken. Langzaam knikte hij.
      ‘Kom, dan laat ik je de logeerkamer zien.’
      Juice schudde zijn hoofd. ‘Nee… ik slaap liever hier, op de bank. Als je het niet erg vindt.’
      Dicht bij de deur. Mochten ze hem vinden, dan raakte er verder niemand bij betrokken.
      ‘Oké. Ik zal beddengoed voor je pakken.’
      Niet veel later lag er een deken over hem heen en staarde hij in de schaduwen van de woning. Ergens op de grond trippelden kattenpootjes. Hij sloot zijn ogen, zocht naar mooie herinneringen. Hun eerste dans, hun eerste kus, haar lach. Talloze nachten had hij daaraan gedacht, maar de herinneringen waren nog nooit zo levendig geweest als nu. Hij wist weer hoe haar lippen voelden, hoe zijn vingertoppen langs zijn kaak gleden, wist weer hoe haar stem klonk.
      Het bracht hem vanavond echter geen rust, hij dacht alleen maar aan hoe alles geweest was als hij sterker was geweest, als hij zich niet zo door zijn broer had laten meeslepen. Was het dan allemaal niet zo uit de hand gelopen? De gedachte aan Mateo joeg steken door zijn lijf en hij balde zijn vuist, beet in zijn knokkels. Het hielp niet, de tranen bleven witheet over zijn wangen stromen.

De volgende ochtend werd hij gewekt door verhitte stemmen. Een beetje verdwaasd ging hij rechtop zitten, het kostte hem een paar tellen voordat hij zich herinnerde waar hij was. In plaats van onder de meeste recente herinneringen bedolven te worden, luisterde hij naar de harde stemmen.
      ‘… kunt nu niet naar binnen!’
      ‘Ik moet hem zien man, laat me erlangs.’
      ‘E…’
      Juice verstijfde toen hij zich realiseerde wie er in de deuropening stond. Hij gooide de dekens van zich af, griste zijn pistool bij de grond vandaan en sprong overeind.
      De deur sloeg dicht, er klonken harde voetstappen. Juice’ handen klemden om het wapen terwijl hij het op de tussendeur gericht hield.
      Emilio verstijfde op de drempel.

Reacties (2)

  • AmeranthaGaia

    Oh God. Dat wordt een super gezellig weerzien.

    4 maanden geleden
  • NicoleStyles

    noooo niet hier stoppen:O:O
    Hoe dit goed moet gaan weet ik ook niet hehe ^^

    4 maanden geleden
    • Croweater

      Haha ik ook niet, daarom stopte ik maar :'D

      4 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen