(Emilio)

HEDEN

Emilio wist niet waar hij meer van schrok, van het pistool dat op hem gericht was, van de hatelijke blik in Juans ogen of het feit dat zijn maatje van vroeger eruitzag alsof hij net een heel dorp uitgemoord had zien worden.
      In een gebaar van overgave hief hij zijn handen op. Zijn vingers trilden lichtjes – het was duidelijk dat die gozer helemaal van het padje was en het zou hem niet verbazen als hij straks echt met een kogel in zijn harses neerging. ‘Chill. Ik kwam hier alleen om te praten.’
      ‘Praten?’ Juans stem sloeg over. ‘Denk je dat ik ooit nog met jou wil práten?’ De tranen sprongen in zijn ogen. ‘Ik heb je gezworen dat ik je zou vermoorden als ik – met wie bel je!’ blafte hij opeens, met het pistool zwaaiend.
      Emilio keek over zijn schouder. Jordy’s gezicht was asgrauw en ze keek hem met een woedende blik aan. Haar telefoon hield ze tegen haar oor gedrukt.
      ‘Je moet hier komen, June,’ fluisterde ze. ‘Die debiele vriend van je staat in mijn woonkamer en Juan is over zijn toeren en houdt hem onder schot.’
      Emilio klemde zijn kiezen op elkaar. Oh, híj was nu degene die debiel was? Natuurlijk, hij had verwacht dat Juan pissig op hem zou zijn, maar dat hij een pistool zou trekken? Kom op zeg! Hoe had hij dat kunnen inschatten?!
      ‘Wie bel je!’ snauwde de man opnieuw. ‘Bel je June? Zij kan hier niet komen! Niet met… niet met hém!’ Zijn vinger spande om de trekker en Emilio zoog nerveus zijn adem naar binnen.
      ‘Ik heb… ik heb al opgehangen, Juan.’ Jordy zette een stap naar hem toe, maar Emilio duwde haar met zijn schouder naar achteren.
      ‘Blijf uit schot, idioot,’ gromde hij. Ze mocht dan wel met geflipte mensen werken, maar dat betekende niet dat ze normaal gesproken ook met een pistool zwaaiden.
      Emilio richtte zich naar voren. Juan stond nog steeds een paar meter bij hem vandaan, het wapen trilde in zijn hand. Zijn ogen schoten van links naar rechts, alsof hij niet kon besluiten wat hij moest doen.
      Hij zweeg.
      Emilio ook. Het was ruim vijftien jaar geleden dat ze elkaar voor het laatst hadden gesproken. Jarenlang had Emilio naar hem gezocht; had hij het willen bijleggen met de jongen die altijd als een broer voor hem geweest was. Zijn zoektocht had hem naar June gebracht, maar Juan had hij nooit gevonden.
      Tot nu.
      Achter hem ging de deur zachtjes open. Hij hoorde haar zachte voetstappen. Hij hield haar niet tegen toen ze langs hem heen stapte; hoe gek Juan ook mocht zijn, hij wist zeker dat de man haar nooit pijn zou doen.

. . .


Junes hele lijf stond strak van de boosheid. Ze had hem nog zó gezegd dat Juan er nog niet aan toe was om hem te zien en nu was Emilio tóch naar hem toe gegaan? Wat had hij gedacht? Dat ze overdreef?
      Juans grote ogen vielen op haar. Er trok een schok door hem heen. Ze ging tegenover hem staan en sloeg haar armen om hem heen.
      ‘Het is oké, Juan,’ fluisterde ze. ‘Het is oké. Leg het pistool neer. Emilio doet me niets, oké? We hebben het bijgelegd. Oké?’ Ze legde een hand tegen zij wang.
      ‘Je hebt het bijgelegd?’ viel Juan uit. ‘Ben je gek? Je weet – je weet wat hij deed. Wat hij…’
      ‘Het is zeventien jaar geleden, Juan,’ reageerde Emilio. ‘Kom op. Ik was dronken, ik maakte een fout. We deden destijds allemaal domme dingen!’
      June kromp ineen. Dit hielp niet, dit hielp helemáál niet!
      ‘Domme dingen?’ schreeuwde Juan. Hij hief het pistool weer, zijn andere arm klemde hij om haar middel. ‘Je hebt haar bijna verkracht man. Je had bijna mijn vriendin verkracht!’
      Het woord ‘verkracht’ knalde door de kamer. Er viel een doodse stilte. June voelde hem over zijn hele lijf trillen. Ze voelde zijn pijn, het verraad dat hem zo diep getroffen had dat hij er permanent door veranderd was. Tranen jeukten in haar ogen, ze drukte haar gezicht tegen zijn schouder aan. Als hij het wist… als hij wist dat ze nu met Emilio samen was… hij zou haar erom haten. Ze haalde diep adem, trillerig.
      ‘Juan alsjeblieft,’ zei ze met alle beheersing die ze kon opbrengen. ‘Het is zo lang geleden… Ik heb hem vergeven, ik…’
      ‘Jij vergeeft altijd iedereen,’ snauwde hij. ‘Je slikt alles altijd maar, altijd bang voor ruzie! Deze gast wilde je verkrachten man. Hij lag al op je, hij…’ Hij vloekte. ‘Fuck man, geef me één reden waarom ik hem niet door zijn kop zal knallen! Hij had gezworen bij je uit de buurt te blijven en het feit dat hij hier nu staat zegt me genoeg!’
      Ze greep zijn arm beet. ‘Omdat je geen moordenaar bent, Juan. Omdat…’
      Juan trok zijn arm los. ‘Oh je moest eens weten meid.’ Zijn blik brandde toen hij haar aankeek, zijn gezicht was verwrongen in een grimas en ze zette een stap bij hem vandaan. Angst omklemde haar hart.
      ‘Zeg… zeg niet zulke dingen,’ fluisterde ze .
      ‘Weet je nog alle dingen die je haatte aan mijn broer? Nou, ik ben precies zoals hij. Alleen dan tien keer zo erg.’
      Ze schudde haar hoofd. ‘Nee… nee dat geloof ik niet.’
      ‘Nee, natuurlijk geloof je dat niet,’ snauwde hij. ‘Jij bent altijd blind voor de tekortkomingen van een ander geweest totdat ze in je gezicht worden gewreven. Ik ben géén goed mens, oké? En ik weet verdomme niet eens wat ik hier doe, waarom ik wéér jou leven moet verknallen.’
      En met die woorden schoot zijn gemoed weer de andere kant op; zag hij er doodmoe uit, met tranen die in zijn ogen schitterden.
      ‘Juan… geef me het pistool,’ zei ze zacht maar dwingend, haar hand uitstekend.
      Zijn ogen schoten van haar naar Emilio. ‘Wat doet hij hier?’ radeloos gleed hij met de palm van zijn hand over zijn hoofd. ‘Hoe wist hij dat ik hier was?’
      ‘Hij is mijn vriend,’ klonk het vanuit de gang. Jordy. ‘We zijn weer bij elkaar.’
      June kromp ineen. Nog meer leugens… ze zouden elkaar erin verstikken. Maar misschien was het de enige uitvlucht. Als hij nu hoorde dat zíj een zoon met Emilio had, draaide hij vast door. En schoot hij.
      Juan gebaarde om zich heen, naar de schilderijen. ‘Ik moet geloven dat Emilio die gemaakt heeft?’ klonk het spottend.
      June brak door haar aarzeling heen. Ze stapte weer naar hem toe, gleed met haar armen om zijn middel en draaide hem van de deur weg. Net als gisteren schoven haar vingers langs zijn achterhoofd en duwde ze voorhoofd tegen het zijne.
      ‘Alsjeblieft Juan,’ fluisterde ze, in zijn ogen turend. ‘Ik leg je alles uit. Maar haal alsjeblieft dat pistool weg.
      Ze hoorde voetstappen die weggingen. Juan wilde omkijken, maar ze klemde haar hand hard tegen zijn hoofd.
      ‘Hij gaat weg, oké?’ zei ze zacht. ‘Ze gaan allebei weg. Zodat we met zijn tweeën zijn. Oké?’
      Zijn ademhaling schoot omhoog, ze voelde hoe zijn paniek weer naar de oppervlakte kwam. Ze sloeg haar beide armen om hem heen en trok hem tegen zich aan. Zijn lijf schokte tegen het hare. Met een snik liet hij het pistool uit zijn hand vallen.
      ‘Ik ben zo’n puinhoop,’ snifte hij. ‘Zo’n mislukkeling. Misschien had Chibs gelijk. Misschien moet ik het pistool tegen mijn eigen hoofd zetten en de trekker overhalen. Dat zou beter zijn voor iedereen.’
      Het was alsof hij haar keel dichtkneep. Wat voor zieke geest zei zoiets tegen iemand anders? Haar ogen liepen vol tranen. Geloofde hij dat echt? Of was het gewoon de wanhoop die aan het woord was? Iets vertelde haar dat het niet de eerste keer was dat hij aan het plegen van zelfmoord dacht.
      ‘Ik – ik kan je niet nog een keer verliezen,’ fluisterde ze. Haar vingers gleden langs zijn wangen, vingen de tranen op.
      ‘Maar de twintigjarige jongen van wie jij ooit hield is er al heel lang niet meer, June,’ zei hij zacht.
      ‘Jawel,’ zei ze met een brok in haar keel. Ze keek in zijn waterige ogen. ‘Ik zie hem als ik je aankijk, ik voel hem als ik je vasthoud, ik hoor hem als je praat.’
      Ze voelde zijn ademhaling tegen haar lippen. Ze wilde het hem zo graag geven, een beetje liefde, iets anders dan zijn pijn, dan zijn leegte.
      ‘Ik hou nog steeds van je,’ fluisterde ze. Haar lippen streken langs de zijne. Ze voelde zijn hunkering, haar hunkering. Hij was zo gebroken – maar zij ook.
      Zijn vingers schokten door haar haren. Hij beantwoordde de kus niet, hij was niet vergeten wat ze gisteren had gezegd. Maar zij was niet vergeten wat Emilio gisteren had gezegd – en uiteindelijk was hij de reden dat Juan zich nu zo opgefokt voelde. Ze pakte zijn hand, leidde hem naar de bank en ging op zijn schoot zitten, een knie aan iedere kant van hem.
      Ze zag de schrik in zijn ogen, het stille verlangen, de weggedrukte hoop. Haar duimen streken langs zijn slapen, door zijn haren. In het zonlicht dat naar binnen viel, zag ze de tatoeages die er onder verstopt waren. Haar maag wrong zich in een rare bocht terwijl haar vingers de schichtige lijnen volgen.
      ‘Juice…’ stamelde ze.
      ‘Ja… Ik wilde… hem worden. Een betere versie van mezelf.’ Hij boog zijn hoofd. ‘Maar dat is niet gelukt.’
      Een traan gleed langs zijn wang. Ze ving hem op met haar lippen, genoot van zijn broeierige huid onder haar mond. Ze hoorde haar hart bonken, net als dat van hem. Razendsnel, voortgedreven door een onstuimig verlangen. Ze sloeg haar armen om zijn nek, drukte haar lippen tegen die van hem. Even was de aarzeling er nog, toen haakten zijn vingers zich in haar haren en vonden hun tongen elkaar. Ze voelde zijn tranen, voelde die van haarzelf. Maar hun kus, hun intimiteit leek hun pijn even te verdrijven, weg te duwen naar een ver hoekje van haar geest. Ze zoende hem heviger, voelde het verlangen naar hem opvlammen. Haar handen tastten naar de zoom van haar shirt zodat ze die over haar hoofd kon trekken, maar zijn handen vouwden zich om die van haar.
      ‘Doe maar niet,’ zei hij met een schorre stem. ‘Denk aan je vriend. Ik weet niet – ik weet niet of dat een stap is die hij zal vergeven.’
      Met een zucht leunde ze tegen hem aan. Als hij wist wie haar vriend was, dan zou hij daar geen enkel bezwaar tegen hebben.
      Misschien moest ze het nu maar zeggen, nu Emilio terug naar huis was gegaan. Binnenkort zou hij er toch achter komen en ze was dan liever alleen met hem.
      ‘Juan…’ Ze haalde diep adem. ‘Mijn vriend was hier net. En hij – hij vindt het goed als wij…’ Ze deed het er het zwijgen toe en keek hem schichtig aan, wachtend tot de paar seconden voorbij waren die hij nodig had om haar woorden tot zich door te laten dringen.

Reacties (2)

  • NicoleStyles

    Damn die zag ik niet aankomen. Goed vervolg bedacht! Ondanks je zelf nog niet precies wist hoe;)

    3 maanden geleden
  • AmeranthaGaia

    Oh God...
    gewoon... Oh God.

    3 maanden geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen